Sevendust- interview met Morgan Rose
Morgan Rose (drummer): “Pas ongeveer een jaar geleden hebben we beslist dat we ons volledig wilden richten op de rest van de wereld.”
Al sinds halverwege de jaren negentig domineert Sevendust de Amerikaanse muziekwereld met hun nu-metal van de beginjaren die later werd geëvolueerd tot een vorm van stevige alternatieve rock. In de Verenigde Staten zijn ze dan ook een heel grote naam. Enkel in de buitenwereld is het wat minder. Ook zo in Europa waar de naam Sevendust eindelijk wat begint door te breken. Zo verschijnt met het nieuwe album ‘One’ alweer hun vijftiende album en het belooft nu al één van de betere Sevendust-albums te worden. Zo kreeg ik de gelegenheid voor een videocall met drummer Morgan Rose. Het label had op voorhand laten weten dat de band heel veel interviews doet en er een strikt tijdschema van vijfentwintig minuten was dat diende gevolgd te worden. Dat lijkt kort maar Morgan was behalve een sympathieke kerel ook een spraakwaterval.
Koen de Waele I 17 april 2026
Hey Morgan, hoe gaat het met je?
Hoe gaat het met jou, maat? Ik heb mijn leesbril erbij. We zijn allebei boven de vijftig, dus dat is geen overbodige luxe. Het is gewoon nodig.
Het is voor mij ook geweldig om jou te horen. Ja, ik was eigenlijk een beetje verbaasd: je hebt meerdere Grammy‑nominaties, 7 miljoen verkochte albums, miljoenen streams op Spotify… en toch neem je de tijd om een interview te doen met iemand uit de Lage Landen. Hoe belangrijk is die connectie voor jou?
Op dit moment betekent die eigenlijk alles, omdat we het grootste deel van onze carrière nooit echt hebben kunnen inzetten op Europa of überhaupt op gebieden buiten Noord‑Amerika. Pas ongeveer een jaar geleden hebben we beslist dat we ons volledig wilden richten op de rest van de wereld. Dus nu beginnen we eigenlijk helemaal opnieuw, vanaf nul. En dat is super spannend. We hebben dertig jaar lang bijna uitsluitend in Amerika gespeeld, en ineens was het: “Willen jullie proberen een stevige basis op te bouwen buiten de VS?” En wij dachten: ja, als het kan, laten we het doen. We deden de tour met Alter Bridge, en dat ging zó goed dat we meteen wisten: dit is het. We gaan er volledig voor. Dus dingen zoals dit interview zijn nu enorm belangrijk voor ons.
Ja, want dit gaat over een nieuw album. ‘One’, zo’n korte titel, maar met zoveel betekenissen. Wat betekent het voor Sevendust, of voor jou persoonlijk?
Voor ons draait het vooral om de eenheid binnen de band. Dat we al zo lang samen zijn, en dat de mensen die ons al die jaren gesteund hebben nog steeds bij ons zijn. Het is eigenlijk een album voor iedereen die ons trouw gebleven is, en ook een soort eerbetoon aan onszelf dat we na dertig jaar nog altijd zo hecht zijn. Het is superzeldzaam dat een band zo lang met de originele leden blijft bestaan. En nóg zeldzamer dat die originele leden elkaar na al die tijd nog steeds graag zien en respecteren. Dus we wilden dat gevoel vieren.
Ik heb naar het album geluisterd, en jullie lijken gewoon geen slecht nummer te kúnnen schrijven. Ik ken bands die al dertig jaar bestaan en nog steeds op zoek zijn naar één hit of oorwurm. Wat is het geheim van Sevendust? Want op elk album staan weer geweldige songs.
