Lords of Metal
Arrow Lords of Metal

Carnation – interview met Jonathan Verstrepen

Jonathan Verstrepen: “Het is voor ons belangrijk dat de band een eigen identiteit heeft en niet gewoon een kopie van andere groepen is”

Sommige bands brengen sterke albums uit. Andere bands bouwen ondertussen rustig verder aan hun eigen verhaal. Carnation behoort duidelijk tot die tweede categorie. Wat begon als een Belgische deathmetalband met een grote liefde voor het genre, groeide de voorbije jaren uit tot een naam die wereldwijd respect afdwingt, zonder daarbij haar eigen identiteit of nuchterheid te verliezen. Met ‘Symphony in Flesh‘ laat Carnation’ opnieuw horen dat ze meer wil zijn dan zomaar een band die de vaste regels van death metal volgt. Passie voor sterke nummers, voor melodie, voor verhalen en voor het voortdurend verleggen van de eigen grenzen. Tegelijk blijft de band trouw aan de zware, compromisloze sound die haar fans zo weten te waarderen. Voor dit interview sprak ik met gitarist en oprichter Jonathan Verstrepen. We hadden het niet alleen over het nieuwe album, maar ook over de vrijheid van zelf muziek uitbrengen, de bijzondere ervaringen die de band overal ter wereld heeft meegemaakt, de band met de fans en de toekomst van Carnation.
Koen de Waele Ι 3 november 2026

Hallo Jonathan, Hoe gaat het?
Goed hé, goed.

Verdelen jullie de interviews of zijn er vaste leden die dat doen?
We proberen de taken een beetje te verdelen. Normaal neemt onze zanger Simon een groot deel van de interviews voor zijn rekening, maar hij is momenteel op huwelijksreis. Daardoor moeten we het werk nu onder elkaar verdelen. Mijn broer Vincent, die drummer is, doet een deel en voorlopig nemen wij samen het grootste deel van de interviews op ons. Dat is alleen maar leuk om te doen.

Fantastisch om ‘Symphony in Flesh’ te mogen horen. Wat een fantastisch album. Je hoort er nog steeds klassieke Scandinavische death metal in maar met een eigen identiteit. Waren er grote veranderingen in het schrijven vergeleken met ‘Cursed Mortality’ want dat album is ondertussen al drie jaar oud en toen lag de lat al tamelijk hoog.
Ja, dat proberen we bewust te doen. Het is voor ons belangrijk dat de band een eigen identiteit heeft en niet gewoon een kopie van andere groepen is. Daar werken we voortdurend aan, want we willen dat mensen Carnation meteen herkennen aan onze eigen stijl en sound. Het schrijfproces van ‘Symphony in Flesh’ begon eigenlijk al terwijl ‘Cursed Mortality’ nog moest verschijnen. We waren toen al volop bezig met nieuwe ideeën, waardoor alles heel natuurlijk is gegroeid. We hebben daarbij niet bewust beslist om een bepaalde richting uit te gaan of een specifiek soort album te maken. Wel proberen we altijd iets nieuws of bijzonders toe te voegen. Zo staat er op het album een nummer van twaalf minuten waarin we meer experimenteren dan gewoonlijk. Dat soort uitstapjes vinden we leuk, al hoeft dat niet voor een volledig album. Voor zo’n apart nummer werkt dat wel goed. Het geeft ons de kans om een meer verhalend en sfeervol nummer te schrijven dat wat buiten de gebaande paden treedt.

Op het album horen we veel melodieuze leadgitaren zonder dat de muziek aan agressie verliest. Was dat een bewuste keuze tijdens het schrijfproces?
Dat was soms zoeken naar de juiste balans. Zelf luisteren we ook graag naar muziek waarin melodie een belangrijke rol speelt. Het hoeft voor ons niet vier minuten lang pure death metal te zijn die alleen maar blijft doorrammen. Er mag gerust wat melodie en dynamiek in zitten. Daarnaast proberen we echt volwaardige nummers te schrijven, met sterke stukken die blijven hangen. Een goed refrein bijvoorbeeld, iets wat je na afloop nog meeneuriet. In death metal zie je dat volgens mij minder vaak terug, of toch minder nadrukkelijk. Net daarom proberen wij daar extra aandacht aan te besteden. We willen zware muziek maken, maar tegelijk ook songs schrijven die herkenbaar en memorabel zijn.

