Lords of Metal
Arrow Lords of Metal

Roadburn 2026 – 013 Tilburg – vrijdag 17 april 2026

“maar dan wel een stukje harder en met dikke lagen feedback die op momenten als een deken over de muziek ligt”
Wat is er al veel gezegd over de Roadburn community. Dat die zo bijzonder is, dat de bezoekers er misschien woest uitzien maar vooral op zoek zijn naar een knuffel en open staan voor alles. De openheid en uitgesproken andersheid van de Roadburners weerspiegelt zich in de programmering – breder, diverser en in sommige opzichten gewaagder dan ooit. 
14 mei 2026 I Tekst: Jan-Simon Hoogschagen en Bas Smit fotografie: Edwin Hoogschagen, Bas Smit

Het programma van de vrijdag was ook weer een puzzel, zij het dat er dit keer wat meer lucht tussen de aangekruiste shows zat. We hoefden dus niet per se als een malle van zaal naar zaal te hollen. Wat wel een ding bleek te zijn was het buitengewoon vroeg geplande optreden van Yellow Eyes. Om 1 uur ’s middags (1 uur!!!) mochten ze in The Engine Room aftrappen en dat bleek voor ons toch wat aan de (te) vroege kant. We vielen ongeveer halverwege in de show en het bleek dat er genoeg vroege vogels waren, want we konden met moeite helemaal achterin ons opstellen om nog een stukje mee te pakken. Deze Amerikanen, niet voor het eerst op Roadburn, maakten vorig jaar indruk met hun plaat ‘Confusion Gate’, waarin veel ruimte was voor natuurgeluiden en bijzondere instrumentatie. De op zich niet heel bijzondere black metal Amerikaanse stijl krijgt er net iets extra’s door. Dat al die details op het podium moeilijk te reproduceren zouden zijn, was geen verrassing. De extra’s kwamen uit een doosje en dat werkte ook, al was het een vreemd gezicht om allerlei toetsenpartijen te horen zonder dat je de toetsenist ook maar een knop of toets zag indrukken. Het contrast van zingende (vroege) vogels en serene keyboardpartijen met de ijzige, aan de cascadian black metal van acts als Wolves in the Throne Room en Panopticon herinnerende black metal was groot. 

Al met al was Yellow Eyes meer een warming up voor het eerste niet te missen evenement van de dag. In de andere zaal van de Koepelhal zou het speciaal voor deze Roadburn gemaakte stuk van Kim Hoorweg en Teardrinker worden gespeeld. Er was vooraf flink wat aandacht aan gegeven en de verwachtingen waren daarom hooggespannen. ‘I hope this hurts’, zoals het speciale project was genoemd, was in veel opzichten gefundenes Fressen voor de Roadburncommunity. Een zwaar beladen aanklacht tegen elke vorm van systematisch geweld en uitbuiting op basis van geslacht, ras, klasse en etniciteit, gelardeerd met citaten op de backdrop van filosofen, politici en schrijvers. De koepelhal hing vol met pamfletten van de band waarin de achtergrond van het stuk werd uitgelegd. Het was nog net geen vakbondsbijeenkomst of congres van een politieke partij, maar het scheelde niet veel. Zoveel boodschap kan de kunst in de weg zitten en hier was het op het randje. Teardrinker is ook muzikaal compromisloos, met post metal die een kronkelend pad volgt langs screamo, sludge en zelfs flardjes black. De achtergrond van Kim Hoorweg, ooit als cello-wonderkind in de jazzwereld begonnen, kwam even terug wanneer ze de cello ter hand nam om een laag toe te voegen aan de zware riffs. De sloganeske oneliners bleven over het scherm vliegen. Quotes als ‘Kindness is rebellious’, ‘No pride for some of us, without liberation for all of us’, woorden van Hannah Arendt, Martin Luther King, James Baldwin maar ook de kruidenwetenschap van heksen, zij die vroeger aan de rand van de maatschappij stonden en daarop werden aangekeken. Op de een of andere manier paste zoveel maatschappijkritiek prima bij de screamo en sludge metal met zware riffs en zoals gezegd cello accenten. Met een slotakkoord waarbij nog een compleet koor het podium opkwam, kwam een eind aan de indrukwekkende ceremonie die misschien een preek voor eigen parochie was, maar daardoor niet minder belangrijk. Wordt ongetwijfeld vervolgd (al is dat misschien een wat ongelukkige woordkeuze, ‘I hope this hurts’ ging tenslotte vooral over alle vormen van vervolging) – op plaat en dvd.

