Lords of Metal
Arrow Lords of Metal

Pro-Pain – interview met Gary Meskil

Gary Meskil (zang/bas): “wanneer de wereld slechter wordt—en dat gebeurt meestal—dan wordt Pro‑Pain juist sterker. De band gedijt op de negatieve dingen die in de wereld gebeuren.
Na elf jaar stilte is Pro-Pain eindelijk terug met nieuw werk. ‘Stone Cold Anger’ klinkt niet alleen als een hergeboorte, maar ontpopt zich meteen tot een van de sterkste albums uit de carrière van de band. Frontman Gary Meskil is het laatste overgebleven originele lid, maar heeft de voorbije jaren een ijzersterke bezetting rond zich verzameld. De grootste verrassing: de terugkeer van oudgediende Eric Klinger, die tussen 1999 en 2007 al deel uitmaakte van de band. Opmerkelijk genoeg woont tegenwoordig driekwart van Pro-Pain in België, en ook Gary zelf voelt zich intussen half Belg. Tijdens ons gesprek praat hij openhartig over het nieuwe album, zijn kijk op een wereld die er niet bepaald vriendelijker op wordt, én over een minder vrolijke noot: Gary kampt met Dupuytren’s contractuur, dezelfde handaandoening waar ook Dave Mustaine mee te maken kreeg. Voor een bassist is dat een nachtmerrie, maar Gary blijft er opvallend positief en nuchter onder. Zoals altijd is hij vriendelijk, eerlijk en verrassend toegankelijk.
Koen de Waele  I 2 mei 2026

Hallo Gary, dit interview gaat over het nieuwe album ‘Stone Cold Danger’. Het is jullie eerste plaat in elf jaar.
Ja, nummer zestien al

Hoe voelde het om na zo’n lange tijd weer de studio in te duiken?
Nou, als je zo lang niet hebt opgenomen, voelt het een beetje alsof je het hele proces opnieuw moet leren. Maar een paar jongens in de band hebben hun eigen studio’s, dus het kostte eigenlijk niet zoveel moeite om erin te duiken en meteen goede sounds te krijgen. En dan voelt het al snel alsof het helemaal geen elf jaar geleden is.

Het album wordt omschreven als zwaar, boos en nog altijd even scherp. Waar komt die hernieuwde intensiteit voor jou persoonlijk vandaan?
Ik denk dat ik altijd tot dezelfde conclusie kom: als je een band bent zoals Pro-Pain, en je zingt over maatschappelijke problemen en soms ook politieke thema’s—vroeger meer dan nu—dan moet er nog wat woede in de tank zitten, als je begrijpt wat ik bedoel. Als dat er niet is, dan werkt het niet. Je kunt live blijven spelen, want dan cover je in feite je eigen nummers. Maar om iets nieuws te schrijven dat mensen echt raakt en waarin ze emotioneel kunnen meegaan, moet er nog wat vuur zitten. En dat was precies waar ik het meest over nadacht, omdat ik al zo lang geen nummers meer had geschreven voor Pro-Pain. Ik wist dat we waarschijnlijk wat dieper zouden moeten graven dan anders. En we hebben het gevonden. Soms is het gewoon de chemie tussen bepaalde bandleden. Ik had jarenlang het gevoel dat we een lineup hadden die live echt geweldig was. We konden het goed met elkaar vinden, alles liep perfect. Maar zodra het aankwam op creatief zijn en écht samen een album schrijven, had ik vaak het gevoel dat niet iedereen er volledig achter stond. Daardoor trok ik me steeds vaker terug. Af en toe zei ik dan: “Oké jongens, laten we wat riffs proberen te schrijven voor een nieuw album, laten we wat nummers maken.” Maar de motivatie zakte telkens weer weg. Pas toen Eric Klinger weer fulltime terugkeerde in de band, kwam die oude, vertrouwde chemie tussen hem en mij meteen terug. En vanaf dat moment gingen we er vol tegenaan. Ik denk dat bijna alles binnen drie maanden geschreven was nadat hij terugkwam. Instrumentaal gezien heb ik tegenwoordig wel beperkingen, omdat ik gehandicapt ben. Ik heb hetzelfde probleem in mijn hand als Dave Mustaine. Dit is ongeveer hoe ver ik mijn hand nog kan bewegen. En nu heb ik het ook in mijn andere hand. Het heet Dupuytren’s contractuur. Ik heb al twee operaties gehad en een derde komt eraan. Maar elke keer dat ze het corrigeren, wordt het nooit meer helemaal goed. Het blijft altijd een beetje slechter dan ervoor. En dat is het beste wat ze kunnen doen. Dat maakt het heel moeilijk om muziek te schrijven. Ik kan nog wel teksten schrijven, en melodieën als het moet, al is dat bij Pro‑Pain minder belangrijk. Ik kan ook nog arrangeren. Voor ‘Stone Cold Danger’ heb ik alle nummers gearrangeerd. Mijn bijdrage aan de riffs was beperkt tot het nummer ‘Sky’s the Limit’ en hier en daar een riff. Ik zou zeggen dat Eric Klinger minstens 80 procent van de muziek op het album heeft geschreven. De andere jongens hebben ook wat bijgedragen, dus het was wel een soort samenwerking. Maar we hebben gedaan wat nodig was, we hebben de juiste aanpassingen gemaakt, en zo hebben we een echt solide Pro‑Pain‑album neergezet.

