Nachtheem – Waan Van De Leegte
Terratur Possessions
Release datum: 6 juni 2026
“Waar Nachtheem in uitblinkt, is de integratie van meer introspectieve en duistere neofolk en ambient in het herkenbare black metal geluid. Gelukkig maar, er zijn tenslotte al genoeg bands die gespecialiseerd zijn in het zo goed mogelijk lijken op andere bands.”
Jan-Simon Hoogschagen I 20 juli 2026
Het mooie van underground black metal is dat je je niet hoeft te laten afleiden door triviale zaken zoals wie de bandleden zijn en wat hun achtergrond is. De betere underground black metal band werkt anoniem. Het maakt niet uit of er een eenzame persoon op een zolderkamer verantwoordelijk is of een collectief van tien man. Wit, zwart, geel, man, vrouw of iets er tussenin… maakt ook niks uit. Het gaat om de muziek en niets anders.
Zo kunnen we dan ook heel kort zijn over de achtergrond van de band Nachtheem. De bandcamp site vermeldt slechts dat de band uit Nederland afkomstig is, maar dat viel aan de hand van de bandnaam en de songs (die allemaal Nederlandstalige teksten hebben) eigenlijk al te raden. Met wat onderzoek valt nog te achterhalen dat de band in 2024 een demo uitbracht en vervolgens nog twee splits (eentje met het Zweedse Wirdha en eentje met Moft, een andere Nederlandse formatie waarover net zoveel bekend is als over Nachtheem, namelijk niets). Nu is er dan een eerste langspeler, gevuld met vijf lange melancholieke black metal songs die aanhaken bij de Nederlandse (post-) black metal scene maar tegelijkertijd ook nadrukkelijk geïnspireerd lijken door Noorse black metal. Zowel de ijzige klanken van een vroege Ulver als Burzum als de wat modernere versie van dat zelfde geluid zoals geproduceerd door Vemod (Nachtheem is bij het vroegere werk vaak een Vemod kloon genoemd) zijn duidelijk hoorbaar. En toeval of niet, het debuutalbum ‘Waan van de Leegte’ verschijnt bij Terratur Possessions, het label dat ook Vemod onder contract heeft. De songs op ‘Waan Van De Leegte’ zijn kort na de eerdere releases opgenomen, wat de release van dit album nogal een olifantendracht maakt. Maar goed, het wachten wordt beloond. Wat bij de beluistering van dit album vooral opvalt is de progressie die de band in een vrij korte tijd heeft gemaakt.
Waar Nachtheem in uitblinkt, is de integratie van meer introspectieve en duistere neofolk en ambient in het herkenbare black metal geluid. Gelukkig maar, er zijn tenslotte al genoeg bands die gespecialiseerd zijn in het zo goed mogelijk lijken op andere bands. Als je wilt opvallen moet je je op de een of andere manier onderscheiden van de massa. En dat deed deze band twee jaar geleden met de demo, later opgepoetst opnieuwe uitgebracht, ‘Nacht, zij met ons…‘ De daarin gebrachte combinatie van black metal en ambient was bijzonder en anders.
Het “anders” zijn van Nachtheem is niet zo evident als je het album de eerste keer opzet. Het openingsnummer ‘Geen Vuur In Gods Hallen’ begint als pure black metal: snel, hard en venijnig. Na een paar minuten gaat de black metal scream over in cleane koorvocalen en zakt het tempo voor een intermezzo waarin elektrische en akoestische gitaar elkaar aanvullen. In combinatie met bijna grungy achtige gitaarakkoorden, zoals die vooral in het tweede nummer ‘Verdoemd Door De Tijd’ opduiken, lijkt het bijna alsof behalve Scandinavische black metal ook het verzameld werk van bands als Agalloch bij de anonieme lieden van Nachtheem in de platenkast staat. Het is vooral tegen het eind van het album, bij de laatste twee songs, dat Nachtheem zich onderscheidt. ‘De Ontwaking’ is een nummer dat je eerder op een Death in June album, of iets dergelijks, zou verwachten. Een akoestische gitaar, keyboards en blaasinstrumenten (of die echt zijn of ook uit een synthesizer komen is onduidelijk) creëren een sfeer als bij een heidens ritueel. Opeens duikt de geest van Falkenbach op uit de moerassen van de pagan viking metal. Het is maar even, want het afsluitende titelnummer ‘Waan van de Leegte’ is weer de intussen bekende combi van furieuze en tegelijkertijd melodieuze black metal, waarbij het tempo gaandeweg het nummer zakt en er steeds meer lagen worden toegevoegd, tot het nummer na een minuut of vier lijkt weg te sterven. Schijn bedriegt, want er blijkt nog een ruim zes minuten durende instrumentale finale te komen. Eerst op midtempo voortgalopperende (viking) black metal en dan een mysterieus coda met spookachtig rondzwevende zang op een bed van keyboards. Het is een passend, zij het eigenaardig einde van een bijzonder album, waarbij de vraag of we hier niet stiekem met een of meer veteranen uit de grote Nederlandse black metal scene te maken hebben, blijft rondzweven als die mysterieuze slotakkoorden.



