Lords of Metal
Arrow Lords of Metal

Psycroptic- interview met Jason Peppiatt

Jason Peppiatt: “We houden er gewoon van om te experimenteren en ons niet vast te pinnen op één genre. Als mensen ons tech death noemen, betekent dat nog niet dat we per se zo moeten klinken

Het Australische Psycroptic is al jaren een vaste waarde binnen de technische death metal, een stijl die door hun afkomst vaak ook “Tasmanian death metal” wordt genoemd. Met ‘The Pulse Of Annihilation’ zijn ze ondertussen toe aan hun negende album, en daaruit blijkt dat de honger nog lang niet gestild is. De broers Andy en Joe Haley vormen nog altijd het kloppende hart van de band en sturen alles strak aan, zoals we dat van hen gewend zijn. Opvallend deze keer is de extra vocale inbreng van Jason Keyser (Origin), die naast vaste zanger Jason Peppiatt te horen is. Dat zorgt voor een frisse dynamiek en geeft de nummers soms net dat tikkeltje extra punch. Verwacht echter geen twee frontmannen samen op het podium: die samenwerking beperkt zich voorlopig tot de studio. Wij spraken met zanger Jason P, die ons meeneemt in het verhaal achter het nieuwe album. Hij vertelde openhartig over de evolutie van de band, de manier waarop de plaat tot stand kwam en hoe die samenwerking met Jason K precies verlopen is. Het levert een blik achter de schermen op van een band die, zelfs na zoveel jaren, nog altijd blijft zoeken naar nieuwe manieren om hun sound scherper, harder en relevanter te maken.
Koen de Waele Ι 10 september 2026

Hoi Jason, leuk om je te horen . Welk uur is het trouwens bij jullie daar want hier in België is het momenteel dinsdag dertien uur.
Hier is het negen uur ’s avonds, wat is het, dinsdagavond?

Is het soms moeilijk om interviews te doen met de tijdsverschil tussen Australië en de rest van de wereld.
Ja, het is eigenlijk gewoon belachelijk soms. We moeten er af en toe doen om vijf of zes uur ’s morgens en zo, dus dat kan best pittig zijn.

Jullie staan op het punt om ‘The Pulse Of Annihilation’ uit te brengen, hoe voelt deze release voor jou persoonlijk?
Heel goed, echt wel. We hebben er veel tijd in gestoken om het te schrijven en op te nemen. Ik denk zelfs dat we er langer aan gewerkt hebben dan aan vorige albums. Vrij snel nadat we klaar waren met de tour voor ‘Divine Council’, zijn we al begonnen met schrijven aan deze plaat. Dus ja, het is fijn dat we na zo’n drie jaar schrijven en opnemen nu eindelijk bijna aan de release zitten. Dat moment is altijd speciaal: wanneer je je “baby” eindelijk kan loslaten op de wereld.

De titel ‘The Pulse Of Annihilation’ klinkt vrij intens. Wat zit daar conceptueel achter? Want tekstueel is dit toch wel één van jullie agressiefste albums.
Ja, zeker. Tekstueel en inhoudelijk ligt het nog in dezelfde lijn. Het is een beetje hoe ik de laatste paar albums heb aangepakt: een soort overzicht vanop afstand, mijn kijk op de wereld. Ik probeer het minder vanuit politiek te bekijken en meer te focussen op wat we als mensen goed doen en waar we de mist in gaan, in plaats van die verdeeldheid en dat wij-zij-denken dat je tegenwoordig overal ziet. Met alles wat er nu gaande is in de wereld vonden we de titel ook gewoon heel passend voor deze tijd.

Maar jij woont in Australië, een eiland aan de andere kant van de wereld. Jullie zijn toch de gelukkigste mensen ooit? Jullie hebben geen problemen.
Ja, dat klopt ergens wel. We zitten ver weg van alles, zeker in Tasmanië, dus in dat opzicht hebben we geluk. Maar de gekte in de wereld vandaag, via internet en sociale media, bereikt helaas echt overal.

Het album begint nog stevig met ‘Ashes of a New Dawn’. Nooit gedacht aan een soort van intro want enkele nummers later met ‘A Sword of Me’ krijg je dan wel terug een intro te horen.
Bij dit album wilden we meteen hard binnenkomen, de luisteraar als het ware een klap in het gezicht geven en duidelijk maken: dit is wie wij zijn. Dit is waar dit album voor staat. We hebben daarom gekozen om er zonder remmen in te vliegen, echt voluit vanaf het begin. Later op de plaat nemen we af en toe wat gas terug en geven we wat ademruimte, bijvoorbeeld met meer atmosferische intro’s en stukken. Maar het idee was vooral om te starten met dat brutale, allesverpletterende geluid — recht in je gezicht — als perfecte opening van het album.