Hoe gaat het nu met je handen?
Het is vooral iets dat me belemmert. Het doet niet extreem veel pijn, maar het is wel altijd aanwezig. Mijn eerste chirurg zei destijds al eerlijk: “Dit komt altijd terug.” En meestal wordt het elke keer een beetje erger. Hij had helemaal gelijk. Daarom stel je zo’n operatie zo lang mogelijk uit, want niemand gaat graag onder het mes. Je wacht tot het écht niet meer anders kan. En nu heb ik moeite om een chirurg te vinden die de ingreep nog wil doen, want de arts die mijn vorige operaties deed, voert deze specifieke procedure niet meer uit. Als ze mijn hele hand moeten openen, ben ik zes tot acht maanden uit de running. Dus ik weet eigenlijk niet wat de opties nog zijn, behalve stoppen met bas spelen of leren spelen met links.

Maar gezondheid gaat boven alles, natuurlijk.
Ja, absoluut. Dit is iets waar mensen mee leren leven. Het is niet levensbedreigend of zo. Het zit denk ik een beetje in de familie van artritis. Meestal krijgen mensen dit rond hun vijftigste. Bij mij begon het eind veertig. Ik merkte dat mijn vinger krom begon te trekken en dacht: “Wat is dit? Wat gebeurt hier?” Ik dacht eerst aan een ‘trigger finger’, maar toen hoorde ik voor het eerst van Dupuytren’s contractuur. Ik had er nog nooit van gehoord. En onlangs las ik in de metalpers dat Dave Mustaine hetzelfde heeft. Hoe erg het bij hem is, weet ik niet, maar bij mij is het behoorlijk ernstig, zoals je kunt zien.

Dus je kunt nu helemaal geen bas meer spelen?
Ik speel met de vingers die ik nog kan gebruiken. En dat is enorm frustrerend, want soms verhindert het me om te spelen zoals ik wil. Het zorgt er ook voor dat bepaalde nummers niet meer op de setlist kunnen staan. Het is dus… ja, beperkend. Maar het heeft ProPain er niet van weerhouden om door te gaan. We zitten een beetje midden in dat dilemma.