We hebben altijd gewoon gedaan wat we zelf wilden doen. Het is een beetje vreemd, want Europa begrijpt dat misschien nog beter dan Amerika. Als je naar de line‑ups van Europese festivals kijkt — en ik bedoel niet alleen Europa, maar die hele regio — dan zie je een enorme diversiteit. Je kunt op één festival zowel iets superheavy’s zien, zoals Lorna Shore, als iets totaal anders, zoals Def Leppard. En dat wordt hier in de VS wel beter, maar het blijft anders. Bijvoorbeeld: we gaan binnenkort op tour in de States en nemen Atreyu mee als support. En in Europa deden we net die tour met Alter Bridge. Er waren tijden dat we shows speelden met Creed, en bijna meteen daarna met Static‑X. Als je dat zo bekijkt, denk je: Static‑X en Creed zouden hier in de VS nooit samen op één affiche staan. Dat is voor ons altijd een beetje een zegen én een vloek geweest. Maar wij zijn altijd trouw gebleven aan één principe: we schrijven gewoon wat we zelf willen schrijven. Het proces is eigenlijk vrij simpel. John (Connolly – gitaar) en Clint (Lowery – gitaar) schrijven het grootste deel van de riffs. Soms komen ze met bijna volledige songs, soms met losse ideeën of stukken. Dan komen ze de repetitieruimte binnen en kan het evengoed zijn dat ik zeg: “Oké, laten we dit zo doen.” We produceren onszelf eigenlijk al in die fase. Daarna gaan we pas naar een producer, die dan verder bouwt op wat wij al hebben voorbereid. Iedereen heeft zijn rol, en iedereen bemoeit zich ermee. Soms kan dat met zoveel creatieve mensen een beetje chaotisch worden, maar bij ons werkt het. Ik ga gewoon zo ver als ik kan met een idee, en als ik vastloop, denk ik: ik heb hier vier gasten die ook kunnen schrijven. Dus dan geef ik het door en zeg: “Doe er iets mee.” Zo werken we al onze hele carrière. Het is voor ons nooit echt moeilijk geweest om gewoon te doen wat we willen doen. We hebben een community opgebouwd, een soort familie, die ons al die jaren gesteund heeft. Er is eigenlijk geen reden om het anders te doen.
Dus jullie werken na al die jaren nog steeds als een echt team?
Ja. Het is gek, maar bij het laatste album waren we zelfs nóg hechter. Daarom kwam die titel ook zo vanzelf. Het is niet altijd makkelijk geweest — iemand helpt je wel altijd verder als je ergens vastzit, maar we zijn ook broers. Dus ja, soms is er wel eens frictie. Dan zijn twee bandleden even boos op elkaar en praten ze een week niet. En dan denk je: geweldig, we zitten net in de studio. Maar het is nooit iets ernstigs geweest. Meer van die typische dingen die je in elke familie hebt. Dit album ging eigenlijk opvallend soepel.
Het lijkt een beetje op een huwelijk.
Het ís een huwelijk. Je bent dertig jaar lang met vier andere mensen getrouwd. Pure waanzin.
Sevendust heeft altijd politieke thema’s vermeden. Is dat een bewuste keuze, zeker in tijden zoals nu?
Voor ons gaat het erom dat we schrijven over dingen die we zelf meemaken, of die iemand in de band doormaakt. Onze muziek is een soort therapie. Soms zijn de onderwerpen niet positief, maar ze helpen ons wel. Dat zijn de dingen die ons raken, die ons motiveren om te schrijven. We willen eerst voor onszelf zorgen, mentaal en emotioneel. En het ironische is: we zijn daar helemaal niet alleen in. Zoveel mensen maken moeilijke periodes door, hebben te maken met depressie of problemen door omstandigheden. Als wij daarover schrijven, krijgen we veel meer positieve reacties dan wanneer we onze mening zouden geven over iets waar iedereen toch anders over denkt. Wat wij schrijven is gewoon eerlijk: dit is wat ik heb meegemaakt. Daar is geen discussie over. En mensen herkennen dat, omdat het menselijk is.
Hoe gaat het tegenwoordig met jou persoonlijk? Je hebt een gezin, je komt vaak over als een echte familieman. Tegelijk is Sevendust een grote naam, met veel werk en veel touren. Hoe combineer je dat?