Zijn er nummers op het album die tijdens het schrijfproces een totaal andere richting zijn uitgegaan dan oorspronkelijk gepland?
Dat gebeurt eigenlijk verrassend vaak. Meestal is een nummer muzikaal al volledig uitgewerkt voordat er teksten op staan. Zodra die teksten erbij komen, kan de hele beleving van een nummer veranderen. We hebben al meer dan eens gedacht: dit wordt ongetwijfeld de sterkste single van het album. Maar wanneer de zanglijnen en teksten er uiteindelijk op staan, blijkt soms een ander nummer veel meer impact te hebben. Dan besef je ineens dat dát eigenlijk het sterkste nummer van de plaat is. Teksten kunnen echt het verschil maken en een nummer naar een hoger niveau tillen.

‘Blackmouth’ vliegt er meteen vol in. Waarom kozen jullie ervoor om het album zonder echte intro te openen?
Voor dit album hebben we vaak gezegd dat we absoluut een nummer wilden hebben dat er vanaf de eerste seconde vol invliegt. We wilden een plaat die meteen in volle vaart van start gaat, zonder lange intro of rustige opbouw. Dat was een bewuste keuze die al vroeg in het schrijfproces vastlag. Daarom hebben we ook voor dit nummer als opener gekozen. Vanaf het moment dat het begint, gaat het gewoon recht vooruit. Geen omwegen, geen introductie, gewoon meteen de luisteraar bij de keel grijpen. Dat was precies het effect dat we wilden bereiken.

‘Flesh Eating Frenzy’ is kort, snel en compromisloos. Was het de bedoeling om een soort directe vuistslag van een nummer te maken?
Dat verhaal achter dat nummer is eigenlijk best grappig, want oorspronkelijk stond het helemaal niet op het album. Toen we de plaat aan het opnemen waren, bestond het nummer zelfs nog niet. De drums waren op dat moment al opgenomen of werden net opgenomen. Terwijl mijn broer in de studio met de drums bezig was, kreeg ik thuis plots een ingeving. Ik begon wat te schrijven en dacht al snel: dit klinkt eigenlijk wel heel goed. Meteen heb ik hem opgebeld met de vraag of hij nog tijd had om er drums op in te spelen. Gelukkig was hij nog niet helemaal klaar in de studio. Daarna heeft onze zanger op het laatste moment nog de teksten geschreven en zo is het nummer uiteindelijk toch op het album terechtgekomen. Dat was eigenlijk nooit het plan, maar achteraf zijn we heel blij dat we het nog hebben toegevoegd.

‘Legacy Of The Forefathers’ duurt meer dan elf minuten en bevat heel wat sfeerwisselingen. Hoe uitdagend was het om zo’n lang nummer spannend te houden?
Dat nummer heeft eigenlijk een lange evolutie doorgemaakt. Oorspronkelijk was het ongeveer vijf minuten lang, maar ik was er nog niet helemaal tevreden over. Zelf ben ik een grote fan van progrock, van die lange nummers die blijven boeien omdat ze voortdurend van sfeer veranderen en je blijven meenemen in het verhaal. Daarom ben ik verder blijven sleutelen aan het nummer. Dat proces heeft behoorlijk wat tijd gekost, maar eens ik voorbij dat oorspronkelijke middenpunt van ongeveer vijf minuten was, begon de rest bijna vanzelf te komen. Dat experimenteren vind ik ook gewoon heel leuk. Ik weet niet of een volledig album in die stijl zou werken voor ons publiek, maar voor één zo’n nummer vond ik het een heel interessante uitdaging. Ik hou wel van sfeervolle elementen die niet meteen typisch zijn voor death metal. Misschien gaan we daar in de toekomst nog meer mee doen, al durf ik daar nu nog geen uitspraken over te doen. We zullen wel zien hoe het ontvangen wordt. Zelf ben ik er in ieder geval erg tevreden over.