Ik kreeg je teksten samen met het nieuwe album, en ik was echt onder de indruk van de kracht en eerlijkheid die eruit spreken. Je bent echt diep gegaan. Wat heeft je ertoe gebracht om zo ver te gaan?
Ik heb altijd gezegd: wanneer de wereld slechter wordt—en dat gebeurt meestal—dan wordt ProPain juist sterker. De band gedijt op de negatieve dingen die in de wereld gebeuren. We reageren daarop, we schrijven erover. Ik heb altijd gedacht dat we een soort sociale barometer zijn. We praten over wat er op dat moment speelt. Maar op een bepaalde manier blijven die platen tijdloos, omdat dezelfde ellende blijft terugkomen. ‘Foul Taste Of Freedom’ had gisteren geschreven kunnen zijn. Je hoeft tegenwoordig niet ver te zoeken voor zware, inspirerende thema’s. Het ligt allemaal recht voor je neus. Dan moet je alleen nog bepalen hoeveel je in elk onderwerp wil investeren. Wat politiek betreft: ik heb niet meer zo’n behoefte om daar veel over te schrijven. Iedereen heeft toegang tot dezelfde informatie online. Je ziet het aan de reacties op Facebook en zo. Ik voel niet echt de behoefte om daar nog over te gaan schreeuwen. We weten allemaal hoe fucked‑up dingen zijn. Als mensen erover willen praten, prima. Ik sta altijd open voor dat gesprek. Maar voor een album als ‘Stone Cold Anger’ is er vooral een algemeen gevoel van onvrede waar iedereen zich in kan herkennen. Dat raakt mensen, zeker degenen die het moeilijk hebben. Pro‑Pain heeft het altijd goed gedaan in markten waar mensen meer onder druk staan. Oost‑Europa bijvoorbeeld, daar zit een bepaald vuur in de mensen. En dat is precies waar Pro‑Pain altijd heeft gebloeid. Dus ja, ik ben trots op de teksten op dit album. Ze doen precies wat ze moeten doen. En ik zou echt verbaasd zijn als fans teleurgesteld zouden zijn.

Zoals je zei: ‘Oceans Of Blood’ is geschreven in 2026, maar het had net zo goed twintig jaar geleden geschreven kunnen zijn. Het klinkt nog steeds actueel.
Precies. En zoals ik net zei: zolang alles blijft afglijden—en dat lijkt het altijd te doen—zal er nooit een tekort zijn aan dingen om over te schrijven. Een van de meest ware uitspraken ooit is: “Weet je nog, de goede oude tijd?” Die uitspraak raakt nooit uit de mode. Mijn vader zei dat vroeger al. En ik dacht: “Dat is lang geleden.” Maar ja… mensen verlangen altijd naar betere tijden, terwijl de dingen eigenlijk steeds een beetje slechter worden. Hoe los je dat op? Dat is iets waar de luisteraar zelf over moet nadenken. Ik kan alleen laten zien hoe de dingen zijn. Heb ik de antwoorden? Nee. Dat is een groter gesprek. De wereld als geheel moet dat uitzoeken.

Ja, en ik denk dat de wereld nog veel werk te doen heeft. En het wordt altijd erger.
Ik weet niet waarom. En het zijn interessante tijden, want het voelt alsof de handschoenen uit zijn, op veel vlakken. Veel regeringen zijn ontmaskerd: ze doen eigenlijk nog steeds dezelfde onderdrukkende dingen die ze altijd al deden. Alleen is het tegenwoordig moeilijker om dat verborgen te houden, omdat we in het informatietijdperk leven. Neem bijvoorbeeld de Epstein‑bestanden en al die andere zaken die nu naar buiten komen. We ontdekken dat er behoorlijk verknipte mensen aan de touwtjes trekken. Veel mensen zijn daar echt door geschokt. En voor veel mensen is dit de eerste keer dat ze dat beseffen. Niet voor jou en mij, natuurlijk, maar voor een groot deel van het publiek wel. En dat is eigenlijk goed. Het voelt een beetje als een soort nieuwe Verlichting. We zitten er nog niet volledig in, maar misschien staan we aan het begin ervan. En dat is positief.

