Carnation – interview met Jonathan Verstrepen
Jonathan Verstrepen: “Het is voor ons belangrijk dat de band een eigen identiteit heeft en niet gewoon een kopie van andere groepen is”
Sommige bands brengen sterke albums uit. Andere bands bouwen ondertussen rustig verder aan hun eigen verhaal. Carnation behoort duidelijk tot die tweede categorie. Wat begon als een Belgische deathmetalband met een grote liefde voor het genre, groeide de voorbije jaren uit tot een naam die wereldwijd respect afdwingt, zonder daarbij haar eigen identiteit of nuchterheid te verliezen. Met ‘Symphony in Flesh‘ laat Carnation’ opnieuw horen dat ze meer wil zijn dan zomaar een band die de vaste regels van death metal volgt. Passie voor sterke nummers, voor melodie, voor verhalen en voor het voortdurend verleggen van de eigen grenzen. Tegelijk blijft de band trouw aan de zware, compromisloze sound die haar fans zo weten te waarderen. Voor dit interview sprak ik met gitarist en oprichter Jonathan Verstrepen. We hadden het niet alleen over het nieuwe album, maar ook over de vrijheid van zelf muziek uitbrengen, de bijzondere ervaringen die de band overal ter wereld heeft meegemaakt, de band met de fans en de toekomst van Carnation.
Koen de Waele Ι 3 november 2026
Hallo Jonathan, Hoe gaat het?
Goed hé, goed.
Verdelen jullie de interviews of zijn er vaste leden die dat doen?
We proberen de taken een beetje te verdelen. Normaal neemt onze zanger Simon een groot deel van de interviews voor zijn rekening, maar hij is momenteel op huwelijksreis. Daardoor moeten we het werk nu onder elkaar verdelen. Mijn broer Vincent, die drummer is, doet een deel en voorlopig nemen wij samen het grootste deel van de interviews op ons. Dat is alleen maar leuk om te doen.
Fantastisch om ‘Symphony in Flesh’ te mogen horen. Wat een fantastisch album. Je hoort er nog steeds klassieke Scandinavische death metal in maar met een eigen identiteit. Waren er grote veranderingen in het schrijven vergeleken met ‘Cursed Mortality’ want dat album is ondertussen al drie jaar oud en toen lag de lat al tamelijk hoog.
Ja, dat proberen we bewust te doen. Het is voor ons belangrijk dat de band een eigen identiteit heeft en niet gewoon een kopie van andere groepen is. Daar werken we voortdurend aan, want we willen dat mensen Carnation meteen herkennen aan onze eigen stijl en sound. Het schrijfproces van ‘Symphony in Flesh’ begon eigenlijk al terwijl ‘Cursed Mortality’ nog moest verschijnen. We waren toen al volop bezig met nieuwe ideeën, waardoor alles heel natuurlijk is gegroeid. We hebben daarbij niet bewust beslist om een bepaalde richting uit te gaan of een specifiek soort album te maken. Wel proberen we altijd iets nieuws of bijzonders toe te voegen. Zo staat er op het album een nummer van twaalf minuten waarin we meer experimenteren dan gewoonlijk. Dat soort uitstapjes vinden we leuk, al hoeft dat niet voor een volledig album. Voor zo’n apart nummer werkt dat wel goed. Het geeft ons de kans om een meer verhalend en sfeervol nummer te schrijven dat wat buiten de gebaande paden treedt.
Op het album horen we veel melodieuze leadgitaren zonder dat de muziek aan agressie verliest. Was dat een bewuste keuze tijdens het schrijfproces?
Dat was soms zoeken naar de juiste balans. Zelf luisteren we ook graag naar muziek waarin melodie een belangrijke rol speelt. Het hoeft voor ons niet vier minuten lang pure death metal te zijn die alleen maar blijft doorrammen. Er mag gerust wat melodie en dynamiek in zitten. Daarnaast proberen we echt volwaardige nummers te schrijven, met sterke stukken die blijven hangen. Een goed refrein bijvoorbeeld, iets wat je na afloop nog meeneuriet. In death metal zie je dat volgens mij minder vaak terug, of toch minder nadrukkelijk. Net daarom proberen wij daar extra aandacht aan te besteden. We willen zware muziek maken, maar tegelijk ook songs schrijven die herkenbaar en memorabel zijn.
Zijn er nummers op het album die tijdens het schrijfproces een totaal andere richting zijn uitgegaan dan oorspronkelijk gepland?
Dat gebeurt eigenlijk verrassend vaak. Meestal is een nummer muzikaal al volledig uitgewerkt voordat er teksten op staan. Zodra die teksten erbij komen, kan de hele beleving van een nummer veranderen. We hebben al meer dan eens gedacht: dit wordt ongetwijfeld de sterkste single van het album. Maar wanneer de zanglijnen en teksten er uiteindelijk op staan, blijkt soms een ander nummer veel meer impact te hebben. Dan besef je ineens dat dát eigenlijk het sterkste nummer van de plaat is. Teksten kunnen echt het verschil maken en een nummer naar een hoger niveau tillen.