Maar zie je het ook zitten om zo’n nummer live te spelen? Als je op een festival bijvoorbeeld maar drie kwartier speeltijd krijgt, dan neemt een nummer van elf of twaalf minuten meteen een groot deel van de set in beslag.
Voorlopig zien we dat eigenlijk nog niet gebeuren. Ik zeg nooit nooit, maar op dit moment beschouwen we het vooral als een typisch albumnummer. Er zijn ook praktische redenen. In het nummer zitten behoorlijk wat keyboard- en synthesizerpartijen, terwijl we bij Carnation geen toetsenist hebben. Natuurlijk zouden we die stukken kunnen laten meelopen via een backing track, maar dat voelt voor ons niet helemaal juist. Anderzijds is het ook niet realistisch om een extra muzikant aan de band toe te voegen voor één nummer dat we af en toe zouden spelen. Daarom hebben we voorlopig beslist om het enkel op het album te laten staan. Misschien proberen we het ooit live uit, maar op korte termijn zijn daar nog geen plannen voor.

Zit er dan een bepaald verhaal of concept achter een nummer? Of schrijven jullie gewoon de muziek in?
Bij ons verloopt dat proces altijd op dezelfde manier. Eerst werken we de muziek volledig af en pas daarna krijgt Simon de nummers te horen. Vervolgens gaat hij ermee aan de slag en schrijven wij ons eigenlijk niet met de teksten bezig. Daarin heeft hij volledige vrijheid. Zijn teksten zijn vaak gebaseerd op persoonlijke ervaringen of gedachten, maar hij vertaalt die op een heel symbolische manier naar verhalen die perfect binnen de wereld van death metal passen. Daardoor zit er meestal veel meer achter de tekst dan je op het eerste gezicht zou denken. Een goed voorbeeld is ‘Black Mouth’. Dat nummer gaat eigenlijk over mensen die je veroordelen of op je neerkijken. Op een bepaald moment begin je je af te vragen waarom mensen zo reageren. In de tekst wordt dat voorgesteld als aasgieren die zich op iemand storten. Naar het einde van het verhaal toe komt echter het besef dat je zelf niet zoveel beter bent, omdat ook jij soms over anderen oordeelt. Dat wordt mooi samengevat in de laatste regel: “Now I become the vulture”. Op dat moment wordt de verteller zelf de aasgier. Dat symbolische aspect maakt de teksten extra interessant. Het zijn echte verhalen en herkenbare gevoelens, maar verpakt in een donker deathmetalverhaal. En net daarin is Simon bijzonder sterk.

Is dat dan het nummer dat laat horen hoever Carnation vandaag staat en wat jullie allemaal kunnen?
Misschien is het zelfs een voorbode van wat er in de toekomst nog kan komen. Voor ons is het belangrijk om onszelf te blijven uitdagen. Je kunt niet eindeloos dezelfde formule blijven herhalen. Er zijn al genoeg deathmetalbands die puur rechttoe rechtaan nummers schrijven. Wij willen ook onze eigen weg zoeken en onze eigen identiteit verder uitbouwen. Of we in de toekomst nog meer van zulke experimenten gaan doen, zal moeten blijken, maar we staan er zeker voor open. Het leuke is dat het creatieve proces eigenlijk nooit stilvalt. Terwijl dit album nog maar net klaar is, zijn we ondertussen alweer bezig met het schrijven van nieuw materiaal. Er beginnen al ideeën voor een volgend album vorm te krijgen. Dat houdt het spannend en zorgt ervoor dat we altijd vooruit blijven kijken.