Een van mijn favoriete nummers—en atypisch ProPain—is ‘Uncle Sam Wants You’. Zie je dat als een vorm van protest?
Ik moest een creatieve manier vinden om het te zeggen. En dat is op zichzelf al een beetje eng, want het voelt bijna alsof je jezelf moet censureren. Als ik het in de derde persoon zet, kun je niet beschuldigd worden dat je het zelf letterlijk zegt. Tegenwoordig is het uitspreken van de waarheid soms gevaarlijk. Als je machtige mensen ontmaskert, loop je risico’s. Ik zeg niet dat mensen voorzichtig moeten zijn, maar ze moeten zich er wel bewust van zijn. Er gebeuren zoveel bizarre dingen dat het voor mij duidelijk werd dat verschillende regeringen wereldwijd hun eigen bevolking schade toebrengen. Maar als je dat hardop zegt—zeker in de media—kan dat gevaarlijk zijn, afhankelijk van hoe bekend of invloedrijk je bent.

Maar het nummer heeft ook zo’n sterke punk en rockvibe. Je wil gewoon meezingen en meedansen.
Ja, het is grappig op die manier, want de teksten zijn een paar tinten donkerder dan de muziek. Zoals je zegt: het is een heel toegankelijk en prettig nummer om naar te luisteren, met een supercatchy refrein. Ik ben echt blij met hoe het is geworden. Eric Klinger heeft volgens mij alle muziek voor dat nummer geschreven. Hij speelde vroeger in een band genaamd The Take. Ken je The Take? Dat is met Scott Roberts, die een tijd bij Biohazard zat en Evan verving in die periode. Hij speelt in een Oi‑band, The Take, en ze zijn echt goed. Eric was daar de bassist. Toen ik het nummer voor het eerst hoorde, zei ik tegen hem: “Dit heb je toch voor The Take geschreven?” Want voor mij klonk het echt als een Oi‑punknummer. Maar vreemd genoeg zei hij: “Nee, dat heb ik niet voor The Take geschreven.” Toen dacht ik: oké, hier kan ik iets heel tofs mee doen. Het was ook een makkelijk nummer om te arrangeren, omdat alle riffs duidelijk in dezelfde flow waren geschreven. Je hoefde ze niet als puzzelstukjes in elkaar te passen, ze pasten vanzelf. Van alle nummers op de plaat is dit waarschijnlijk het snelst geschreven. Ik denk dat het hele nummer—tekst, muziek, alles—binnen een uur klaar was. Dus ja, zoals je zegt: een heel cool, catchy nummer, en iets dat een beetje buiten de typische Pro‑Pain‑lijn valt, maar wel op een goede manier. Hetzelfde geldt een beetje voor de afsluiter ‘Sky’s Is The Limit’. Dat hadden we in de beginjaren nooit kunnen maken.

En toch is het er nu, en het is zo’n sterk nummer. Wat is het verhaal erachter?
Het is een eerbetoon aan mijn neef, Corey Meskil. Hij was zelf artiest—een rapper—en hij was er echt goed in. Hij noemde zichzelf Mescalator. Hij overleed door zelfdoding in 2024. Hij had een tatoeage waarop stond: “The Sky Is The Limit.” Dus ik dacht: voor een eerbetoon ga ik het nummer ‘Sky’s The Limit’ noemen. Alles in het nummer is opgebouwd rond het refrein. Het was een heel moeilijk nummer om te schrijven, zoals je je kunt voorstellen, vanwege het onderwerp. Maar het is wel een interessante en toffe prestatie voor de band, want het is echt nieuw terrein. En zulke nummers plaats ik meestal richting het einde van een album, omdat daar ruimte is voor dat soort experimenten. Je wil zoiets niet meteen aan het begin gooien, want dan denken de old‑school fans: “Wat is er met Pro‑Pain aan de hand?” Maar als je het achteraan zet, kunnen fans nieuw terrein veel makkelijker verwerken. En ik denk dat ze dat nummer echt gaan waarderen. Het is sterk geworden, heel catchy, en het komt echt uit het hart. Het kan mensen helpen omgaan met verdriet. Daarom klinkt het zo upbeat, maar zit er toch een vleugje verdriet in. Nu je het verhaal kent, valt alles op zijn plaats.