‘No Time For The Weak’ bevat ook wat flarden snelle speed en heavy metal. Het is dus niet allemaal puur death metal. Luister jij nog naar andere bands of wat waren je klassiekers.
Ik denk dat het feit dat mensen ons vaak in het hokje van technische death metal stoppen, vooral nog uit het verleden komt. De laatste tien, twaalf jaar zijn we eigenlijk veel meer bezig met groove. Er zitten nu ook meer thrash-invloeden in onze muziek dan pure death metal. Die technische death metal-elementen zijn er nog altijd wel, maar dat is niet echt meer de richting die we vooral willen uitgaan, en dat is al een hele tijd zo. We houden er gewoon van om te experimenteren en ons niet vast te pinnen op één genre. Als mensen ons tech death noemen, betekent dat nog niet dat we per se zo moeten klinken. Voor ons zijn we gewoon een extreme metal band. We luisteren zelf ook heel breed: van Manowar tot Darkthrone tot Deeds of Flesh. Dat hoor je ook terug in onze muziek.

Je zit al jaren in een band met twee broers namelijk Davy (drummer) en Joe (gitarist) Haley. Is het werk in de band verdeelt of zorgen zij nog een beetje voor de leidraad.
Joe is meestal het brein achter de band, de gitarist. Hij is altijd degene geweest die de leiding neemt, ook omdat hij studio-engineer is. Hij is een geweldige muzikant en componist. Hij maakt vaak al vrij uitgewerkte demo’s die hij naar ons doorstuurt, zodat wij daarop kunnen verder bouwen. In de studio gebeurt het dan wel dat dingen die Dave op drums speelt of die ik met de zang doe, nieuwe ideeën opleveren. Daardoor past Joe soms nog bepaalde stukken aan tijdens het opnameproces. Maar in het algemeen is hij de drijvende kracht achter alles. Wij voegen vooral onze eigen partijen toe om zijn ideeën aan te vullen en het geheel sterker te maken.

Is er een moment waarop je denkt: ‘dit is te complex, dit werkt niet meer’?” Hoe bewaak je balans tussen techniek en impact?
Nee, soms heb ik echt wel momenten waarop ik het lastig heb met bepaalde stukken. Dan denk ik: shit, ik kan niet goed volgen wat hij aan het doen is, of wat Dave op drums speelt. Maar het komt er eigenlijk op neer dat Joe me daar goed in begeleidt, zeker bij het opnemen. Als iets te complex is voor mij, legt hij het rustig uit en breekt hij het in stukken. Hij zegt dan bijvoorbeeld hoe hij het vocaal voor zich hoort. Hij werkt echt samen met mij om ervoor te zorgen dat ik het goed begrijp en er het beste kan uithalen.

Voor het eerst dat ik lees staat ook Jason Keyser (Origin) bij de vocals vermeld. Waarom koos je ineens voor twee zangers, niet dat hij een onbekende is want hij speelde al in een verleden samen met jullie.
Hij heeft op het album ‘Divine Council’ ook al een deel van de zang gedaan. Maar op deze nieuwe plaat heeft hij zelfs twee nummers vocaal voor zijn rekening genomen. Dat was echt tof om eens te werken met iemand anders zijn kijk op een Psycroptic-nummer. Het was vooral leuk omdat hij muziek een beetje op dezelfde manier aanvoelt als ik, maar er toch een eigen draai aan geeft. Zijn aanpak ligt net iets anders dan de mijne, en dat maakte het net interessant om mee te experimenteren. Zo konden we spelen met frisse en andere ideeën.

Is het ooit mogelijk dat jullie met twee zangers op tour gaan?
Nee, ik denk niet dat dat iets is waar we echt interesse in hebben. We hebben het er wel eens over gehad, maar het is niet echt iets dat we willen doen. Het idee dat hij begon te zingen binnen de band is eigenlijk ontstaan omdat hij een aantal keren is ingevallen tijdens tours, toen ik zelf door gezondheidsproblemen niet kon meedoen. En dat deed hij altijd uitstekend, hij sprong meteen in wanneer nodig. Toen we bezig waren met de ‘Watcher of All’ EP, dachten we: laten we eens proberen hoe het klinkt als hij ook op de platen zingt. Maar uiteindelijk vinden we het als band een beetje vreemd om met twee zangers op het podium te staan. In genres zoals deathcore of metalcore werkt dat misschien prima, maar voor ons zou het gewoon wat geforceerd of zelfs een beetje belachelijk aanvoelen. Dus ja, we gaan dat waarschijnlijk gewoon niet doen.