Is er binnen de band nog zoiets als een kwaliteitscontrole wanneer een nummer af lijkt? Zo van: hier mag nog een riff bij, daar misschien nog een solo?
Eigenlijk begint die selectie al veel vroeger. Nummers waar we tijdens de repetities niet helemaal tevreden over zijn, verdwijnen vaak tijdelijk in wat wij de ‘frigo’ noemen. Die laten we dan even rusten. Sommige nummers komen later terug boven water, andere halen het uiteindelijk niet. Soms gebruiken we wel nog bepaalde riffs of ideeën in een nieuw nummer. Ook wanneer alles opgenomen is, beschouwen we een album nog niet als afgewerkt. Bij dit album hebben we verschillende avonden samen gezeten om de opnames opnieuw te beluisteren. Dan bespreken we of er nog iets beter kan, of ergens nog iets ontbreekt. We proberen altijd kritisch te blijven kijken naar wat we gemaakt hebben. Het is dus zeker niet zo dat we iets opnemen en er daarna niet meer naar omkijken. We steken veel tijd in die laatste evaluatie en zoeken nog naar kleine verbeteringen of extra details die een nummer sterker kunnen maken. Al moet je daar natuurlijk ook een grens in trekken. Want uiteindelijk is een album nooit echt af. Als je het aan eender welke artiest vraagt, zullen ze altijd wel dingen vinden die ze achteraf anders zouden aanpakken. Op een bepaald moment moet je gewoon beslissen dat het klaar is en het loslaten. Anders blijf je eindeloos veranderen. Het blijft er wel nog een beetje in zitten. Ik denk niet dat we dat meteen gaan veranderen. Maar we proberen het wel anders te laten klinken door de melodieën of andere aspecten toe te voegen aan de muziek. Vind je zelf dat horror een natuurlijke match heeft met death metal? Of hadden de nummers over andere onderwerpen kunnen gaan? Jullie zijn echt wel gore death metal als ik het zo zie en beluister. Ja, het wordt wel heel hard geassocieerd met death metal en het is wel iets waar death metal voor bekend staat. Maar onze nummers gaan niet altijd over gore of over dat soort dingen, of over horror. Er zitten echte betekenissen achter de meeste van onze nummers die dan wel in zo’n jasje worden gestoken. Dus dat vinden we wel belangrijk.

We horen nog steeds dat klassieke Zweedse HM-2 geluid van de Boss HM-2 Heavy Metal. Ik ben totaal geen muzikant of gitarist maar ik vermoed dat die pedaal ondertussen al een serieuze upgrade heeft gekregen.
Het blijft er wel nog een beetje in zitten. Ik denk niet dat we dat meteen gaan veranderen. Maar we proberen het wel anders te laten klinken door de melodieën of andere aspecten toe te voegen aan de muziek.

Vinden jullie dat horror een natuurlijke match vormt met death metal, of hadden de nummers evengoed over andere onderwerpen kunnen gaan?
Het wordt natuurlijk vaak meteen met death metal geassocieerd, en dat is ook logisch. Het genre staat bekend om thema’s als horror, geweld en gore. Maar onze nummers gaan niet altijd over dat soort onderwerpen. Achter de meeste teksten schuilt een echte betekenis of een persoonlijk verhaal, al wordt dat wel verpakt in een deathmetaljasje. Dat vinden we belangrijk. We willen dat onze muziek meer is dan alleen de oppervlakte. De donkere sfeer en beelden horen erbij, maar vaak zit er ook een boodschap, een gedachte of een emotie achter. Op die manier kunnen we verhalen vertellen die iets betekenen voor onszelf, zonder dat we de identiteit van de band verliezen.