Na zoveel emotie en heaviness is het goed dat het niet allemaal op die manier impact moet hebben. Neem Planning for Burial bijvoorbeeld. De bandnaam is heftiger dan de muziek die de eenmansformatie van Thom Wasluck produceert. Met flink wat hulpmiddelen smeedde de man een jaren tachtig indie geluid dat doet denken aan The Cure (op hun betere momenten) en bands als The Wipers: doomy – op de jaren tachtig indie manier dan – met duidelijke shoegaze elementen.  Het is een aardig tussendoortje, maar ook niet veel meer dan dat. 

Dat kan niet gezegd worden van de eerste act op de Main Stage. Wiegedood mocht daar de vrijdag laten beginnen. Wat, alwéér Wiegedood op Roadburn? De band lijkt de nieuwe Yob, Neurosis, of toepasselijker: Amenra van Roadburn te worden. Na 2018 en 2022 is het in 2026 andermaal raak. Maar Wiegedood zou Roadburn niet zijn, en vice versa, als er niet iets speciaals van hun aanwezigheid is gemaakt. Er keren vaker bands en artiesten terug op Roadburn, meer dan ooit leek wel dit jaar, maar niet zelden met een bijzondere en/of speciale invulling. Was het in 2022 met een integrale uitvoering van het album ‘There’s Always Blood at the End of the Road’, deze keer hebben ze hun Belgische vrienden van Bl!ndman uitgenodigd. Bl!ndman zal voor de gemiddelde bezoeker een onbekend gezelschap zijn, want het is een saxofooncollectief dat al sinds 1988 (!) overwegend (hedendaags) klassieke muziek in een modern(er) jasje steekt. Zo heb ik een cd met orgelwerken van Bach die ze getransponeerd hebben naar saxofoon (‘32 Foot – The Organ Of Bach’). Een luistertrip waard.
Samen met vier leden van Bl!ndman hebben de drie mannen van Wiegedood een werk van een dik uur gecomponeerd. Op voorhand rept artistiek leider van Bl!ndman, Tomas Serrien (tevens muziekfilosoof en o.a. schrijver van het machtig interessante boek ‘Hoor: Of Is Dat Geen Muziek?’) over invloeden van Giacinto Scelsi, James Tenney, Earth, Pandit Pran Nath en Éliane Radique. Afgezien van Earth zou ik stellen: je krijgt een vrijkaartje voor Roadburn 2027 als je van al deze artiesten terstond moppies kan neuriën.
De opstelling op het podium was al wonderlijk. Midden op het podium stonden de microfoonstandaards en blaasinstrumenten van Bl!ndman, van bassaxofoon tot klarinet en alle toonsoorten daartussen. Links voor het drumstel stond een theremin. Rechts achterin, naast het drumstel stonden twee joekels van gongs. En geheel links en geheel rechts stonden stellages waaraan twee ijzeren platen aan opgehangen waren, elke plaat met een uitstekende ijzeren pinnen van verschillende lengtes. Alsof ze het in de uitverkoop van Einstürzende Neubauten hadden overgenomen.
Het stuk ving aan met de laagste akkoorden van een brommende bassaxofoon waarna Levy van Wiegedood zijn keelzang opzette: nondeju, daar was meteen al kippenvel! Het stuk was donker, duister, minimal en de andere drie leden van Bl!ndman slopen ook het podium op om dissonante akkoorden aan de brommende soundscapelaag toe te voegen, waar onderwijl leden Wiegedood sacrale doodsklanken sloegen op de ijzeren platen (waar later tijdens de uitvoering ook met strijkstokken over die ijzeren pinnen werd geschuurd). ‘n Machtig indrukwekkend opening van tien minuten. Het werk ging qua klank, (a)tonaliteit en uitvoering van zeer minimaal en verstillend naar explosief heftig en chaotisch, waarbij de stroboscooplichten de muzikale heksenketel versterkte. Bij die heftige explosies moest ik denken aan de symfonieën van avant-garde componist Glenn Branca. Ik vond de combinatie Wiegedood en Bl!ndman verrassend goed en vloeiend uitpakken, voor zover je bij deze experimentele muziek van ‘vloeiend’ kan spreken. Niet alle momenten waren even indrukwekkend, soms duurde passages een tikje (te) lang, maar er was een continue dreiging en spanningsveld waarbij je je afvroeg: wat gaat er gebeuren? Na een klein uur werd die vraag met een indrukwekkend uitroepteken beantwoord, want het collectief eindigde met de enige herkenbare klanken van hun optreden, namelijk een alles verzengende versie van ‘FN SCAR 16’, hét verwoestende prijsnummer van Wiegedood, maar nu met vier blazers. Wat een apotheose!