Konden jullie het niet gemakkelijk maken dan twee zangers met dezelfde naam Jason te kiezen. Dat lijkt me niet zo handig bij de communicatie.
Het feit dat we dezelfde naam hebben, maakt het voor mensen natuurlijk wat verwarrender. Maar we hebben dat onderling besproken en uiteindelijk geconcludeerd dat het voor ons als band gewoon logisch aanvoelde. We zitten ondertussen al zo’n 27 jaar in de band, dus dachten we: laat ons gewoon doen waar we zin in hebben. We willen nieuwe dingen proberen en variatie brengen, zodat het voor onszelf fris en boeiend blijft. Hopelijk kunnen de fans daarin mee, en als dat niet meteen lukt, dan zorgt het misschien gewoon voor extra gespreksstof rond de band.

Het artwork is alweer een soort klassiek schilderij. Belial Necroarts zorgde daarvoor. Wordt die artiest eigenlijk gestuurd of bestellen jullie gewoon iets dat past bij death metal?
We hadden eigenlijk eerst een andere artiest gevraagd om het artwork voor het album te maken. Maar die kreeg het gewoon niet op tijd rond. We zaten op den duur echt tegen de deadline aan om alles bij Metal Blade in te dienen, en we kregen nauwelijks nog reactie over wanneer het klaar zou zijn of of het überhaupt op tijd zou lukken. Uiteindelijk heeft Dave dan NecroArts gecontacteerd. Die had eerder al T-shirts voor ons ontworpen en dat werk was altijd top. Dus Dave vroeg hem of hij misschien snel iets kon maken. Hij gaf hem wat teksten en ideeën mee, met het idee dat we misschien iets achter de hand hadden, voor een single of eventueel de hoes. En echt, binnen een paar dagen stuurde hij ons wat uiteindelijk de albumcover werd. We waren toen op tour in de VS, en toen Dave het liet zien, dachten we meteen: fuck, dit is zo goed, we stoppen gewoon met die andere opdracht en gebruiken dit. Het resultaat lag gewoon klaar, en het was perfect. Daarna hebben we hem nog extra artwork laten maken in dezelfde stijl en kleuren, zodat alles mooi samen paste, zoals de binnenkant van het album enzovoort. Achteraf gezien was het een gelukkig toeval. Het begon eigenlijk uit pure stress omdat we dachten dat we te laat gingen zijn, maar uiteindelijk hebben we een cover gekregen waar we superblij mee zijn.

Het is eigenlijk een eenvoudig verhaal. Misschien zijn er mensen die diep in dat artwork zoeken naar verborgen betekenissen of boodschappen, maar zo ingewikkeld is het niet.
De artiest kreeg gewoon alle songteksten en wat muziek te horen, en daar mocht hij zijn eigen ding mee doen. Zo werken we eigenlijk al jaren: we geven artiesten volledige vrijheid en laten hen zelf iets creëren op basis van de sfeer van het album. In de meeste gevallen moeten we achteraf weinig aanpassen. Soms krijgen we eerst een ruwe schets om te zien of we in dezelfde richting denken, maar meestal zit het meteen goed. We geloven er sterk in dat als je iemand kiest omdat je zijn werk goed vindt, je die persoon ook gewoon vrij moet laten. Anders heeft het weinig zin om met hem te werken. En eerlijk: dat werkt al meer dan twintig jaar voor ons. We krijgen er telkens sterke en unieke resultaten mee, dus waarom zouden we dat veranderen?

Hoelang duurt een opnameproces eigenlijk bij Psycroptic. Ik ken Dave van bij zijn andere band Werewolves en die doen er een paar dagen over.
Die gasten van Werewolf werken echt aan een rotvaart. Maar bij Psycroptic gaat het meestal anders. Na de release van een album zijn we vaak een jaar lang bijna non-stop aan het touren. Pas wanneer dat wat begint te kalmeren, beginnen we stilaan aan nieuw materiaal. Van het eerste idee tot het moment dat we het album effectief indienen bij het label, zitten we meestal rond de 18 maanden tot 2 jaar. Daar zit alles in: schrijven, opnemen en afwerken. Het proces start meestal vrij traag. Maar eens we halfweg zitten, komt er plots wat haast bij en denken we: fuck, nu moeten we echt beginnen doorwerken om het op tijd af te krijgen.