Het is veel, ja. We schrijven daar soms direct, soms indirect over. We hebben allemaal met dat soort dingen geworsteld. Ik zei laatst nog tegen Clint: “Ik heb mijn zoon vier dagen gezien in twee maanden, toen ik terug was uit Europa.” Hij is nu volwassen, hij wil met zijn vrienden optrekken. En nu is hij zelf ook alweer op pad. Hij studeert binnenkort af van de middelbare school en zit op dit moment op een seniorencruise. Dus in mijn laatste week thuis was hij weg op cruise, en ik zat daar maar. Ik dacht: man… het is gewoon voorbij. Die hele periode van een kind opvoeden, thuiskomen en hem naar de deur zien rennen om in je armen te springen… dat is allemaal weg. En dat is zwaar, echt deprimerend. Het valt me soms moeilijk. Ik heb door dit leven veel relaties verloren, zelfs een huwelijk. Ik heb mijn familie altijd ondersteund, dus ik heb mijn plicht gedaan, maar het heeft wel een prijs gehad. En ik zie hetzelfde bij de andere jongens. Het is niet allemaal rozengeur. Ze werken zich kapot op tour, missen iedereen thuis, en als ze thuiskomen moeten ze zich weer herinstellen. Soms voel je je bijna een vreemde in je eigen huis, omdat je zo lang weg bent geweest. Er zijn nieuwe regels ontstaan, en dan kom jij binnen en moet je je daaraan aanpassen. Je kunt niet thuiskomen, alles omgooien en dan weer twee maanden vertrekken. Dus ja, het is een zegen dat we dit al zo lang mogen doen, maar het heeft zeker een grote kost.
Oké, laten we het over iets leukers hebben. Ik zag de video voor ‘Threshold’ en die is geweldig. Het deed me denken aan die animatiefilms die mijn kinderen vroeger keken. Hoe hebben jullie dat gefilmd? Is het stop‑motion animatie?
Ja, ja. En dat gold ook voor die andere video, niet ‘Unbreakable’, maar ‘Fence’. We kregen toen veel commentaar, want tegenwoordig denkt iedereen meteen dat alles A.I. is. En ja, er zijn dingen die dat wel zijn, maar wij doen er alles aan om dat te vermijden. Ik sluit niet uit dat mensen A.I. binnenkort gewoon gaan accepteren, zoals ze dat met andere grote veranderingen ook gedaan hebben. Maar ik ben er geen fan van, zeker niet in muziek. Het haalt het menselijke eruit. Wij willen muziek maken die we voelen. Dus ik snap waarom mensen shortcuts nemen, maar dat is niets voor deze band. Maar nee, ‘Threshold’ was geen A.I. Ik denk dat we er deze keer makkelijker mee wegkomen omdat we ‘Fence’ al hadden gedaan, toen A.I. nog niet zo’n groot ding was. Het is gewoon een coole video. En ik denk dat we dat claymation‑idee nog wel even kunnen doortrekken. Misschien komt er op de volgende plaat nog eentje, als er een volgende plaat komt, of als het singles worden, of wat de industrie ook beslist.
Hoe voelde het eigenlijk om jezelf als kleifiguur te zien? Je hebt nu je eigen actiefiguur.
Ja, dat is cool. Uiteindelijk heb je al zoveel dingen gedaan dat je blij bent als je iets vindt dat een beetje anders is. En het maakt het voor ons ook makkelijker: we hoeven niet allemaal in een vliegtuig te stappen, ergens naartoe te vliegen en twaalf uur voor een camera te staan. Dat soort dingen doen we niet zo graag. Dus dit haalde wat druk van onze schouders. En het is gewoon leuk. Je kunt dat soort visuals ook gebruiken voor merchandise en andere dingen. Het was een idee van het management, wij stonden erachter, en we zijn blij met het resultaat. Het bracht Pete, onze A&R‑man, ook weer terug in het verhaal. Waarschijnlijk gaan we hem ook nog ergens verwerken.
Al jaren ben jij een drummer die niet per se focust op het snelste of meest technische spel, maar precies weet waar een nummer jou nodig heeft. Denk je dat dat belangrijker is geweest dan extreem technisch of snel spelen? Je bent echt de ruggengraat van Sevendust.
