Lords of Metal
Arrow Lords of Metal

Monolord

 

Esben Willems: “Een terugkerend thema in onze gesprekken en de teksten die Thomas schrijft is harde, eenvoudige misantropie: de frustratie wat betreft de apathie die de mensheid heeft tegenover onze eigen ondergang.”

Je kunt hoe dan ook niet meer om Monolord heen. Deze band heeft het publiek bij de ballen gevat en laten niet meer los. Ondertussen reizen de Zweedse heren de wereld rond en winnen steeds meer aan populariteit. Deze maand brachten ze een geweldige plaat uit: ‘No Comfort’, en zijn ze tegelijkertijd bezig met een tour. Wij wisten drummer en mede-oprichter Esben Willems toch te strikken om een aantal vragen te beantwoorden.
Door: Bart Meijer Ι 28 september 2019

Monolord is nu zes jaar oud en volgens mij hebben jullie in die jaren een aardige schare fans verzameld. Hoe is dat gekomen?
We zijn zo fortuinlijk geweest dat we eigenlijk vanaf het ontstaan van deze band veel hebben kunnen touren; hard werken heeft in dit geval zijn vruchten afgeworpen. We krijgen van onze fans de meest waanzinnige support en ze lijken onze live shows te waarderen. Ze komen telkens terug en brengen elke keer een nieuwe vriend mee.

Na drie albums hebben jullie de overstap van RidingEasy Records naar Relapse gemaakt. Ik vraag me af hoe dat in zijn werk gaat – op één of andere manier denk ik altijd aan voetbal-transfer, maar hoe gaat dat werkelijk?
De platendeal die we met RidingEasy hadden was voor drie volledige albums, dus toen we onze derde plaat uitbrachten begonnen we te praten over hoe we verder wilden. We hadden een erg goede werkrelatie met Daniel Hall van RidingEasy, maar tegelijkertijd waren we de infrastructuur van ons label ontgroeid. We hebben dit met Daniel besproken en hij was het daar mee eens. We besloten met hem als manager verder te gaan, maar wel op zoek naar een groter label. Hij had een groot aandeel in dat wij naar Relapse gingen.

En wat is het verschil tussen de één en de ander voor jullie als band?
Met Relapse bereiken we gewoonweg veel meer mensen. Het is een groter label, ze hebben grotere promotie en dat kan ons naar het volgende niveau helpen.

Voor Monolord was er Marulk. Die band heeft een totaal anders, meer rock ’n roll geluid. Wat bracht jullie van Marulk tot Monolord?
Monolord begon als een jam-project naast Marulk, maar veranderde al heel snel in iets waarvan we vonden dat we iets serieus moesten maken. Vlak na deze keuze besloot bassist Danne Palm dat hij zich op ander projecten wilden focussen. We gingen uit elkaar als vrienden en we vonden Mika. Alles viel ineens op zijn plek. Toen zochten we nog een zanger, maar we konden niemand vinden die we goed genoeg vonden, dus Thomas zei dat hij die positie wel in wilde vullen totdat we iemand hadden gevonden. Ik denk dat dat het moment was dat we iemand vonden.

Is Marulk nog actief op dit moment?
Nee, we besloten een eind te breien aan Marulk. Monolord ontwikkelde zich al snel in iets dat meer tijd en energie nodig had dan dat we hadden, dus er was geen ruimte om verder te gaan met de oude band.

Ik heb jullie een aantal keren live gezien en dat was elke keer weer een erg intense ervaring. Wat betekent het voor jullie om de nummers voor een publiek te spelen?
Het betekent alles. Voor mij is dat de hoofdreden om muziek te maken. Al het andere is gewoon een middel om op dat podium te komen. Eenmaal op het podium is er alleen het publiek en wij. Al het andere kan wachten, het is echt iets dat zich in het moment afspeelt. Ik hou van dat gevoel, het wordt gewoon niet minder.

Al vrij vroeg in het bestaan van Monolord speelden jullie op Roadburn (2015). Hoe kijk je daar op terug?
In ‘Het Patronaat’ spelen was echt een mijlpaal voor ons. Een geweldige ervaring om in een vol huis te spelen op dat fantastische festival in die fantastische zaal. Ik zou dat heel graag nog eens doen!

Kun je ons eens vertellen over een memorabel “on the road” verhaal?
Oh, de altijd aanhoudende mythes over het opwindende leven op tour… Geloof me, als ik je vertel hoe de 23 uur van een dag off-stage er uitzien zou je ons condoleren. Maar ik snap het, de mooier gemaakte interview herinneringen zijn veel interessanter dan de waarheid over het eindeloos wachten, de eindeloze wegen, pompstations die alleen maar verschillen in hoe ontzettend vies de koffie is en hoe smerig de toiletten zijn, het eten waar een volwassen persoon van gaat janken totdat je uiteindelijk de zoete beloning van het optreden krijgt. En daarna herhaal je dat.

Wat de setlist betreft: veel bands hebben nummers die iconisch zijn voor hen. Ze worden verwacht dat nummer elke keer te spelen. Voor jullie is dat denk ik ‘Empress Rising’. Hoe kijk je naar dit soort nummers?
Ik heb er nooit op een andere manier over nagedacht dan dat bepaalde bands met bepaalde nummers geassocieerd worden. Als ik ‘Empress Rising’ als voorbeeld neem, we zullen dit nummer blijven spelen zolang we het fijn vinden om live te spelen. De feedback die we daarop krijgen tijdens een show speelt daar een grote rol in natuurlijk, maar we zullen het niet blijven spelen om de reden dat dat verwacht wordt.