Op een zelfde tussendoortjesmanier als Planning for Burial is er onderwijl in de Hall of Fame ruimte voor rust en introspectie met een aantal folky en ambient acts. The Mon, een hobbyproject van de bassist van Ufomammut laten we schieten, maar we gluren even bij Milkweed, een bijzonder avant-folk duo uit Groot-Brittannië. Het is folk Jim, maar niet zoals we het kennen, zou Mr. Spock gezegd hebben over dit gezelschap. Fragmentarische snarenplukkerij als achtergrond bij verhalende teksten gebaseerd op oeroude Keltische teksten als The Taín en de verhalen rond de zoon van de Ulsterse held Cú Chulainn. Het was alleen jammer dat de twee bandleden, zittend op het lage podium, amper te zien waren en dat de typisch Ierse verhalen met een opvallend niet Brits of Iers accent werden gebracht. Noem me een snob, maar het stoorde mij.

Even later kwam een herkansing in de vorm van Haress. Deze band uit Shropshire, het grensgebied van Engeland en Wales, pakte het een stuk traditioneler aan, en inventiever. Met touwtjes en katrollen werd op afstand een shruti box bediend en met belletjes op schoot en aan de enkels werd het geluid van twee gitaren en een rudimentair drumstel verrijkt. De gitaren werden op niet conventionele wijze bespeeld met bellen, strijkstokken en stokken. Al zag het er niet direct zo uit, dit was een groep die ervaring had met het heavier en experimentelere genre met optredens als voorprogramma van Godspeed! You Black Emperor, Steve von Till en Big Brave en shows op grote alternatieve festivals. Er waren wat technische strubbelingen waardoor het zeker in het begin niet ging zoals gepland, maar naar mate de show vorderde kwam de schwung er meer en meer in. Onder leiding van zangeres en gitariste Elizabeth Still was er een heuse singalong. We hadden allemaal een kaartje gekregen met de songtekst van Skylarks, het titelnummer van het album van vorig jaar, en ja hoor, of we met zijn allen mee wilden zingen. Na een wat twijfelende aanloop zat de tekst erin en kon de band ophouden, het publiek zong vrolijk verder. Het kampvuur was het enige wat nog ontbrak bij deze Kumbaya  erlebnis, waarbij het enthousiasme en de blijdschap bij Elizabeth bij het slagen van dit experiment aandoenlijk was. Het was misschien minder vernieuwend dan Milkweed, maar de amusementswaarde was een stuk hoger. 

Tussendoor hadden we een uitstapje gemaakt naar Kowloon Walled City, geen toeristische trekpleister maar een band die ook al weer wat jaartjes meedraait, zonder echt een deuk in het pakje boter dat brede erkenning heet heeft weten te slaan, al is het intussen alweer meer dan tien jaar oude album ‘Container Ships’ destijds goed ontvangen. Dat hoeft op Roadburn geen belemmering te zijn, integendeel soms. Het past bij Roadburn, bands die legendarisch in zeer kleine kring zijn. Misschien dat het komt door het net-niet gehalte van alles wat de band doet. De podiumpresentatie is niet heel boeiend en de muziek is een beetje van alles. Noise rock meets metal. Het was niet slecht, maar grote indruk maakte het nu ook niet bepaald. 

