Savatage in 013, Tilburg- 1 augustus 2026
“Om mij heen kijkend tijdens ‘Believe’ zie ik grote stoere mannen de tranen uit hun baard vegen, zie ik vaders en zoons met de armen om elkaars schouder, en zie ik geliefden dit nummer zonder te praten woord voor woord aan elkaar beloven.”
Come-backs in de metal scène zien we wel vaker, maar het is Savatage die deze term tot een hoger niveau heeft gebracht. Zo’n 25 jaren aan bijna complete stilte worden nu opgevolgd door enorme tournees en liveshows van een muzikaal niveau waar eigenlijk geen enkele periode van de band aan kan tippen. Natuurlijk is er iets van te vinden dat er geen enkel oorspronkelijk bandlid meer op het podium staat, maar iedereen die de band al wat langer volgt weet precies hoe die vork in de steel zit. Momenteel zit de band in hun tweede wereldtournee van hun reünie en daarbij deden ze ook hun favoriete stad van heel Europa aan en wel in de 013, 28 jaar nadat ze de allereerste band waren die in die toen nieuwe zaal optrad. Ik mocht namens de Lords getuige zijn van deze bijzondere avond.
6 augustus 2026 I Tekst: Jori van de Worp
Lichte paniek beheerste de socials de week voorafgaand aan de show, toen 013 per ongeluk een foutief tijdschema presenteerde wat Savatage wel een heel kort optreden zou geven. Gelukkig werd de fout hersteld en waren het geen paniekerige zenuwen die de sfeer in de 013 beheerste, maar een gezonde spanning en afwachting van iets wat wel eens legendarisch zou kunnen worden. Het concert was niet uitverkocht, misschien mede dankzij de zelfs voor deze tijd behoorlijk pittige entreeprijs van €75,80 voor één band, maar dat betekende wel dat we nog enigszins bewegingsruimte hadden in de zaal. Klokslag half negen gaan de lichten uit en het lichtscherm aan, en is het nodig om te vermelden dat de zaal direct compleet bezeten lijkt? Nadat het scherm de iconische rozengitaar liet zien met het logo van de band komen de bandleden één voor één het podium op, beginnend bij de twee ingehuurde live toetsenisten Shawn McNair en (met net zoveel haar als de rest van de band bij elkaar) Paulo Cuevas. Als intro is dit keer de eerste twee minuten van ‘Morphine Child’ gekozen, wat dan ook direct de enige twee minuten muziek van het ‘Poets and Madmen’ album van die avond waren. ‘Dead Winter Dead’ is dan de echte opener, gevolgd door ‘Jesus Saves’, dus het publiek heeft de keeltjes direct goed kunnen gebruiken.
Via een heel verrassende ‘Lights Out’ komen we in de eerste helft van de show waarin voornamelijk het werk van de door Zak Stevens gezongen albums centraal staat. Dit is natuurlijk ook de zanger die we deze avond horen en deze stukken worden dan ook tot op de noot perfect uitgevoerd. Zeker in dit deel van het optreden is er dan ook veel ontzagwekkend muzikaal vakmanschap met moeilijke nummers als ‘This Is The Time (1990)’, ‘Another Way’ en natuurlijk een adembenemende uitvoering van ‘Chance’ compleet met counterpart vocalen. Zeker het gitaristenduo Chris Caffery en Al Pitrelli is op dreef en de heren vullen elkaar zodanig aan dat “één plus één is drie”. Na ‘Chance’ kunnen we even iets stoom afblazen tijdens een instrumentele medley van ‘Temptation Relevation’ en ‘Prelude To Madness’, afgesloten met een mini-drumsolootje van Jeff. Hierna verschijnt de albumhoes van ‘Sirens’ op het scherm en het duurde dan ook even voordat ik ‘Warriors’, wat niet op dat album staat, herkende. Dit nummer werd volledig gezongen door gitarist Chris Caffery en wat is het in zijn stem toch goed te horen dat die man een pupil is geweest van de grenzeloze muzikaliteit van Jon Oliva, die de tour moet uitzitten wegens gezondheidsproblemen.
‘Warriors’ is een start van een verrassend deel van de setlist met veel oudjes waarvan velen ook compleet onverwacht. Van ‘Sirens’ en ‘Strange Wings’ tot ‘Miles Away’ en zelfs ‘Unusual’ compleet met de onheilspellende toetspartijen, het komt allemaal voorbij vanavond. Vooral op het gezicht van bassist Johnny, in deze line-up de veteraan van Savatage, prijkt tijdens dit gedeelte een vette pretbek. Een hoogtepunt is een beladen vertolking van ‘Tonight He Grins Again’, een nummer waarvan Jon Oliva meermaals heeft gezegd dat het zijn absolute Savatage favoriet is. Over Jon Oliva gesproken, hij zit thuis maar doet toch een soort van mee. Na een indrukwekkende uitvoering van ‘The Hourglass’ verschijnt hij op het scherm, om samen met de rest van de band ‘Believe’ voor ons te spelen. Tijdens de gitaarsolo wordt het lichtscherm gevuld met beelden van overleden gitarist Criss Oliva. Om mij heen kijkend tijdens ‘Believe’ zie ik grote stoere mannen de tranen uit hun baard vegen, zie ik vaders en zoons met de armen om elkaars schouder, en zie ik geliefden dit nummer zonder te praten woord voor woord aan elkaar beloven. Een daverend applaus voor de band en zeker ook voor de gebroeders Oliva volgt. Een van de toetsenisten slaat hakkelend op de piano een herkenbaar deuntje aan. D, Bb, F, Bb, C, A, F, A en dan E, C, G, C, D, B, G, B voor als je het eens na wil spelen: het is tijd voor Gutter Ballet! Menigeen die de energie nog in de benen heeft springt mee op de dreunende beat van de opmaat naar het eerste couplet, en uiteraard wordt de hele tekst volop meegebruld door de hele zaal. Hetzelfde kan natuurlijk gezegd worden over ‘Edge of Thorns’ die volgt, en dat minstens even iconische piano-intro zoek je maar lekker zelf uit. ‘Edge of Thorns’ luidt het einde in van de reguliere set. Gelukkig krijgen we nog een toegift met de ultieme Savatage headbanger, ‘Hall Of The Mountain King’ waarbij zanger Zak Stevens laat horen ook niet terug te deinzen voor de karakteristieke krijsen van zijn voorganger.
Het is moeilijk om niet onder de indruk te zijn van de muzikale kwaliteiten van deze rasmuzikanten. Met Trans-Siberian Orchestra en soms twee shows van drie uur op een dag staan deze mannen immers vaker op het podium dan vrijwel alle andere metal muzikanten en die enorme ervaring werkt door in wat ze nu met Savatage doen. Daar bovenop is alleen het feit dat deze band na al die jaren toch nog boven is komen drijven en dat ze weer live te zien zijn al bijzonder. In die zin beklaag ik de puristen die weigeren te komen “omdat Jon er niet bij is”, ik zou mezelf toch flink voor de kop geslagen hebben als ik dit expres overgeslagen zou hebben. Het enige wat ik jammer vind is dat er niks van het oeroude album ‘The Dungeons Are Calling’ is gespeeld. Nouja, je kan niet alles hebben. Net zoals de vorige keer in Oberhaussen, waar de ontlading van “de eerste keer” nog wel een stuk groter was, is hier metalgeschiedenis geschreven en is het concert van het jaar alvast binnen. Voor mij in ieder geval tot volgende week op Alcatraz, maar hopelijk ook weer tot volgend jaar!