Als jullie nieuw materiaal hebben, hoe wordt dan beslist welke nummers van de set verdwijnen en welke er op komen?
We doen dat op gevoel. We proberen nummers van elke plaat te spelen en met die gedachte een gebalanceerde setlist in elkaar te zetten.

‘No Comfort’ is op en top Monolord. Jullie hebben jullie geluid goed ontwikkeld, alhoewel dat niet de juiste term is aangezien jullie gelijk al begonnen met dat geluid. In elk geval, jullie hebben een eigen geluid en mensen vinden het geweldig. Toch doen jullie het op dit album hier en daar net even anders. Hoe zorgen jullie ervoor dat bekende geluid te behouden en toch elke keer iets anders te doen?
Ik denk dat de sleutel altijd geweest is dat wij alledrie het idee moeten hebben dat het als Monolord klinkt, wat dan ook het liedje, riff of idee is. We hebben daar geen specifieke formule voor, alleen maar ons collectieve idee over wat deze band is. En vanuit dat punt laten we het verder gaan.

Ik heb ook het idee dat de nummers op deze plaat emotioneler en meer persoonlijk zijn dan wat hiervoor kwam. Het nummer dat me het meest raakte is ‘Alone Together’, daar het me herinnerde aan veel van mijn gefaalde relaties. Geweldig dat jullie een soort doom ballad wisten te schrijven. Waar gaat dit over?

Ik denk dat het helemaal gaat over wat jij voelt waar het over gaat. Voor mij is het iets anders en iets heel privés. Hetzelfde geldt voor Thomas, die de tekst schreef.
Ik denk dat het gevoel dat dat nummer overbrengt de essentie van doom is, alhoewel ik Monolord niet als klassieke doom band zou labelen. Het raakt meerdere genres. Hoe zie jij jullie?

We hebben het bijna nooit over onze muziek in termen van genres, we hebben het eigenlijk alleen maar over het gevoel en de geluiden en die kunnen van allerlei verschillende genres komen. Maar wat ons geluid betreft mogen mensen het labelen hoe ze willen.

Wie is de Bastard Son?
Dat is een hele goede vraag.

Het materiaal op dit album is wederom neerslachtig en deprimerend. De titel-track toont een waar Armageddon en is op één of andere manier heel herkenbaar: “endless distraction” bijvoorbeeld, is iets dat ik dagelijks om me heen zie gebeuren. Waar halen jullie de inspiratie vandaan om muziek en teksten te schrijven?
Een terugkerend thema in onze gesprekken en de teksten die Thomas schrijft is harde, eenvoudige misantropie: de frustratie wat betreft de apathie die de mensheid heeft tegenover onze eigen ondergang. Wij, mensen, zijn ons er bewust van, maar we doen er eigenlijk niks aan, behalve #thoughtsandprayers en vergelijkbare non-actie. Ik zie dit album echter niet als neerslachtig en deprimerend. Voor mij is de muziek een veiligheidsklep, een manier om te ventileren en om dat hopelijk te doen met de schoonheid van melancholie.

Jullie zijn hoogst waarschijnlijk geïnspireerd door andere bands, maar één van mijn (weinige) vrienden vertelde mij dat het Monolord was die hem had geïnspireerd om de gitaar op te pakken en te gaan spelen. Hoe vind je het om een inspiratie te zijn?
Het maakt me telkens heel erg blij. Ik herken dat gevoel zelf heel erg en dat iemand dat ook met ons heeft is nog steeds iets waar ik met mijn hoofd niet bij kan. Ik kan alleen maar “dankjewel” zeggen.

Ik hoor een aantal licht herkenbare geluiden als ik naar ‘No Comfort’ luister. Ik weet niet of jullie dat expres doen en dat is ook niet heel belangrijk, maar één vraag die ik daarover moet stellen: aan het einde van ‘Larvae’ hoor ik een “Uuuugh” die me aan Type O Negative doet denken.
Als dat je aan Type O Negative doet denken dan is dat absoluut zo. Er zijn een heleboel hints, knikken en verborgen eerbetonen in onze muziek. De volgende keer dat je ons album luistert hoor je er waarschijnlijk nog meer.

De video van ‘The Last Leaf’ ziet er erg glad en professioneel uit. Was het makkelijk om dit op te nemen? En hoe makkelijk of moeilijk was het om de director een video te laten maken op de manier dat jullie wilden dat het er uit zou zien?
Om heel eerlijk te zijn vind ik het eigenlijk nooit echt makkelijk om iets op te nemen. Wanneer het opnemen begint is het elke keer weer een bijzonder nerveus iets, zelfs al heb ik het al talloze malen gedaan. Het juist spelen van iets is niet moeilijk, maar het gevoel dat je wil weergeven te vangen, dat is echt ontzettend moeilijk. Dat geldt ook voor kunstzinnige uitingen vastleggen naast de muziek, inclusief een video. Björn Rallare had echter gelijk door wat wij wilden met dit nummer een hij heeft dit perfect vastgelegd.

Heel erg bedankt voor het doen van dit interview; is er nog iets dat je kwijt wilt?
Tot ziens bij onze volgende show! Ik kijk er erg naar uit.

Check de onderstaande socials voor meer informatie over deze band.