Twee jaar geleden speelde Agriculture een overrompelende set op Roadburn waar ik nu nog steeds een brede glimlach van krijg. Hun ‘ecstatische’ black metal werd met zoveel flamboyant plezier en vrolijke hysterie gebracht dat ik af en toe nog steeds met een binnenpretje terugdenk aan dat optreden. Een optreden die echt is bijgebleven. Toen stond de band in de The Terminal, dit jaar staan ze een treetje hoger in de Main Stage. En die is afgeladen vol. Hun laatste album, ‘The Spiritual Sound’ (2025), welke ze deze middag integraal zullen spelen, heeft voor een definitieve doorbraak gezorgd, dus ik verwacht dat ze qua populariteit binnenkort een maatje te groot zijn voor Roadburn. Denk aan artiesten als Chelsea Wolfe en Anna von Hausswolff. Strak om 17.20 gingen de zaallichten uit, maar minutenlang gebeurde er helemaal niks. Het publiek bleef muisstil, keurig netjes opgevoed alsof het naar een Omroep Max-georganiseerde trip naar het Concertgebouw is gegaan, en ik moest me inhouden om niet heel puberaal en baldadig ‘SLAYERRRR!’ te brullen. Een enkele joelpartij kreeg even navolging, maar de aanhoudende stilte was nogal zelfbewust en bijna aandoenlijk. Na een minuut of zes kwamen de bandleden doodgemoedereerd aansjokken en lieten ze hun links-anarchistische blackgaze los op het publiek. Ik stond met eenzelfde glimlach er naar te kijken, maar langzaam verdween die glimlach. Ik miste diezelfde grijns ook op het podium. Het uitbundige spelplezier met de kamerbreed gelukzalige smoeltjes en bijna stichtelijke blikken leek deze keer te zijn ‘ontwikkeld’ naar een meer serieuze aangelegenheid. Het klonk allemaal een stuk minder ongedwongen en waar ik eerst moest grinniken om de eindeloze blastbeatsalvo’s en eindeloos voortdurende apotheose-riffs, daar klonk het nu allemaal wat… conventioneler. Hier speelde een band die naar behoren hun blackgaze speelde, tot grote waardering van het publiek die er net zo enthousiast op reageerde als Deafheaven in 2023, maar het had een van de vele andere bands kunnen zijn in dit metier. Hoe snijdend agressief bassiste Cali Bellow ook haar screams de zaal inslingerde, ik miste die eigengereide blijdschap wat het optreden van de band twee jaar geleden zo bijzonder maakte.

Drie dagen achter elkaar Acid Mothers Temple. Het is zoiets van drie marathons lopen in drie dagen, er zijn mensen die het doen en er een kick van krijgen, maar moet een normaal mens dit doen? Acid Mothers Temple is een band waarvan iedereen denkt dat die al lang eens op Roadburn heeft gestaan. Als je de enorme wall of fame in de centrale ruimte van de Koepelhal bekijkt, dan bekruipt je het gevoel: wie is er eigenlijk nog niet geweest in de afgelopen 26 jaar en 30 edities? Nou, Acid Mothers Temple dus. Het had iets te maken met niet aansluitende schema’s, maar dat kon nu in één keer goed gemaakt worden. Niet één Acid Mothers Temple, nee, drie keer konden we ons vergapen aan de vergevorderde psychedelische gekte die dit gezelschap onder leiding van Kawabata Makoto al ruim dertig jaar is. Wie de moeite heeft genomen zich te verdiepen in dit Japanse fenomeen weet dat AMT geen easy listening is en dat het alle kanten op gaat, behalve rechtdoor. Dat bleek al bij de aftrap van deze tweede show, gewijd aan het heden, “Present”, in lijn met het Roadburn thema van dit jaar. Een razende freeform geluidsexplosie van ongeveer twee minuten, een jam met gezamenlijk begin en eind en daartussen geen regels, was waarmee de show begon en het was exemplarisch voor wat er verder gebeurde. Stukjes psychedelische jamrock werden afgewisseld met typisch Japanse hysterische performance art die gebaseerd leek op klassieke horrorfilms en nog veel meer. De enige constanten waren de op een razend tempo doorrammende drummer die sneller roffelde dan zijn schaduw en de 24-7 gitaarsolo’s van Makato. Het was vermakelijk en tegelijkertijd ontzettend vermoeiend. Zo ongeveer als ik me het lopen van een marathon voorstel. Voordat de kramp toesloeg besloten we dat het genoeg was.

