The Pineapple Thief – Far And Wide
InsideOut Music
Release datum: 9 oktober 2026
“Dit is een muzikaal feestmaal waar je geen overladen maag aan overhoudt! Verfijnd, toegankelijk en exquise”
Vera Matthijssens Ι 3 november 2026
We hebben Bruce Soord al op vele plekken zien opduiken als producer en remix expert, maar bovenal is hij de geestelijke vader van de Engelse progressieve rock band The Pineapple Thief. Hij richtte die band op in 1999 en sindsdien verschenen er op gezette tijden fraaie werkjes met vrij rustige prog die men ook al eens altrock noemt. Buiten Bruce Soord op zang, gitaar en keyboards, horen we Jon Sykes op bas en Steve Kitch op keyboards. Een belangrijke aanwinst was drummer Gavin Harrison (Porcupine Tree, King Crimson) die sinds 2017 in de band vertoeft.
‘Far And Wide’ is maar liefst het zeventiende album van The Pineapple Thief, maar wel het eerste dat uitkomt bij InsideOut Music. Ook zij hebben nu onderdak bij dit gerenommeerde label. The Pineapple Thief lijkt me een band die kalm, maar gedecideerd zijn pad volgt, wars van innerlijke of externe stormen, ook al betekent dit niet dat de band geen diepgaande onderwerpen aanstipt. Integendeel, het is voornamelijk de zang van Soord (én bassist Jon) dat het timbre bepaalt. Het viertal nam zich voor om een toegankelijke rockplaat te maken. Geen kunst- en vliegwerk op de instrumenten, maar alles in functie van de song. Deze songs zijn dan ook meestal redelijk compact.
Opener ‘New World Order’ is dan ook smooth, lekker in het gehoor liggende rock met bedachtzame zang. ‘Hold The Ashes’ heeft wat meer body, met fraaie gierende gitaarsolo’s op een rockende basis. Gebruik van e-bow zorgt voor prachtige, galmende effecten. ‘Still Living’ gaat recht naar je hart met piano en gevoelige zang, maar extra heerlijk zijn de echoënde klanken (slide gitaar?). Zo is er in elke song wel iets dat ons de oren doet spitsen. Woorden als ‘voorzichtig’, ‘harmonieus’, ‘zalvend’ en ‘ingetogen’ komen op in ons achterhoofd. Als we van spanningsbogen mogen spreken, is dat de lichte onrust in ‘Scattering Like Flies’ (‘there is panic in the air’ zingt men) of de dwingende zang die lichtjes dreigend klinkt in ‘Who Wants It?’. Ik hou van de arrangementen van de band, je kan hen niet betrappen op overmatige veelgelaagdheid. Wanneer we het laatste nummer ‘No Exceptions’ beluisteren, hebben we met zijn zeven minuten speelduur toch nog een soort van magnum opus beet. Elke noot is hier essentieel, of dat nu de zwevende gitaarpartijen van Soord zijn, het gedistingeerde baswerk van Sykes, de roffelende drums van Harrison of de ondersteuning op keyboards van Kitch. Dit is een muzikaal feestmaal waar je geen overladen maag aan overhoudt! Verfijnd, toegankelijk en exquise.