Jullie hebben ondertussen zowat alle grote Europese metalfestivals gespeeld. Welk optreden is jullie het meest bijgebleven? Dat zijn natuurlijk heel verschillende ervaringen, maar een van de momenten die ons het meest is bijgebleven, was de eerste keer dat we op de 70.000 Tons of Metal-cruise speelden. Dat was echt iets unieks. Maar ook ons optreden in Bahrein vorig jaar was bijzonder speciaal. Het was geen gigantische show, maar wel eentje die veel indruk heeft gemaakt. Er waren mensen uit Bahrein zelf, maar ook uit Saudi-Arabië en andere buurlanden die speciaal naar daar waren afgereisd omdat metalconcerten in die regio niet vaak plaatsvinden. Wat ons vooral is bijgebleven, was het enthousiasme van het publiek. Die mensen kregen niet vaak de kans om een metalshow mee te maken en dat voelde je aan alles. Ze genoten van elke minuut en waren enorm dankbaar dat er zo’n evenement georganiseerd werd. Misschien verwachten mensen bij het Midden-Oosten meteen een bepaald beeld, maar op die concerten zag je gewoon pure metalfans zoals je die overal ter wereld tegenkomt. Mensen in bandshirts die dezelfde passie delen als wij. Dat maakte het net zo bijzonder. Ondanks de culturele verschillen voelde het eigenlijk heel vertrouwd aan. De liefde voor metal bleek daar even groot als eender waar ter wereld. Ik weet nog dat jullie in Belgie en Nederland bekend werden door een cd van het live-album Live at Asakusa Deathfest Tokyo, Japan gratis te verdelen bij het magazine Rock Tribune. Dat was precies wel een geniale zet want jullie hadden zelfs nog geen full album uitgebracht. Dat aspect vinden we zelf ook heel belangrijk. Natuurlijk vinden we het leuk om op te treden, maar voor ons is een tour ook een kans om iets van de wereld te zien. Toen we bijvoorbeeld in Japan speelden, hadden we vier optredens gepland, maar waren we in totaal een tiental dagen onderweg. Daardoor konden we ook wat rondreizen en het land ontdekken. Dat maakt zulke ervaringen extra bijzonder. Door de jaren heen hebben we ook heel wat muzikanten leren kennen waar we vroeger zelf enorm naar opkeken. Als je mij op mijn veertiende of zestiende had verteld dat ik ooit met sommige van die mensen op een podium zou staan of zelfs bevriend zou raken, had ik je waarschijnlijk niet geloofd. Een mooi voorbeeld is Max Cavalera. Op een bepaald moment kregen we een bericht van zijn zoon met de vraag of we misschien een T-shirt en een cd wilden opsturen, omdat zijn vader fan was van onze band. Mijn eerste reactie was eerlijk gezegd dat het wel een nepaccount zou zijn. Maar het bleek echt te kloppen. Dat zijn momenten die je niet snel vergeet. Niet omdat het bekende namen zijn, maar omdat het toont dat mensen die je zelf jarenlang bewonderd hebt, jouw muziek waarderen. Dat zijn voor mij nog altijd de mooiste ervaringen en ook een van de redenen waarom ik dit met zoveel plezier blijf doen. Carnation wordt vaak genoemd als één van de vaandeldragers van de nieuwe generatie death metal. Voelen jullie dat zelf ook zo, of proberen jullie daar net niet mee bezig te zijn? Daar zijn we eigenlijk niet zo bewust mee bezig. We proberen vooral met beide voeten op de grond te blijven. Uiteindelijk doen we dit omdat we graag muziek maken. We schrijven nog altijd met veel plezier nieuwe nummers en zien wel waar dat ons brengt. Persoonlijk heb ik zelfs het gevoel dat Carnation vandaag al veel verder staat dan ik ooit had durven dromen. Als je me jaren geleden had gevraagd wat mogelijk was, dan had ik nooit gedacht dat we zoveel zouden meemaken, zoveel landen zouden bezoeken en op zoveel bijzondere podia zouden staan. Mocht het morgen allemaal stoppen, dan zou ik daar eerlijk gezegd vrede mee kunnen nemen. Natuurlijk zouden we het jammer vinden, maar ik zou vooral enorm dankbaar zijn voor alles wat we hebben mogen beleven. Alles wat daarna nog komt, zie ik eigenlijk gewoon als een mooie bonus. Het is trouwens verrassend om te zien dat de band sinds het ontstaan in 2013 in bijna nog steeds de originele bezetting speelt. Juist drummer Vincent Verstrepen kwam erbij in 2016 maar dat is ook alweer tien