Na de honger gestild te hebben was het tijd voor een tweede dosis vrije vorm gekte. In hetzelfde straatje en tegelijkertijd totaal anders, dat was het Zweedse Backengrillen, een formatie die bestaat uit drievierde van de punkband Refused, aangevuld met de baritonsax van Mats Gustafson en een dwarsfluitiste. Saxofoon en fluit – ingrediënten voor easy listening? Misschien elders, maar niet in dit geval. Gisteren had de eveneens Zweedse formatie Fauna (GBG) al een belangrijke dwarsfluitinbreng, maar die was achteraf gezien vrij traditioneel. Allesverschroeiende free form death jazz met een punk attitude, dat was wat ons gitaarloos werd voorgeschoteld door Backengrillen. Door de bijdragen van Hans Verpulver en Berdien Noiseberg, werd die gitaar niet eens gemist, hij was waarschijnlijk niet eens te horen geweest in het ongekende geweld dat Backengrillen was. Piepende, ronkende en zuchtende saxgeluiden, aangevuld met overstuurde, gillende en vervormde fluitklanken, het was heel vervreemdend en naar mate de oren verder afstierven, best interessant. Het was in ieder geval uniek en nog niet eerder op deze manier vertoond. Als het optreden van Backengrillen iets heeft opgeleverd, dan is het wel dat bewezen is dat je met een dwarsfluit meer kan dan gedacht. 

Na de fantastische en meer dan memorabele set van de Zweedse barbecue-beesten staat in de Main Stage de tweede set van Cult Of Luna op punt van beginnen. Gisteren moest ik helaas de ‘early set’ verstek laten gaan, maar voor hun ‘late era set’ sta ik bijna vooraan. Het is inmiddels de vijfde keer op Roadburn (inclusief gisteren) en de 26e (!) keer dat de band in Nederland optreedt. Heel veel optredens heb ik hiervan gemist, maar ik was wel bij hun allereerste optreden in 2004, samen met zo’n honderd man in de inmiddels ter ziele gegane Goudvishal in Arnhem, samen met Heaven Shall Burn en het eveneens Nederlandse debuut voor The Ocean. In dik 20 jaar is er qua impact weinig veranderd. Was het zaaltje van de Goudvishal nauwelijks groot genoeg om alle zeven bandleden enige speelruimte te geven, toen was dat optreden net zo explosief en indrukwekkend als dat het deze avond was met de huidige zes bandleden. Deze keer ook met een overweldigend geluid, twee drumstellen en een bijzonder smaakvolle (witte) lichtshow. Achter de band staan vier, schuin geplaatste monolieten die zo uit het rekwisietenmagazijn van ‘2001: A Space Odyssey’ vandaan lijken te komen. Het geeft de presentatie een soort post-apocalyptisch scifi-sfeer. Screamer Klas Rydberg is er al jaren niet meer bij, maar bandleider, gitarist en medeoprichter Johannes Persson staat me met zijn orang-oetangbrul toch een partij zelfverzekerd en overtuigend het alfamannetje te wezen: allemachtigprachtige growls. Vast bandlid Magnus Lindberg is er op Roadburn niet bij, maar zijn drum-, slag- en gitaarwerk wordt adequaat uitgevoerd door Christian Augustin (o.a. van Khoma). Ook Cult Of Luna geeft het Roadburnthema ‘Past, Present and Future’ navolging, want ondanks dat ze ‘slechts’ twee keer optreden middels een ‘early’ en ‘late era’ set, kwam deze avond ook een stukje ‘future’ voorbij middels het nieuwe ‘In The Shadow of Your Shadow’. Verder komt er werk voorbij van de albums ‘Vertikal’, ‘A Dawn To Fear’ en ‘The Long Road North’, waarvan het magnum opus van die laatste plaat, ‘Blood Upon Stone’, de afsluiter was van dit monsterlijke optreden. Ik weet niet of volgend jaar Neurosis geboekt zal worden – hun eerste plaat in tien jaar is weer een voltreffer – maar die zullen nog een zware dobber hebben om dit te evenaren.

