Dimmu Borgir – Grand Serpent Rising
Nuclear Blast
Release datum: 22 mei 206
“Besluit: in eerste instantie overweldigend, daarna een groeidiamant”
Vera Matthijssens I 26 mei 2026
Toen halverwege de jaren negentig de tweede golf black metal over de zwartgeblakerde stranden van het Hoge Noorden rolde, kende Dimmu Borgir zijn doorbraak met legendarische albums als ‘Enthroned Darkness Triumphant’ (1997) en ‘Spiritual Black Dimensions’ (1999). Er klonk gemor vanuit het ‘trve black metal kamp’, maar zij stonden aan de wieg van een melodieuzere vorm black metal die enorm populair werd, inclusief keyboards, cleane naast furieuze zang en spoedig ook enige orkestratie.
Sinds 2010 en ‘Abracahabra’ is het vaste prik geworden dat Dimmu Borgir ruim de tijd neemt om nieuw werk te schrijven. Gemiddeld acht jaar, zodat ‘Eonian’ uit 2018 het meest recente wapenfeit van Shagrath (zang en bas) en Silenoz (guitars) bleef tot nu. 2018… toen leefden we in een andere wereld, waarin pandemie en oorlog minder deel uitmaakten van ons dagelijkse leven. Daar heeft de band vast ook de nodige problemen mee gekend, maar de titel van de nieuwe worp maakt duidelijk dat het serpent terug oprijst en dat aan het einde van het jaar van de slang in de Chinese astrologie. Intussen werden we voorzien van een live album, de trip down memory lane ‘Inspiratio Profanus’ waardoor we eind 2023 nog een gesprek met Silenoz hadden en bleef de band actief toeren. Denk maar aan de festivaltournee in 2025.
Het nieuws dat gitarist Galder in de zomer van 2024 na bijna 25 jaar trouwe dienst opstapte kwam hard binnen. Dat maakte dat alles terug neerkwam op het oerduo Shagrath en Silenoz, maar die maakten van deze nood een deugd. Zo was het immers allemaal begonnen en ook al zijn nieuwe gitarist Damage (Kjell Åge Karlsen van Chrome Divison), bassist Viktor Brandt, toetsenist Gerlioz en drummer Daray vitale onderdelen van dit instituut, wat composities betreft komt het uit de koker van het oerduo.
We stellen kleine veranderingen in aanpak vast op ‘Grand Serpent Rising’. Zo zijn de dertien songs – samen 70 minuten muziek om te doorgronden – iets minder overladen met orkestratie en koren. Dat speelt in het voordeel van de gitaarinbreng. De band keerde terug naar zijn oorspronkelijk geluid, ook vanwege het vertrek van Galder die zich terug op Old Man’s Child wenst te focussen. Maar wees gerust, wie de nodige tijd spendeert aan het beluisteren van de nog steeds veelgelaagde en bombastisch ingekleurde songs, gaat daar heus heel wat groeidiamanten in ontdekken. Neem alleen al de singles ‘Ulfgjeld & Blodsodel’ met zijn Noorse tekst dat zich op mysterieuze wijze ontplooit tot kerntrack. Of ‘Ascent’ dat hoge snelheden haalt terwijl Shagrath zowel zijn beestige grom als zijn zwartgeblakerd gekrijs inzet. Toch bevat dit nummer ook een vrij traditionele gitaarsolo. Een toonbeeld van spirituele ontplooiing vinden we dan weer in ‘As Seen In The Unseen’ met zijn donker gesproken flarden. Het zijn allemaal elementen die van ‘Grand Serpent Rising’ geen opgave maar een belevenis maken. Een puntje dat we eveneens willen aanstippen is de keuze voor een Noorse tekst in drie songs. Goed, ‘Gjoll’ is daarvan een soort instrumentale epiloog na de storm, maar ook dit verwijst naar de beginperiode van deze band. Onder onze favorieten vinden we ook nog ‘Slik Minnes En Alkymist’, ‘Recognizant’ en ‘Shadows Of A Thousand Perceptions’ zodat ook het tweede deel van deze schijf op topniveau aan ons voorbijtrekt. Besluit: in eerste instantie overweldigend, daarna een groeidiamant!