‘Blackmouth’ vliegt er meteen vol in. Waarom kozen jullie ervoor om het album zonder echte intro te openen?
Voor dit album hebben we vaak gezegd dat we absoluut een nummer wilden hebben dat er vanaf de eerste seconde vol invliegt. We wilden een plaat die meteen in volle vaart van start gaat, zonder lange intro of rustige opbouw. Dat was een bewuste keuze die al vroeg in het schrijfproces vastlag. Daarom hebben we ook voor dit nummer als opener gekozen. Vanaf het moment dat het begint, gaat het gewoon recht vooruit. Geen omwegen, geen introductie, gewoon meteen de luisteraar bij de keel grijpen. Dat was precies het effect dat we wilden bereiken.
‘Flesh Eating Frenzy’ is kort, snel en compromisloos. Was het de bedoeling om een soort directe vuistslag van een nummer te maken?
Dat verhaal achter dat nummer is eigenlijk best grappig, want oorspronkelijk stond het helemaal niet op het album. Toen we de plaat aan het opnemen waren, bestond het nummer zelfs nog niet. De drums waren op dat moment al opgenomen of werden net opgenomen. Terwijl mijn broer in de studio met de drums bezig was, kreeg ik thuis plots een ingeving. Ik begon wat te schrijven en dacht al snel: dit klinkt eigenlijk wel heel goed. Meteen heb ik hem opgebeld met de vraag of hij nog tijd had om er drums op in te spelen. Gelukkig was hij nog niet helemaal klaar in de studio. Daarna heeft onze zanger op het laatste moment nog de teksten geschreven en zo is het nummer uiteindelijk toch op het album terechtgekomen. Dat was eigenlijk nooit het plan, maar achteraf zijn we heel blij dat we het nog hebben toegevoegd.
‘Legacy Of The Forefathers’ duurt meer dan elf minuten en bevat heel wat sfeerwisselingen. Hoe uitdagend was het om zo’n lang nummer spannend te houden?
Dat nummer heeft eigenlijk een lange evolutie doorgemaakt. Oorspronkelijk was het ongeveer vijf minuten lang, maar ik was er nog niet helemaal tevreden over. Zelf ben ik een grote fan van progrock, van die lange nummers die blijven boeien omdat ze voortdurend van sfeer veranderen en je blijven meenemen in het verhaal. Daarom ben ik verder blijven sleutelen aan het nummer. Dat proces heeft behoorlijk wat tijd gekost, maar eens ik voorbij dat oorspronkelijke middenpunt van ongeveer vijf minuten was, begon de rest bijna vanzelf te komen. Dat experimenteren vind ik ook gewoon heel leuk. Ik weet niet of een volledig album in die stijl zou werken voor ons publiek, maar voor één zo’n nummer vond ik het een heel interessante uitdaging. Ik hou wel van sfeervolle elementen die niet meteen typisch zijn voor death metal. Misschien gaan we daar in de toekomst nog meer mee doen, al durf ik daar nu nog geen uitspraken over te doen. We zullen wel zien hoe het ontvangen wordt. Zelf ben ik er in ieder geval erg tevreden over.
Maar zie je het ook zitten om zo’n nummer live te spelen? Als je op een festival bijvoorbeeld maar drie kwartier speeltijd krijgt, dan neemt een nummer van elf of twaalf minuten meteen een groot deel van de set in beslag.
Voorlopig zien we dat eigenlijk nog niet gebeuren. Ik zeg nooit nooit, maar op dit moment beschouwen we het vooral als een typisch albumnummer. Er zijn ook praktische redenen. In het nummer zitten behoorlijk wat keyboard- en synthesizerpartijen, terwijl we bij Carnation geen toetsenist hebben. Natuurlijk zouden we die stukken kunnen laten meelopen via een backing track, maar dat voelt voor ons niet helemaal juist. Anderzijds is het ook niet realistisch om een extra muzikant aan de band toe te voegen voor één nummer dat we af en toe zouden spelen. Daarom hebben we voorlopig beslist om het enkel op het album te laten staan. Misschien proberen we het ooit live uit, maar op korte termijn zijn daar nog geen plannen voor.
Zit er dan een bepaald verhaal of concept achter een nummer? Of schrijven jullie gewoon de muziek in?
Bij ons verloopt dat proces altijd op dezelfde manier. Eerst werken we de muziek volledig af en pas daarna krijgt Simon de nummers te horen. Vervolgens gaat hij ermee aan de slag en schrijven wij ons eigenlijk niet met de teksten bezig. Daarin heeft hij volledige vrijheid. Zijn teksten zijn vaak gebaseerd op persoonlijke ervaringen of gedachten, maar hij vertaalt die op een heel symbolische manier naar verhalen die perfect binnen de wereld van death metal passen. Daardoor zit er meestal veel meer achter de tekst dan je op het eerste gezicht zou denken. Een goed voorbeeld is ‘Black Mouth’. Dat nummer gaat eigenlijk over mensen die je veroordelen of op je neerkijken. Op een bepaald moment begin je je af te vragen waarom mensen zo reageren. In de tekst wordt dat voorgesteld als aasgieren die zich op iemand storten. Naar het einde van het verhaal toe komt echter het besef dat je zelf niet zoveel beter bent, omdat ook jij soms over anderen oordeelt. Dat wordt mooi samengevat in de laatste regel: “Now I become the vulture”. Op dat moment wordt de verteller zelf de aasgier. Dat symbolische aspect maakt de teksten extra interessant. Het zijn echte verhalen en herkenbare gevoelens, maar verpakt in een donker deathmetalverhaal. En net daarin is Simon bijzonder sterk.