jaar en zo goed als alle albums geleden. Dat is eigenlijk heel spontaan zo gegroeid. Op een bepaald moment kregen we de kans om een reeks shows in Japan te spelen. Onze drummer van toen was ongeveer vijftien jaar ouder dan de rest van de band en had in het verleden met groepen als The Reckoning en Infernal Legion al heel wat door Europa getourd. Voor hem hoefden die verre reizen niet meer zo nodig. Hij speelde liever af en toe een goede show in België. Wij wilden die internationale kansen echter wel blijven grijpen. Hij begreep dat ook en heeft daar heel volwassen op gereageerd. Hij zei zelf dat hij ons niet in de weg wilde staan, omdat hij wist hoe graag wij daarmee verder wilden gaan. Uiteindelijk heeft hij zelf beslist om een stap opzij te zetten. Daarna hebben we mijn broer gecontacteerd. Op dat moment was hij nog een vrij beginnende drummer, dus in het begin was het even zoeken en hard werken. Maar dat is verrassend snel gegaan. Muzikaal klikte het meteen en het voelde vanaf het begin heel natuurlijk aan. Bovendien is het ook gewoon leuk om samen met je broer in een band te spelen. Dat zorgt voor een extra band binnen de groep en maakt het verhaal van Carnation voor ons nog persoonlijker. Is het soms een beetje de broers Verstrepen tegen de rest van de band, of valt dat mee? Dat valt eigenlijk heel goed mee. Natuurlijk gebeurt het wel eens dat we automatisch dezelfde mening hebben, simpelweg omdat we broers zijn en elkaar al zo lang kennen. Maar dat zorgt nooit voor een wij-zij-verhaal binnen de band. We bespreken alles gewoon op een rustige en volwassen manier. Als er verschillende meningen zijn, luisteren we naar elkaar en zoeken we samen naar de beste oplossing voor de band. We hebben eigenlijk zelden echte conflicten en tot nu toe zijn we er altijd samen uitgekomen. Die familieband kan soms handig zijn omdat we elkaar goed begrijpen, maar uiteindelijk is Carnation een band waarin iedereen evenveel inspraak heeft. Wat telt, is wat het beste werkt voor de muziek en voor de groep als geheel. Wat gebeurde er met Season Of Mist. Het is nogal opvallend dat ‘Symphony In Flesh’ in eigen beheer wordt uitgebracht. Wat is het verhaal daarin? Met Season of Mist hebben we drie albums uitgebracht, en dat was ook precies de oorspronkelijke afspraak. Daarna vonden we het tijd om eens te bekijken hoe ver we op eigen kracht konden geraken. Als we eerlijk zijn, kwamen de meeste kansen die we kregen niet rechtstreeks via het label. Tours en concerten werden meestal geregeld door onze bookingagent of ons management. Daardoor begonnen we ons af te vragen of we een label nog wel echt nodig hadden, of dat we bepaalde zaken zelf konden organiseren. Bovendien geef je als band via een traditioneel platencontract een aanzienlijk deel van de inkomsten uit handen. We merkten dat er na elk album weinig overschoot en dat eventuele opbrengsten meteen opnieuw moesten worden geïnvesteerd in een volgende plaat. Daarom hebben we beslist om het deze keer zelf aan te pakken en te kijken wat dat oplevert. Er hebben wel degelijk enkele labeldeals op tafel gelegen, maar uiteindelijk hebben we die bewust afgewezen. We wilden eerst ervaren hoe het is om alles zelf in handen te houden. Tot nu toe zijn we daar erg tevreden over. De cd-release, de vinyluitgaven en de promotie verlopen allemaal zoals we gehoopt hadden. Voor de promotie werken we samen met een extern bedrijf. Dat wordt geleid door iemand die vroeger de promotie verzorgde bij Napalm Records, waardoor we nog altijd kunnen rekenen op veel ervaring en goede contacten binnen de sector. Ook op vlak van distributie hebben we een slimme oplossing gevonden. Verschillende labels verkopen het album mee, maar elk krijgt bijvoorbeeld een exclusieve kleur vinyl. Zo heeft ieder label zijn eigen versie van de plaat, terwijl wij toch toegang hebben tot grotere distributiekanalen. Daarnaast verkopen we natuurlijk ook zelf veel via onze eigen webshop. Op die manier houden we meer controle over het eindproduct en blijft er als band ook meer over van het werk dat we erin steken. Ons repetitiekot begint ondertussen