Coronatus – Dreadful Waters
Massacre Records
Release datum: 23 januari 2026
“Dit brengt ons terug naar de begindagen van Midnattsol, Leaves’ Eyes, Visions Of Atlantis en zelfs Therion.”
Vera Matthijssens I 2 maart 2026
Vlak na de eeuwwisseling kwam er een ware explosie van female-fronted bands die het label ‘gothic’ een heel andere inkleuring gaven dan wat we eerder onder die noemer categoriseerden. Volgende op de intrede van bands als Paradise Lost, Type O’Negative, Therion en Sentenced schepte dat best wel enige verwarring. Het Duitse Coronatus voegde zich vanaf 2007 ook bij die symfonisch getinte bands, maar zij hadden zelfs twee zangeressen. Dat is hun handelsmerk gebleven, zodat ze nu toch al aan zangeres nummer 13 en 14 toe zijn (en dan is er hier nog eentje bijgekomen, merk ik) als we de live bezetting niet in beschouwing nemen, want dan nadert het de 20.
Om maar te zeggen dat Coronatus al een hele poos meegaat, nu nog onder leiding van drummer Mats Kurth als enige overgebleven muzikant van het eerste uur. We herinneren ons nog als de dag van gisteren dat we bij ALOM wel elk jaar een nieuw album te beoordelen kregen, steevast. Heel soms waren er eens twee jaren dat de band enkel toerde. Nu was het echter voor het eerst eens wat langer geleden, want voorganger ‘Atmosphere’ kwam uit in 2021. We zijn toch een beetje nieuwsgierig wat dat gaat geven.
Buiten de wisselende bezettingen gedraagt Coronatus zich nochtans op bepaalde vlakken erg trouw. Zo zitten ze als vanaf het eerste album ‘Lux Noctis’ (2007) bij Massacre Records en worden albums voor mix en mastering altijd naar Markus Stock (Empyrium, The Vision Bleak) gestuurd. Dan ben je natuurlijk verzekerd van goede kwaliteit. Een ander kenmerk was dat de band tot 2015 steeds Latijnse albumtitels koos, maar nu is dat niet meer het geval. Ook aan de sound van vroeger is weinig getornd. Men heeft bekwame zangeressen gevonden (twee mezzo sopranen en een vrouwelijke rockstem). Wel een leuke meerwaarde is violiste Tine Jïlich. Gitarist Harry Zeitler en bassist Simon Gutbrod completeren de band.
Wat we horen is best een meevaller. Openingstrack ‘The Maelstrom’ opent met folkachtige gitaren, synths hinten op fluitspel en een mannenkoor brengt bombast. Samen met sopraanzang is dit vinnig gepresenteerd. Er is ook rockzang en een ingetogen passage doet me zelfs aan Therion denken. De songs zijn niet te poppy en bieden veel verschillende sferen, zodat ze wel miniatuursprookjes lijken. De opbouw van songs als ‘Through The Brightest Blue’, het folky ‘To The Reef!’ en het erg zuiver gezongen ‘The Ship’s Cook’ is niet te vanzelfsprekend, zodat je niet vanaf de eerste keer alles beet hebt en dat is hier een pro. Zelfs de honingzoet gezongen ballade (met weemoedige viool!) ‘Southern Cross’ is erg mooi. De songs zijn symfonisch verrijkt, maar hebben dikwijls ook een folkloristische toets. Helemaal zoals men in Duitsland – en ook bij mij – de beste indruk maakt. Nog een iet of wat raadselachtig nummer is ‘The Siren’ dat met zijn redelijk ‘sick’ klinkende zang wel wat heksachtig aandoet. Als tegenwicht natuurlijk sopraanzang en lieflijk vioolspel. Het speelse, dansbare ‘Dark Ice’ lijkt men het meest catchy. In het in het Duits gezongen ‘Die Hexe Und Der Teufel’ wordt het waardig en kunstzinnig, want hier is naast de sopraanzang ook een mannelijke operastem te horen. Ik vermoed dat dit mogelijk misschien Thomas Helm is, want Markus Stock stond wederom in voor de productie, mix en mastering. Dit brengt ons terug naar de begindagen van Midnattsol, Leaves’ Eyes, Visions Of Atlantis en zelfs Therion. En we hebben ervan genoten.