Dat waardeer ik. Kijk, ik heb de band opgericht, en het ironische is dat de eerste twee mensen die ik erbij haalde Vinny (Hornsby – bas) waren die met mij uit een andere band kwam en John. Het eerste nummer dat ik ooit hoorde was ‘Black’. Dus eigenlijk geef ik veel krediet aan John voor de richting die we muzikaal uitgingen, want het was zijn riff. Toen ik die riff hoorde, dacht ik: oké, ik kopieer gewoon alles met de kickdrum en daarboven leggen we een groove. Dat was het idee. Laten we dat vasthouden en kijken wat er gebeurt. En zo begonnen de nummers te ontstaan. Het was geen revolutionair concept want Pantera had dat soort groove al gedaan, en andere bands ook. Maar dan voeg je Lajon (Witherspoon – zanger) toe, en wat extra melodie, en dan denk je: hmm… iedereen heeft alles al eens gedaan, maar misschien hebben wij toch een combinatie gevonden die nét anders klinkt. En dat gevoel hadden we: dit is iets dat een beetje afwijkt van de rest. Maar de groove was altijd nummer één. Altijd. Soms trekken we het tempo wat op, soms wordt het wat sneller, maar uiteindelijk draait het om die bounce. We willen dat mensen iets voelen. En dat past ook bij wat we lyrisch proberen te doen: alles draait om emotie. We willen dat mensen geraakt worden, niet dat ze compleet doordraaien. Natuurlijk hebben we momenten gehad waarop we gewoon wilden ontploffen, maar Lajon gaat zingen, we doen wat zware vocalen, maar we willen niet dat mensen zo overprikkeld raken dat ze niet meer horen wat we te zeggen hebben. Dus we zoeken altijd balans.
Je drumt al meer dan 30 jaar. Kun je nog naar muziek luisteren puur voor je plezier, of begin je automatisch elk drumdetail te analyseren?
Ik heb eigenlijk nooit beweerd dat ik een geweldige drummer ben. Ik speelde altijd gewoon wat het nummer nodig had, wat ik voelde. En toen kwam technologie. Wij maakten platen in een tijd dat er nog geen Beat Detective (lees een functie in Pro Tools die helpt om drums strakker in timing en perfect gelijk te laten klinken) bestond. Als ze iets wilden verplaatsen, moesten ze letterlijk tape knippen. Gelukkig werkten we met producers die dat haatten. Ze zeiden: “We knippen geen tape. Speel het gewoon opnieuw tot het goed is.” Dus we trainden onszelf om muzikanten te worden die strak konden spelen, met clicktrack, in de studio, zonder afhankelijk te zijn van correcties. Daardoor werden we al vroeg heel analytisch. En dat werd erger en erger, tot we uiteindelijk moesten toegeven: oké, als er iets een klein duwtje nodig heeft, doe het maar. Want ik werd gek. Ik hoor elk klein foutje en dat maakt me compleet gestoord.
Hoe ziet een typische Sevendust‑schrijfsessie eruit in 2026? Zitten jullie nog samen in één ruimte, of sturen jullie vooral ideeën heen en weer?
Dat laatste doen we eigenlijk al een hele tijd. We hebben een gedeelde Dropbox waar John en Clint riffs in zetten. Soms zijn het complete ideeën, soms losse stukjes. Wij luisteren dan en voelen meteen welke richting klopt. En dan komen we uiteindelijk allemaal samen, of we werken per twee. Ik ben een paar keer naar de farmhouse gegaan om met John en John te werken, en daar hebben we een paar nummers afgewerkt. Daarna ging ik naar Clint, en hebben hij en ik samen nog wat songs geschreven. ‘Unbreakable‘ hebben Clint en ik bijvoorbeeld in St. Louis geschreven. Later was ik toevallig in Californië, en daar zat een producer van wie ik al lang fan was, vooral van zijn stem. Ik vroeg hem: “Vind je het oké als ik langskom en we wat ideeën uitwisselen?” Dat werd uiteindelijk het enige nummer op de plaat dat we met iemand buiten de band hebben geschreven. Ik heb dat samen met hem gemaakt. En zodra we dan de studio ingaan, wordt het een beetje als Wall Street: iedereen rent door elkaar, van kamer naar kamer. “Hé, ik heb iets! Kom eens luisteren!” Dan ga ik naar boven en heeft Clint ineens een volledige zanglijn geschreven voor een nummer. Meestal ga ik daarin mee, 99% van de tijd zelfs. Maar er was ook een moment waarop ik een nummer eigenlijk wilde schrappen. Ik kwam binnen met het idee: dit gaat van de plaat. En John zei: “Nee, nee, dit blijft erop.” Ik zei: “Maar we hébben nog niets.” Waarop hij antwoordde: “Lajon is net binnengekomen en heeft iets gefreestyled. Ik heb wat dingen verplaatst en ik denk dat we iets hebben.” Hij speelde het af en ik zei meteen: “Dat is klaar.” Dat is precies wat ik bedoel met my brother’s keeper: iedereen loopt rond, pikt dingen op, vult elkaar aan. Soms komt iemand een kamer binnen en vraagt: “Voor welk nummer hebben we nog een verse nodig?” En iemand anders zegt: “Voor dit.” “Oké, ik ben zo terug.” En dan gaan ze iets schrijven. Het is een heel gezonde werkomgeving en het haalt veel stress weg.
