Lords of Metal
Arrow Lords of Metal

Alcatraz festival in Lange Munte, Kortrijk (BE) – dag 2 – 7 augustus 2026

“en dit is wat de mensen willen horen”
De eerste nacht op een festival is in ieder geval bij mij in principe een gebroken nacht. Wennen aan buiten slapen en oncomfortabele tenten zijn hier debet aan, evenals het feit dat de asocialen onder de bezoekers dan nog de energie hebben om de hele nacht herrie te schoppen op de camping. Nouja, laat ze maar, de volgende avond zijn ze zo kapot dat het alleen hun gesnurk zal zijn wat ik hoor!
18 augustus 2026 I Tekst: Jori van der Worp

Vrijdag

Ontbijt en een goeie bak koffie, dan op naar het terrein voor Masterplan! Het veld is al behoorlijk gevuld voor dit vroege tijdstip wat bewijst dat er naast mij velen zijn die deze band nog altijd op handen dragen. De set van vandaag is gefocust op het oude materiaal met wel zes van de acht stukken van het debuut, met ‘Soulburn’ en ‘Crystal Night’ komt er ook opvallend lang en progressief werk langs voor een korte festivalset. Met ‘Shadow Man’ komt er één nieuw nummer langs en als afsluiters zijn ‘Crimson Rider’ en uiteraard ‘Heroes’ gekozen. Een prima opener voor een mooie dag!

Ik neem plaats op de publieke tribune die op dit tijdstip nog heerlijk in de schaduw staat en van daar heb ik zicht op het Amerikaanse Vended. De metalcore die deze mannen spelen is niet bepaald mijn ding maar gelukkig denkt een snel vollopend veld hier anders over, voor elk wat wils! Smaak geprobeerd buiten beschouwing te houden vond ik het nogal een overdreven bedoeling. Als ik een euro had gekregen voor iedere “fuck” of “fucking” die tijdens dit optreden viel, was ik in deze drie kwartier de Quote 500 ingerold, wat probeer je in vredesnaam te bewijzen man? Ook de lange pauzes tussendoor vallen op, zou de band problemen hebben met de techniek? Zou misschien een deel van die fucks verklaren. Er wordt nog om een “wall of death” gevraagd, gezien de omstandigheden verandert deze rap in een “wall of dust”.

In de “La Morgue” stage speelt Sons of Lioth, een Belgische band waar ik wel benieuwd naar ben. Die benieuwdheid blijft, want het geluid op dit podium is net zo slecht als vorig jaar. Hierdoor komt de best aardige power metal van de Vlamingen totaal niet uit de verf en heb ik alsnog weinig indruk van wat deze band kan. De echo op de zang staat warempel nog harder dan de zang zelf. Gelukkig hebben de heren zelf wel plezier en hun publiek ook, en onder dat publiek bevinden zich duidelijk al enkele tientallen eigen fans.

Terug naar de main stage voor één van mijn favorieten deze dag, Crimson Glory. De melodische heavy metal pioniers uit de VS zijn er heel wat jaren tussenuit geweest en zullen het vanaf nu altijd van hun nostalgiefactor moeten hebben. Met de tijdloze anthems van hun titelloze debuut en opvolger ‘Transcencence’ is die factor dan ook hoog. Nieuwe zanger Travis Wills volgt een indrukwekkende stroom zangers op die het geprobeerd hebben na het overlijden van originele frontman “Midnight” en hij houdt zich heel aardig staande met het klassieke repertoire. Van het eerste nieuwe album in 27 jaar wordt niks gespeeld, de setlist is 100% de eerste twee platen en dit is wat de mensen willen horen. Van indrukwekkende uitvoeringen van ‘Azrael’ en ‘Mask of the Red Death’ tot lekker kopschudden met ‘Dragon Lady’ en afsluiter ‘Red Sharks’, het was een levendige show bij het snel opwarmende hoofdpodium!

In de Swamp stage is het nu de beurt aan Coven, een band die zo oud is als metal zelf. Het eerste wat opvalt is zangeres Jinx Dawson die uit een grafkist rijst met een omgekeerd kruis. De rest van de band komt als echte “coven” op het podium. De show bestaat uit een verzameling songs vol hekserij en bloeddorstigheid. Jinx vocaliseert net zoveel als ze zingt op deze antieke occulte rock. Op nummer twee horen we een opvallend getitelde ‘Black Sabbath’, geschreven en opgenomen in hetzelfde jaar als de alombekende tegenhanger van een band die deze songtitel ook als bandnaam heeft! Bijzonder om deze grondleggers eens aan het werk te kunnen zien.