Tijdens en na Cult Of Luna speelde Mandy, Indiana uit Manchester, een eclectisch kwartet rondom de zwartharige zangeres Valentine Caulfield. Eclectisch is een woord dat zeker op Roadburn een nietszeggend containerbegrip is (geworden), dus eigenlijk verschuil ik me achter een lege huls en wist ik niet zo goed wat ik ervan moest vinden. Het was behoorlijk dansbaar met techno-, electro- en industrialbeats, maar wel met een echte drummer, de toetsenis en gitarist gooiden er allerhande psychedelische geluidjes uit en Valentine zelf zong op een mysterieus sexy onderkoelde of vilein bijtende wijze alsof electroclash weer helemaal hot and happening is (al lijkt dat met het recente succes van Slayyyter ook het geval te zijn). Toch denk ik dat ik hun recente plaat ‘URGH’ een kans moet geven, want er zat wel een geladen spanning in hun sound. Wellicht is het een soort Vive La Fête voor gevorderden? 

Wat zou je op Roadburn moeten zonder de Timesquare app? Je zou nog steeds prima je weg kunnen vinden, maar je zou wel alle last-minute toevoegingen aan het programma missen. Je had kunnen zien dat het gapende gat in de programmering van The Engine Room gevuld werd met Armand Hammer. Daar hadden we niet veel aan, los van het feit dat we geen idee wat dit voor act was (hiphop bleek na enig onderzoek), want wij waren druk bezig met verbijsterd zijn bij Backengrillen. Maar ongeveer tegelijkertijd werd aangekondigd dat in de Skate Hall een oude bekende zou optreden, de Nederlandse spacerock stonerformatie The Machine. Na een periode waarin er niet zoveel gebeurde is het ineens druk rond deze band. Twee weken geleden nog prominent aanwezig op het StonerGrungeFest in Utrecht, nu dus als verrassing terug op Roadburn. Was het echt al vijftien jaar geleden dat dit trio, toen nog in een iets andere samenstelling, voor het laatst op het programma stond? Ja oudje, het is echt al zo lang geleden. Het was de band niet aan te zien. Van de oude bezetting was alleen David Eering, voorman, gitarist en zanger, nog over, maar de nieuwe rekruten was niet aan te zien dat ze niet de jarenlange ervaring van David hadden. De band was snaarstrak en speelde met een aanstekelijk jongehonden enthousiasme. Zonder dat het vooraf werd aangekondigd waren we in select gezelschap, meer dan 100 à 150 man waren er niet op de skatebaan, getuige van een voorpremiere van het langverwachte nieuwe achtste album van The Machine, dat naar verluid ergens in het najaar moet uitkomen. Het album werd integraal van begin tot eind gespeeld en pas toen de laatste klanken wegstierven tussen de ramps en quarterpipes onthulde David waar we de afgelopen drie kwartier naar geluisterd hadden. Details zoals songtitels, je houdt ze van ons tegoed. Wat we wel kunnen delen is dat het vintage The Machine was, een psychedelische wall of sound die klonk alsof het gisteren was en niet vijftien jaar eerder dat de band zijn plek op de Roadburn Wall of Fame verdiende. Als toegift volgde nog wat ouder werk. De concurrentie (Cult of Luna om precies te zijn) was hevig, maar de happy few heeft iets bijzonders meegemaakt. 