Is dat dan het nummer dat laat horen hoever Carnation vandaag staat en wat jullie allemaal kunnen?
Misschien is het zelfs een voorbode van wat er in de toekomst nog kan komen. Voor ons is het belangrijk om onszelf te blijven uitdagen. Je kunt niet eindeloos dezelfde formule blijven herhalen. Er zijn al genoeg deathmetalbands die puur rechttoe rechtaan nummers schrijven. Wij willen ook onze eigen weg zoeken en onze eigen identiteit verder uitbouwen. Of we in de toekomst nog meer van zulke experimenten gaan doen, zal moeten blijken, maar we staan er zeker voor open. Het leuke is dat het creatieve proces eigenlijk nooit stilvalt. Terwijl dit album nog maar net klaar is, zijn we ondertussen alweer bezig met het schrijven van nieuw materiaal. Er beginnen al ideeën voor een volgend album vorm te krijgen. Dat houdt het spannend en zorgt ervoor dat we altijd vooruit blijven kijken.
Is er binnen de band nog zoiets als een kwaliteitscontrole wanneer een nummer af lijkt? Zo van: hier mag nog een riff bij, daar misschien nog een solo?
Eigenlijk begint die selectie al veel vroeger. Nummers waar we tijdens de repetities niet helemaal tevreden over zijn, verdwijnen vaak tijdelijk in wat wij de ‘frigo’ noemen. Die laten we dan even rusten. Sommige nummers komen later terug boven water, andere halen het uiteindelijk niet. Soms gebruiken we wel nog bepaalde riffs of ideeën in een nieuw nummer. Ook wanneer alles opgenomen is, beschouwen we een album nog niet als afgewerkt. Bij dit album hebben we verschillende avonden samen gezeten om de opnames opnieuw te beluisteren. Dan bespreken we of er nog iets beter kan, of ergens nog iets ontbreekt. We proberen altijd kritisch te blijven kijken naar wat we gemaakt hebben. Het is dus zeker niet zo dat we iets opnemen en er daarna niet meer naar omkijken. We steken veel tijd in die laatste evaluatie en zoeken nog naar kleine verbeteringen of extra details die een nummer sterker kunnen maken. Al moet je daar natuurlijk ook een grens in trekken. Want uiteindelijk is een album nooit echt af. Als je het aan eender welke artiest vraagt, zullen ze altijd wel dingen vinden die ze achteraf anders zouden aanpakken. Op een bepaald moment moet je gewoon beslissen dat het klaar is en het loslaten. Anders blijf je eindeloos veranderen. Het blijft er wel nog een beetje in zitten. Ik denk niet dat we dat meteen gaan veranderen. Maar we proberen het wel anders te laten klinken door de melodieën of andere aspecten toe te voegen aan de muziek. Vind je zelf dat horror een natuurlijke match heeft met death metal? Of hadden de nummers over andere onderwerpen kunnen gaan? Jullie zijn echt wel gore death metal als ik het zo zie en beluister. Ja, het wordt wel heel hard geassocieerd met death metal en het is wel iets waar death metal voor bekend staat. Maar onze nummers gaan niet altijd over gore of over dat soort dingen, of over horror. Er zitten echte betekenissen achter de meeste van onze nummers die dan wel in zo’n jasje worden gestoken. Dus dat vinden we wel belangrijk.
We horen nog steeds dat klassieke Zweedse HM-2 geluid van de Boss HM-2 Heavy Metal. Ik ben totaal geen muzikant of gitarist maar ik vermoed dat die pedaal ondertussen al een serieuze upgrade heeft gekregen.
Het blijft er wel nog een beetje in zitten. Ik denk niet dat we dat meteen gaan veranderen. Maar we proberen het wel anders te laten klinken door de melodieën of andere aspecten toe te voegen aan de muziek.
Vinden jullie dat horror een natuurlijke match vormt met death metal, of hadden de nummers evengoed over andere onderwerpen kunnen gaan?
Het wordt natuurlijk vaak meteen met death metal geassocieerd, en dat is ook logisch. Het genre staat bekend om thema’s als horror, geweld en gore. Maar onze nummers gaan niet altijd over dat soort onderwerpen. Achter de meeste teksten schuilt een echte betekenis of een persoonlijk verhaal, al wordt dat wel verpakt in een deathmetaljasje. Dat vinden we belangrijk. We willen dat onze muziek meer is dan alleen de oppervlakte. De donkere sfeer en beelden horen erbij, maar vaak zit er ook een boodschap, een gedachte of een emotie achter. Op die manier kunnen we verhalen vertellen die iets betekenen voor onszelf, zonder dat we de identiteit van de band verliezen.