Ja, het is echt een mooi nummer.
Mijn broer—Corey’s vader—heeft het nog niet gehoord. Ik wacht tot de release dag van het album om het hem te laten horen.

Jij, Greg en Jonas zijn geweldige muzikanten en toffe gasten, maar met Eric heb je iemand terug uit jouw generatie, old school. Maakte dat een verschil op dit album?
Ja, absoluut. Je vergeet soms hoe goed de chemie vroeger was, naarmate de jaren voorbijgaan. Hij zat in de band, ik denk, van ’98 tot 2007. Toen hij terugkwam, was dat eigenlijk alleen tijdelijk, om wat shows te spelen die Matt (Sheridan – gitarist van 2016 tot 2024) niet kon doen. En omdat we toch vaak in België zijn, dacht ik: “Hé, Klinger woont in Mons, misschien wil hij een paar shows meedoen.” Toen hij terugkwam, was die oude chemie meteen weer daar. En op een avond zei hij tegen de hele band dat hij eigenlijk fulltime wilde terugkeren. Toen dacht ik: “Oké, dat moeten we bespreken.” En kijk waar we nu staan: hij is terug als vaste gitarist, iedereen is superblij, en we hebben een nieuw album om aan de fans te geven. Fantastisch.

Hij heeft zelfs wat groove teruggebracht, zoals in ‘March Of The Giants’. Was dat jullie eerste video met AI? Want het was een geweldige clip.
Dank je. We wilden iets anders doen. We hebben twee video’s op één dag opgenomen. We gingen naar de Rockerill in Charleroi. We begonnen met de ‘Oceans Of Blood’‑video, die een pure, recht‑voor‑z’n‑raap Pro‑Pain‑livevideo werd. Dat leek me een goede manier om terug te komen, zeker omdat we zo lang geen album hadden uitgebracht. Het voelde als een sterk statement. Later die dag filmden we ‘March Of The Giants’ Dus als je de camera omdraait bij ‘Oceans Of Blood’, dan zie je de trap waar we ‘March Of The Giants’ hebben opgenomen. Daarna gingen we naar de studio van de regisseur en filmden we wat dingen tegen een green screen. Ik zei: “Aangezien we dit allemaal op één dag doen, maken we ons later wel zorgen over de achtergronden. Het concept werken we volledig uit na de opnames.” Sommige beelden zijn zelfs hier in Sarasota (Florida) opgenomen, waar ik woon. Bijvoorbeeld die dystopische scènes met de man met het masker. Dat masker heb ik zelf gemaakt, van klei. Ik gaf het aan een lokale DJ, een technogast die graag video’s maakt. Ik zei: “Geef me wat abstracte beelden. Hier is het masker. Heb je een zwarte hoodie nodig? Ik stop er eentje in de tas.” Hij filmde die draaitafel waar vonken vanaf komen en dat deed hij met een slijpschijf. En hij maakte de shots met het masker. De regisseur heeft dat materiaal vervolgens verwerkt in de clip, op het grote scherm en in andere scènes. Ik ben echt blij met hoe het geworden is. Het laat verschillende vormen van controle zien, een soort dystopisch Orwelliaans beeld door de tijd heen. Je ziet periodes van militair machtsvertoon, propaganda, AI… en daarom begint de video ook met die AI‑beelden. De klok loopt achteruit, omdat we terug in de tijd gaan. Er zit veel in om over na te denken. Als je de video tien keer bekijkt, haal je er telkens meer uit dan wanneer je hem één of twee keer ziet.