Terug naar het hoofdpodium om één van de vreemde eendjes in de bijt te gaan bekijken: Combichrist. Ondanks het hoge gehalte aan “Come see my laptop live” en het feit dat het in de basis eigenlijk niet eens metal is, is dit een band die altijd een dikke show weet te geven en vandaag is daar geen uitzondering op. Door het loodzware geluid gecombineerd met behoorlijk controversiële teksten (neem alleen de bandnaam al) heeft deze band het altijd goed gedaan bij het metalpubliek. Ook vandaag gaat een volgelopen festivalweide goed los, hoewel de schare aan echte fans relatief klein lijkt. In deze band vinden we dan ook bewijs dat de metal wereld steeds opener wordt voor nieuwe/andere invloeden en die innovatie is heel welkom!

De volgende band op de Swamp stage is Monolord, nog zo’n band die heel wat externe invloeden de metal festivalweides heeft opgekregen. De trage en zware stoner doet het lekker in de donkere tent. Ik had het voller verwacht bij deze populaire band, het is achterin nog prima te doen en zelfs mensen met stoeltjes (die bij Alcatraz gewoon het terrein mee op mogen) zitten goed. De lichtschermen staan nog uit op dit tijdstip maar godzijdank niet meer die irritante reclames tijdens de show die vorig jaar de optredens verpestten. De trage muziek zuigt je lekker mee, maar je kakt er in dit weer ook aardig van in met deze temperaturen en de hoeveelheid nachtrust.

Terug naar de main stage voor één van de veteranen van het festival, Udo staat onder zijn achternaam Dirkschneider op het podium en dat betekent dat hij alleen de nummers van zijn Accept verleden speelt. Er gebeurt dus vandaag niets wat niet te verwachten was. Het zijn vooral de metalheads met minder en grijzere haren die volop aan het meebrullen zijn met de inmiddels bejaarde Duitser en dat is hard nodig. Inmiddels laat hij bijna de helft van de zangpartijen over aan het publiek en bij wel vier nummers, ‘Metal Heart’, ‘Princess of the Dawn’, ‘Balls to the Wall’ en de afsluitende ‘Burning’ worden lange zangspelletjes gespeeld. Ondanks zijn aardige speeltijd van 50 minuten zijn dus ook maar acht nummers de revue gepasseerd en dat is toch wel teleurstellend. Bij ‘Burning’ valt hij ook nog eens compleet verkeerd in terwijl hij dit nummer toch al langer speelt dan dat ik leef. Nouja, we zullen het er maar op houden dat de beste man inmiddels alweer 74 is.

Terug naar de Swamp stage, het is gelukkig maar één minuutje lopen. Wat ben ik toch blij met die schaalvoordelen! Het is nu de beurt aan het Franse Celeste om hun zwartmetalen sludgekunsten te vertonen. Het feit dat de teksten in het Frans zijn maakt in dit geval geen reet uit. Zelfs al hadden ze “op een grote paddenstoel” staan zingen, het was toch wel onverstaanbaar geweest. Het hysterische gekrijs past natuurlijk wel fantastisch bij de dikke duistere muur van geluid in deze donkere tent. Het is er inmiddels wel behoorlijk warm en ook druk, waaronder met veel schuilers tegen de zon. Och, zo kom je ook aan toeschouwers en nieuwe fans toch? Gelukkig zijn we het heetst van de dag inmiddels voorbij.

Nu de zon wat begint te zakken ontstaat er een schaduwspot door de geluidstoren en het is vanaf die locatie dat ik Armored Saint bekijk. Het veld is niet erg vol, zeker niet als ik het vergelijk met wanneer Dirkschneider en Combichrist speelden. Ik had zo naar de voorste hekken kunnen lopen. Dit is een minder bekende broer van de familie waartoe ook Metal Church en Savatage behoren, bands die ook op dit festival staan. Het zijn dus ook weer vooral de traditionele metalshirtjes, of eigenlijk de mensen erin, die hier volop staan te genieten. Tijdens ‘End of the Attention Span’ lijkt het wel alsof het publiek dat zo’n beetje heeft bereikt. Het is dan ook een band die niet zo in het collectieve geheugen zit als sommige andere dinosauriërs in het genre, misschien staan ze hier toch een beetje op het verkeerde podium en tijdslot?

Terwijl Armored Saint op het hoofdpodium staat is het in La Morgue tijd voor Graceless. Het geluid is inmiddels aan de beterende hand en is meer gebalanceerd dan tijdens de eerdere bands hier. Het valt misschien niet helemaal in mijn straatje, maar wat de band hier staat te doen is technisch best indrukwekkend. Er is ontzettend veel interactie met het publiek en dat publiek vermaakt zich dan ook uitstekend. Er wordt volop gemosht, gecrowdsurft en zelfs stagediven staat hier op het programma. (Lianne)