Dit is wel het eerste album via het internationale Metal Blade Records. Was dat een serieuze sprong voorwaarts?
Ja, zeker wel. We hebben doorheen onze carrière al met heel wat labels gewerkt. We zijn begonnen bij kleinere labels en hebben daarna bij onder andere  Prosthetic en ook een tijd bij Nuclear Blast gezeten. Bij Prosthetic zaten we vrij lang, maar toen ons contract daar afliep en het label zelf ook wat veranderingen doormaakte, begonnen we na te denken over de volgende stap. We kregen het gevoel dat het misschien tijd was om opnieuw met een groter label in zee te gaan. Toen we vroeger bij Nuclear Blast zaten, was dat goed voor ons, maar op dat moment was de band misschien nog niet “groot genoeg” om echt op te vallen tussen alle grote namen daar. Nu, na al die jaren, voelt het logischer om opnieuw die stap te zetten. Metal Blade kwam dan op ons pad. Dat is een label waar veel bevriende bands zitten, zoals Revocation, Cattle Decapitation en The Black Dahlia Murder: bands waar we ook vaak mee getourd hebben. We hadden al veel positieve dingen gehoord over hoe het daar werkt. Dus toen zij interesse toonden, voelde het eigenlijk meteen juist aan. Bovendien kennen we er al mensen van vroeger. Zo werkt iemand met wie we al samenwerkten bij Prosthetic nu ook bij Metal Blade, wat natuurlijk helpt. Sinds we bij hen zitten, merken we ook dat ze echt betrokken zijn. We kregen meteen positieve feedback op het album, en toen we in de VS waren, zijn er zelfs mensen van het label langsgekomen om met ons rond te hangen en over de plaat te praten. Alles wijst erop dat dit een heel goede samenwerking gaat worden. En eerlijk: het zou gewoon mooi zijn om onze carrière af te ronden bij een sterk en gerenommeerd label als Metal Blade.

Hoe gaat het trouwens met de Tasmaanse duivels. Jullie hebben daar ooit een benefiet voor gedaan. Is de populatie nu al gestegen?
Ja, ze doen het eigenlijk verrassend goed momenteel. Vroeger hadden ze te maken met die zware gezichtstumoren, waardoor het er even naar uitzag dat ze volledig zouden uitsterven. Maar intussen lijkt dat probleem grotendeels onder controle te zijn. Van een echt zorgwekkende situatie zijn ze dus weer aan het herstellen. Het is ondertussen ook al zo’n elf à twaalf jaar geleden dat we die benefietactie daarvoor deden. Waar ik woon kom ik ze af en toe nog tegen, of hoor ik ze toch. Het zijn behoorlijk schuwe dieren, dus je hoort ze meestal eerder dan dat je ze ziet en dat geluid is echt behoorlijk bruut. Maar alles samen genomen lijkt het momenteel de goede kant op te gaan met hen.

Ik heb wat opzoekwerk gedaan over Tasmanië. Het is blijkbaar de thuisbasis van een aantal van de meest gevaarlijke en giftige dieren ter wereld. Hoe veilig is het daar eigenlijk?
We hebben er leren mee leven daar. Je ziet ze ook niet zo vaak. Op het eiland hebben we drie soorten slangen, en ik denk dat er twee bij de meest dodelijke ter wereld horen. Eén ervan is heel giftig, maar zo klein dat hij je eigenlijk niet echt kan bijten. Verder heb je veel haaien, kwallen en spinnen. Maar eigenlijk word je daar niet snel door lastiggevallen. De gevaarlijke dieren hier zijn namelijk niet echt agressief. Zolang je ze met rust laat, gebeurt er meestal niets. Het is vooral als je kind bent en de drang hebt om met een stok in dingen te zitten waar je beter afblijft, dat je in de problemen kan komen en bijvoorbeeld een slang uitlokt. Maar al bij al valt het mee. Het is niet zoals in Amerika, waar je beren en poema’s hebt en zo. Daar zie je het gevaar tenminste nog aankomen, hier is het eerder verborgen.