aardig vol te staan met dozen, en het grootste deel van de voorraad moet zelfs nog geleverd worden. Als je alles zelf uitbrengt, haal je ineens een enorme hoeveelheid werk binnen. Sinds we alles in eigen beheer doen, krijgen we via onze webshop ook veel meer bestellingen binnen dan vroeger. Dat betekent dat er achter de schermen heel wat extra werk bij komt kijken. Maar eerlijk gezegd doen we dat ook graag. We zijn altijd een band geweest die zoveel mogelijk zelf in handen wil nemen. In het verleden zagen we soms dat er via een label bepaalde dingen misliepen of trager verliepen dan we zelf zouden willen. Daardoor begonnen we ons af te vragen of we sommige zaken niet beter zelf konden regelen. Vanuit die gedachte is uiteindelijk het idee ontstaan om dit album volledig in eigen beheer uit te brengen. Je ziet trouwens steeds meer bands die die stap zetten. Sommigen richten hun eigen label op, anderen brengen hun releases volledig zelfstandig uit. Het vraagt veel meer werk, daar moet je niet flauw over doen. Maar het grote voordeel is dat je zelf alle controle behoudt en dat de opbrengsten ook bij de band terechtkomen. Of we dat bij een volgend album opnieuw gaan doen, durf ik nog niet te zeggen. Het is echt een gigantische investering qua tijd en energie. Maar de voordelen en de voldoening die je ervoor terugkrijgt, maken veel goed. Daarom zien we het voorlopig als een geslaagd experiment. En als je kijkt naar de evolutie in de muziekwereld, heb ik de indruk dat steeds meer bands beseffen dat zelfstandig releasen een serieus alternatief is geworden voor een klassiek platencontract. Zeven november is het dan de officiële album release in Zappa Antwerpen. Wat mogen we daar verwachten? Er komt met dit album eigenlijk niet alleen nieuwe muziek aan, maar ook een volledig vernieuwde liveshow. De setlist ligt nog niet helemaal vast, maar momenteel zijn we van plan om zes van de negen nummers van het nieuwe album live te spelen. Die nieuwe songs zullen dus een belangrijke plaats krijgen tijdens de concerten. Daarnaast werken we ook volop aan een nieuwe podiumaankleding. Daar kruipt behoorlijk wat tijd en energie in, maar we willen echt een stap vooruitzetten. Tot nu toe stonden er meestal gewoon een paar grote gitaarcabs op het podium, maar deze keer pakken we het veel uitgebreider aan. We zijn volop bezig met het uitwerken van een visueel concept dat beter aansluit bij de sfeer van het nieuwe album. Het moet niet alleen muzikaal sterker worden, maar ook visueel meer indruk maken. Ik denk dat het er uiteindelijk heel cool zal uitzien. Als alles volgens plan verloopt, willen we die nieuwe podiumshow voor het eerst voorstellen tijdens onze releaseshow in De Zappa. Dat wordt voor ons meteen de ideale gelegenheid om het nieuwe tijdperk van Carnation officieel te lanceren. Maken jullie na de show eigenlijk nog tijd om met fans te praten aan de merchstand? Absoluut. Dat is iets wat we altijd proberen te doen en wat we ook heel belangrijk vinden. Uiteindelijk komen mensen niet alleen voor de muziek, maar ook voor de band achter die muziek. We vinden het leuk dat mensen na een optreden gewoon naar ons kunnen stappen voor een praatje, een foto of om hun mening te geven over de show. Voor ons is dat minstens even waardevol. Het is altijd interessant om te horen hoe mensen de concerten of de nieuwe nummers ervaren hebben. En dat hoeven niet alleen positieve reacties te zijn. Ook feedback of kritiek horen we graag, want daar kunnen we iets uit leren. Die rechtstreekse band met het publiek vinden we enorm belangrijk. Wat dat betreft merk je ook wel een verschil tussen Belgische en Nederlandse fans. Nederlanders zeggen meestal heel rechtstreeks wat ze denken. Als ze iets goed vinden, zeggen ze dat. Maar als ze iets minder vinden, hoor je dat ook meteen. Belgen blijven vaak iets voorzichtiger of beleefder. Persoonlijk kan ik die Nederlandse directheid wel appreciëren. Soms mag er in België gerust wat meer openheid zijn. Eerlijk zeggen wat je denkt hoeft niet onbeleefd te zijn. Integendeel, vaak levert dat net de meest interessante gesprekken op.