Op het hoofdpodium is het inmiddels tijd voor Body Count en te oordelen aan de drukte hebben veel mensen daarnaar uitgekeken! Als ik aan kom lopen is zanger Ice-T iets aan het brabbelen over vrouwen die mannen vanalles zouden willen aandoen, nou ja het zal wel. Het is in ieder geval de opmaat naar het smakelijk klinkende ‘Manslaughter’. Ik ben niet erg bekend met de band maar van wat ik van de teksten versta gaat er toch een wenkbrauw omhoog. Na een paar nummers en vooral de toespraakjes tussendoor ben ik er eigenlijk wel klaar mee. Als je mij had verteld dat de toespraakjes tussendoor en een deel van de songteksten door Trump geschreven zijn, had ik je zo geloofd. Het zit muzikaal allemaal prima in elkaar hoor, maar het is zeker tekstueel echt mijn band niet. Ook als band van dit formaat niet één maar wel twee covers spelen vind ik nogal een zwaktebod. Dat doe je maar lekker in je oefenschuur als je een sixpackje teveel achter de kiezen hebt, niet voor de fans die voor jouw muziek komen.

In de Helldorado tent is het nu Alien Ant Farm die de opwachting maakt. Het begin is wat rommelig en de noten die zanger Dryden op zijn zang heeft zijn nog niet allemaal even zuiver. Gelukkig wordt dit wel beter als het optreden vordert, maar echt strak speelt deze band niet. Een hoop wordt goedgemaakt door een goeie dosis showmanship en veel interactie met het publiek. Ook doet Dryden een openbaring, hij is 4 jaar clean van de alcohol en de cocaïne! He is “trying to flip the page” en wil een betere vader voor zijn kind worden, toch mooi. Uiteraard wordt ook de bekende Michael Jackson cover ‘Smooth Criminal’ gespeeld en het lijkt alsof 90% van het publiek deze band alleen lijkt te kennen van deze cover. (Lianne)

De zon staat bijna horizontaal als Savatage begint aan hun set en de oplettende lezer kan het niet ontgaan zijn dat ik groot fan ben van deze groep die ik een weekje eerder nog in de 013 heb gezien. De set van vandaag is een typische festivalset met vooral grote hits zoals ‘Jesus Saves’, ‘Chance’, ‘Gutter Ballet’ en ‘Edge of Thorns’. Er wordt tot ver achterin goed meegezongen met deze juweeltjes uit de heavy metal geschiedenis en de band is in topvorm. Wel opvallend is dat bij dit concert de camera’s weer uit staan en op de schermen de digitale backdrop wordt gedupliceerd. Ik stond (uiteraard) ver vooraan dus had er geen last van, maar achterin zal dit best irritant geweest zijn. Jon Oliva is er niet bij wegens gezondheidsproblemen, maar via het scherm wordt hij toch het concert ingeloodst en in een hybride vorm speelt hij samen met de rest van de band een schitterende versie van ‘Believe’. Tijdens de solo verschijnen beelden van de verongelukte Savatage gitarist Criss Oliva (Jon’s broer) op het scherm. Als afsluiter is er uiteraard ‘Hall of the Mountain King’.

Even een korte pauze en daarna op tijd terug om dagheadliner Slaughter to Prevail te bekijken. De band heeft een leuke en speelse podiumopstelling. Allerlei verhogingen zorgen ervoor dat bandleden veel bewegingsvrijheid hebben en dat zorgt voor een levendige show. Eigenlijk is dat ook het enige wat ik er leuk aan vind en hier kan ik geen andere reden opplakken dan “een kwestie van smaak”. Tegelijkertijd kan ik me heel goed voorstellen dat deze gemaskerde mannen zo snel door de rangen zijn heengegroeid, want ze zijn gewoon retegoed in wat ze doen! Een permanente stofwolk voor het podium bewijst de non-stop moshpit die daar gaande is, naar wat ik later hoorde (en de volgende dag zag) had ook de EHBO het hier iets drukker dan tijdens de andere bands. Zelf ben ik ook behoorlijk onder de indruk van de drumsolo, wat een drummachine is die man zeg! Er wordt zelfs nog een jonge bezoeker het podium opgehaald om wat mee te spelen met de band. Ik kijk het optreden uiteindelijk niet uit, want ik heb een andere band gekozen om de dag mee te eindigen.

En die band is Amenra, die met hun loodzware post-metal een gitzwarte punt zet achter de vrijdag van Alcatraz. De lange nummers die van dromerig en atmosferisch naar dreunende trage geluidsmuren gaan zijn ontzettend indrukwekkend. In het begin is Slaughter to Prevail er nog doorheen te horen, maar later kunnen we ongestoord genieten van deze luisterreis met zang in zowel het Engels, Nederlands én Frans. De lichtshow is volledig zwart-wit en dat draag extra bij aan de sfeer die hier gecreëerd wordt. De dromerige muziek maakt op dit late tijdstip wel extra slaperig, dus ik trek op den duur ook mijn conclusie en zet zelf een punt achter de vrijdag.