Na zoiets is het altijd de vraag, wat nu? Omdat we hoorden dat de rij bij Zu hopeloos lang was, viel die optie al snel af. Uit praktische overwegingen (het dichtstbij) viel de keuze op Bosse-de-Nage, bij geen van ons drieën echt bekend. Dat ligt natuurlijk vooral aan ons, want we hadden deze black metal band uit San Francisco onder andere kunnen kennen van de split die ze maakten met Deafheaven. Bovendien bestaat de band al een kleine 20 jaar, dus we hadden ze kunnen opmerken. Dat hebben we niet gedaan en zodoende hoorden we de black metal met daarin verwerkt snufjes shoegaze, screamo en post-weetikveel, voor het eerst in The Engine Room. Ons slappe excuus is dat er gewoon teveel bands zijn. Hoe kun je ze allemaal kennen? Tegelijkertijd, na ongeveer tien minuten de op zich niet onverdienstelijke black metal te hebben aangehoord, besluiten we dat het ons niet genoeg weet te boeien om de volle vijftig minuten uit te zitten. Alleen Bas blijft nog langer plakken, want hij vond met name de zanger een fascinerende verschijning en performance geven. De man, kort geknipt en gehuld in een zwarte spijkerbroek met keurig net zwart overhemd ogend als een ambtenaar die vanwege manische depressies met onbetaald verlof thuis moet zitten, liep tijdens de nummers onrustig heen en weer te ijsberen en had een verwrongen, wanhopige blik tijdens de zanglijnen die hij op een declamerende wijze eruit schreeuwde. Zijn ietwat curieuze presentatie werd nog wat merkwaardiger doordat hij regelmatig vrij langdurig gluurde in een openstaand, bruin jaren 70-reiskoffertje dat op een tafel op het podium stond: denk aan het model dat Mr. Bean had. Moest hij zijn songteksten daarvandaan aflezen? Het bleef onduidelijk, behalve dat hij met enige regelmaat een stapeltje papiertjes uit die koffer haalde en in de lucht gooide. Ik wist er een paar uit de lucht te grijpen en dat bleken bladzijden te zijn uit boeken van Samuel Beckett (‘Molly’) en Jorge Luis Borges ( ‘The Other’). De zanger is dus een belezen man. Tenzij hij net als ondergetekende lijdt aan tsundoku en de boeken daarom maar kapotscheurt en tijdens een optreden in de lucht gooit? De gitarist leek trouwens als twee druppels water op oud-ALOM-medewerker Michiel Barten, maar ik kreeg tijdens het optreden van Michiel bewijs dat hij toch echt achterin de zaal stond en niet op het podium.

Jan-Simon en Edwin lieten Bosse-de-Nage dus voortijdig voor wat het was en ze begaven zich in stevige looppas en geheel in tegenstelling met hun voornemen om dit keer minder van de ene band naar de andere te hollen, naar de grote zaal van 013 om daar Nothing als afsluiter van de vrijdagavond te gaan aanschouwen. Het blijkt al snel een goede keuze. Nothing, verscheen uit het niets op de radar in 2014 met het album ‘Guilty of Everything’, wat hun meteen ook een uitnodiging voor Roadburn opleverde. Dit jaar verscheen ‘A Short History of Decay’ en dat nieuwe album vormt het uitgangspunt voor de set bij de bands derde bezoek aan Roadburn. Metalbands die shoegaze gebruiken om hun muziek te verrijken, dat is niets nieuws meer. Shoegazebands met een metalrandje zijn een stuk zeldzamer en Nothing is een exponent van deze aanpak. Nothing klinkt af en toe behoorlijk als My Bloody Valentine en Loop, maar dan wel een stukje harder en met dikke lagen feedback die op momenten als een deken over de muziek ligt. Voeg daarbij de bijzondere, zachte en hoge zangstem van voorman Domenic Palermo en de niet aflatende stroom bijzondere beelden op de backdrop en je hebt iets bijzonders. De filmfragmenten, van willekeurige geweldscenes uit Hollywoodfilms, dierenfilmpjes, dronefootage van het Oekraïense front tot Japanse en Russische arthousefilms zoals de even beroemde als obscure film ‘The Colour of Pomegranates’ uit 1969: de combinatie van de muziek en de beelden maakt dat je blijft kijken. De cinefiele shoegaze van Nothing is zeker niet niets. Het is een goede afsluiting van een bijzondere tweede dag.

Al willen we niet pretenderen betrouwbaar statistisch onderzoek gedaan te hebben, het viel op dat er deze dag wel heel veel bands te zien waren die we al eerder op Roadburn gezien hadden, of op zijn minst hadden kunnen zien. Was dat erg? Nee, dat vonden wij niet erg, al was niet bij iedere herhaling de impact even groot als de eerste keer. Ook dat is normaal.

Social media