Geweldig om te horen. Denk je dat Sevendust nu zijn maximale vorm heeft bereikt? Jullie begonnen ooit meer als een nu‑metalband, en nu zitten jullie volledig in de hardrock/heavy rock.
Ik denk dat we nog veel in ons hebben. We zijn altijd geïnteresseerd geweest in stijlen verkennen en verschuiven. Soms hoor ik mensen zeggen: “Het is een typisch goede Sevendust‑plaat, het klinkt als Sevendust.” En dan denk ik: ja, maar welke Sevendust? Klinken we als Angel’s Son‑Sevendust? Of als Pieces‑Sevendust? Of als Prodigal Son‑Sevendust? Dat zijn drie totaal verschillende bands. Of klinken we als The Weight? Of als Truth Killer? Die twee lijken ook totaal niet op elkaar. Dus nee, het maakt me niet boos, maar het voelt soms alsof mensen niet echt luisteren. Want we bestrijken zó veel stijlen dat het lui is om te zeggen dat alles hetzelfde klinkt. Wat moeten we dan doen? We hebben geprobeerd om één duidelijke richting te kiezen. Op de vorige plaat wilden we bijvoorbeeld wat meer elektronische en industriële elementen verwerken, consistent door het hele album. Niemand merkte het. Dus voor deze plaat dachten we: laat maar. Geen richting. We zijn richtingloos. We hebben eigenlijk geen idee wat we doen. We doen gewoon wat op dat moment goed voelt. Dus laten we gewoon de beste nummers kiezen en ons geen zorgen maken over wat we precies schrijven of welke elementen we in elk nummer stoppen. Het hoeft niet allemaal één geheel te vormen, want veel mensen gaan toch zeggen dat het “gewoon als ons klinkt”. Dus laten we dan maar gewoon als ons klinken. Laten we doen wat we willen.
Dit is ook jullie eerste album bij Napalm Records.
Ja, dat klopt. En we zijn echt heel blij met hen. Ze geven ons volledige artistieke vrijheid, dat is zeker. We krijgen nooit opmerkingen als: “Kunnen jullie nog een extra nummer maken?” of “Deze voelt wat zwak.” Geen druk, geen tegenwerking. En er zijn momenten in onze carrière geweest dat dat wél anders was.
En het label vertelde me ook dat ik heel strikt moet zijn met de tijd.
Oh ja, er staat een hele lijst mensen te wachten. Je hebt nog één minuut.
Het was geweldig om met je te praten. Je bent echt een fantastisch persoon.
Jij ook, maat. Ik waardeer het enorm. Dank je wel.
En ik hoop dat we je ooit in Europa zien, want volgende week vertrekken jullie op Amerikaanse tour.
Ja, ja. Ik ben nerveus. Ik word altijd nerveus vlak voor vertrek. Dan denk ik: “God, ga ik dit wel overleven?” Maar we zijn ook heel enthousiast. We hebben iedereen in Europa beloofd dat we zouden terugkomen. We zeiden: “We komen dit jaar terug.” En zij zeiden: “Oké… dat hebben jullie al eerder gezegd.” Het enige lastige is dat we veel kritiek krijgen omdat we bepaalde plekken niet aandoen. Maar mensen begrijpen niet dat we daar geen controle over hebben. En daarnaast: er is een plan. Er gebeurt ook van alles in 2027. We komen terug naar Europa in 2027. Sommige landen zeggen: “We willen jullie hier én hier hebben.” Maar de kans die we in 2027 krijgen, is een veel grotere, belangrijkere plek op de affiche. Dus we zeggen: maak je geen zorgen, we komen terug naar Spanje. Maar niet nu, een paar maanden later. Rustig blijven.
Social media