Hoe hebben jullie eigenlijk opgenomen tegenwoordig? Want 75% van de band komt uit België. Je zou bijna kunnen zeggen dat jullie een Europese of Belgische band zijn. Werkten jullie door bestanden heen en weer te sturen, of kwamen jullie echt samen op een geheime plek in België?
Nou, we zijn eigenlijk al langer een Belgische band dan een New Yorkse band, als je puur naar de tijd kijkt. Als je kijkt naar hoe lang bepaalde line‑ups hebben bestaan, dan is dat gewoon zo. Mensen noemen ons een New York band omdat we daar vandaan komen. Dat was de oorspronkelijke basis. Maar door de jaren heen heb je natuurlijk line‑up wissels hier en daar. En dan ineens is het niet zo “New York” meer, maar veel internationaler. Eric Klinger komt uit Pittsburgh, maar woont al jaren in Mons, België. Jonas (Sanders – drummer) komt uit Brussel en Greg (Discenza – gitaar) uit Charleroi. Dus ja, je zou kunnen zeggen dat we een Belgische band zijn. Dat is wel allemaal Franstalig België.
Jonas wel, ja. En Charleroi en Mons zijn natuurlijk ook Franstalige gebieden. Wanneer we reizen, was dat meestal de voertaal. Toen Greg net bij de band kwam, was zijn Engels niet zo goed. Maar inmiddels spreekt hij het perfect. Er zijn totaal geen communicatieproblemen, wat geweldig is. In het begin maakte ik me daar wel zorgen over. Ik dacht: “Misschien moeten ik Frans leren.” Maar het zou ons waarschijnlijk langer kosten om Frans te leren dan hem om Engels te leren. De jongens zijn gewoon heel fijne mensen om mee te werken. Er is nooit gedoe. Ik ben dankbaar dat Pro‑Pain tegenwoordig zo’n makkelijke, stabiele line‑up heeft. Iedereen weet wat hij moet doen. We komen aan, spelen de show, iedereen heeft plezier. Dit is echt de perfecte bezetting voor waar we nu staan als band.

Het album heeft ook meer backing vocals en van die typische hardcore‑shouts.
Klinger doet graag achtergrondzang. Hij heeft een goede stem en kan ook echt melodieus zingen. En dat naast het feit dat hij een geweldige ritmegitarist is. Er zit dus veel in zijn pakket. En alles op dit album is in‑house gedaan: mastering, productie, zelfs het artwork. Dat is gemaakt door de broer van de verloofde van mijn zoon. Alles bleef binnen de familie. Alleen de videoproductie was extern, door een Belg trouwens.

Dit is ook jullie eerste album via Napalm Records. Is het nog steeds moeilijk voor een band als Pro‑Pain, met zo’n grote naam, om het juiste label te vinden? Nou, Napalm is perfect voor Pro‑Pain. Ze hebben veel “klassieke bands”, zowel metal als hardcore, met een sterke basis. En op z’n minst houden ze dat goed in stand. Ik dacht: “Met Napalm kunnen we misschien zelfs nog een stap hoger zetten.” We zullen zien. Tot nu toe gaat alles goed. Ze zijn professioneel en echt betrokken. Bij het volgende album kan ik je vertellen hoe ze het hebben gedaan.
Twee jaar geleden zat ik bij jou bij een gemeenschappelijke vriend. We hadden het toen over hoe een groot land als de Verenigde Staten maar twee presidentskandidaten heeft. En nu, al die jaren later, zie je wat er allemaal gebeurd is. Als je thuis zit en je berekent de inkomsten en kosten van een tour, met al die kilometers, en je ziet de prijzen zo hard stijgen… wat doet dat met je? Word je daar verdrietig van, of denk je: we zien wel waar het eindigt? We hebben hier in de VS nooit echt veel keuze gehad tussen partijen. Ze noemen het de “illusie van keuze”. En ja, we zien al die kosten maar stijgen. Ik kon het niet geloven. Ik kocht laatst een mini‑kettingzaag voor 30 dollar, spotgoedkoop, met twee batterijen en alles erop en eraan. Maar als ik naar een lokaal restaurant ga en een garnalencocktail bestel, kost het 25 dollar. Het is absurd hoe duur eten hier is geworden. En benzine—jullie kennen dat in Europa—dat is ook krankzinnig. Hier is het nog altijd goedkoper dan bij jullie, maar mensen flippen nu omdat het zo hard stijgt. Ze zijn dat niet gewend. Wie er president is, maakt eigenlijk nooit veel verschil in het leven van gewone mensen. We willen dat het verschil maakt, maar in de praktijk dekken ze elkaar allemaal. De kandidaten praten slecht over elkaar, maar uiteindelijk zie ik ze samen op de golfbaan staan. Voor de gewone man—en dat geldt bijna overal—is het een eindeloze strijd. En zolang die problemen blijven bestaan, is er ruimte voor een band als Pro‑Pain om te blijven schijnen.

Hoe ziet de toekomst van het tourleven er voor jou uit?
We gaan in mei weer op pad. Het wordt geen constante tour, maar vanaf mei blijven we de rest van het jaar spelen. We hebben een paar heel mooie dingen gepland voor de zomer. We doen ook een aantal shows als support voor Die Böhsen Onkelz in Duitsland. Dat is behoorlijk groot voor ons. We spelen in voetbalstadions vijf shows. Dat is serieus werk. En het wordt leuk. Ik denk niet dat we ooit eerder in een voetbalstadion hebben gespeeld. Wel op grote festivals, maar dit wordt echt iets anders. En met die gasten op het podium staan is een ander niveau, want hun fans zijn zó fanatiek.

Het is typisch voor een Duitse Napalm‑Records‑band: duizenden fans in Duitsland, maar buiten Duitsland kent bijna niemand ze.
Ja, het is ongelooflijk. We hebben eerder met Onkelz gespeeld en het blaast je elke keer weer omver hoe toegewijd die mensen zijn. Iedereen zingt elk woord van elke song mee. Het is echt ontroerend. Dat gaat verder dan fan zijn, dat is een levensstijl.

Maar dat geldt ook een beetje voor Pro‑Pain. Jullie spelen niet altijd in de grootste zalen, maar jullie zijn een bekende naam met heel loyale fans.
Dat klopt. Op een veel kleinere schaal, maar we hebben fantastische fans. Dankzij hen kunnen we dit nog steeds doen.

Hoe benaderbaar ben je als mensen je op straat herkennen?
Geen probleem. We hebben een comfortabel niveau van bekendheid. Ik ben altijd aanspreekbaar, maar word niet vaak aangesproken. Dat is fijn, want ik waardeer mijn privacy enorm. Bij bands zoals Onkelz is dat anders. Als zij door Frankfurt lopen, worden ze overrompeld. Normale dingen doen is onmogelijk. Ik denk dat ze al lang voorbij het punt zijn dat het nog leuk is. Het moet echt een last zijn. Dat valt onder: wees voorzichtig met wat je wenst.

Volgend jaar viert Pro‑Pain zijn 35‑jarig bestaan. Plannen?
Technisch gezien is het dit jaar. Sommige mensen kondigden het vorig jaar aan, dus je vergist je niet. Ik heb het op flyers gezien. We bestaan al zo lang dat mensen makkelijk de tel kwijtraken. Maar 2026 is officieel jaar 35. We begonnen begin 1991, nadat mijn vorige band Crumbsuckers stopte.

Leuk om te horen. Ik dacht bij mezelf een interview met Gary kan enkel maar als ik er een biertje bijneem.
Oh, heb jij een bier? Dan drink ik er eentje met je mee. Via Zoom dan. Het is geen Belgisch bier, maar…proost.

Social media