Lords of Metal
Arrow Lords of Metal

Alcatraz festival in Lange Munte, Kortrijk (BE) – dag 3 – 8 augustus 2026

“Een goed gevuld veld staat ondanks de genadeloze zon op deze band te wachten. “
De nachtrust was stukken beter die nacht, zo’n extra verduisterende en koelende tent is toch erg fijn! Op weg naar het festivalterrein zie ik als eerst de nieuw lading houtsnippers die is gestrooid tegen het opwaaiende stof. Zelf heb ik vandaag ook maar een mondkapje meegenomen om het ergste buiten te houden en ik zie meer mensen die op dat idee zijn gekomen. Bij de entree van het festival was wel een securitydame van mening dat dat niet mocht. Typisch, vijf jaar geleden mocht je je kop nog niet de deur uitsteken zonder en nu zou het ineens een probleem zijn? Nouja, dan af en vijf meter na de entree weer op.
18 augustus 2026I Tekst: Jori van der Worp

Zaterdag

Al lopend hoor ik Tailgunner hun lekker opzwepende NWOBHM spelen en daar ga ik automatisch sneller van lopen. Zoekend naar een schaduwplekje op de tribune is de band inmiddels aan hun derde nummer van hun korte maar energieke set gekomen. Ook bassist Thomas Hewson is er weer bij nadat er een mediastormpje om hem heen had gewaaid. Inmiddels is hij nog het enige overgebleven originele bandlid en dat is wel opvallend voor een band van nog geen tien jaar oud. Muzikaal klinkt het allemaal best aardig, straatje Judas Priest of Maiden op steroïden. Hier en daar verliezen ze zichzelf in hun hoge tempo en klinkt het wat rommelig, maar over het geheel een lekkere opener van de dag.

Op weg naar de Swamp stage zien we dat Vacuous is afgelast. Een reden staat er niet bij en ook achteraf thuis met de volledige kracht van het internet kan ik deze niet zo snel vinden. Jammer wel, maar dan maar weer terug naar de tribune, misschien zijn onze stoeltjes nog vrij!

Dat zijn ze en het is hier dat we getuige mogen zijn van één van de grote verrassingen van dit festival: Miracle Of Sound. Deze band vormt namelijk een heerlijke afwisseling van alle metal geweld met rijke Ierse folkrock. Het is een behoorlijke band en het podium is dan behoorlijk druk met de afwisselende muzikanten die tot wel zes man (en vrouw) tegelijk op het podium staan. Naast de leadzanger zingen ook veel instrumentalisten, waardoor er rijke vocalen gecreëerd worden. Eén van de nummers van de groep is ‘Valhalla Calling’, waarmee de band slachtoffer is geworden van de AI-namaakhype. De mening van deze muziekgroep over AI laat zich dus raden, maar daar is tijdens het optreden gelukkig niks van te merken. De band speelt in topvorm en het publiek vermaakt zich uitstekend. Het is jammer dat de band zich naast vikingen regelmatig een piratenthema aanplakt, dit is sinds de opkomst van Alestorm en zijn duizend klonen een recept dat lastig nog serieus te nemen is. Desondanks ben ik erg onder de indruk van de muzikaliteit die hier getoond wordt.

Wat zit die tribune lekker zeg! Het is me veel te warm om ergens anders heen te gaan dus ik blijf lekker hangen om Firewind te bekijken. Als intro tape is ‘Conquest of Paradise’ gekozen, perfect voor power metal natuurlijk want epischer dan dit krijg je ze niet. Via ‘Fallen Angel’ en ‘Destiny Is Calling’ opent de band hun set en de sfeer zit er direct goed in. “thanks you, merci beaucoup, danke schon!” zanger Henning Basse (oh de ironie..) heeft nog wel iets te leren over Nederlands/Vlaams! Alles bij elkaar speelt de band een lekkere festivalset met veel tempo. Uiteraard maakt gitarist Gus G (ook van de soloband van Ozzy Osbourne) indruk, hij bespeelt zijn gitaar zelfs boven/achter zijn hoofd. Met afsluiter ‘Falling to Pieces’ komt weer een mooi optreden van de heren tot een einde, en gelukkig hebben ze die vreselijke cover van ‘Maniac’ achterwege gelaten.

In de Helldorado is het wachten op Mushroomhead, we krijgen uiteindelijk Divided. Blijkbaar is er een last-minute wissel geweest omdat Mushroomhead te laat was, maar een aankondiging kon er niet vanaf. Voor het lokale Divided (uit Kortrijk zelf) natuurlijk wel een mooie mogelijkheid voor een upgrade naar een groter podium, al zagen ze de helft van hun publiek natuurlijk weglopen toen eenmaal duidelijk was dat Mushroomhead in de andere tent stond, waar het toen dus al zo druk was dat er toch niks meer te zien was. Dan Divided! Opvallend aan deze band is dat de zang wordt gedaan door de drummer, dat zie je niet veel. Muzikaal is het een beetje doom slash post metal, wat betekent dat we veel herhalingen horen en een voor metal best rustgevend geheel. Wel jammer dat de gitaren zo blijven doorjanken, dat maakte het echt een stuk minder strak. Omdat je niet weet wanneer het nummer klaar is, weet je ook niet wanneer je moet klappen. Desondanks is het een leuke troostprijs voor het missen van Mushroomhead. (Lianne)

Tijd voor een late lunch en die consumeer ik vlakbij de Swamp stage. Dat betekent dat ik Jungle Rot als achtergrondmuziek heb, hoewel de loeiharde death metal voor die term misschien toch niet subtiel genoeg is. Van wat ik er op afstand van meekrijg zal het in die tent goed los zijn gegaan.

Op de main stage is het tijd voor Kittie, zoals de naam misschien wel doet vermoeden een volledig vrouwelijke band. In tegenstelling tot steeds meer nieuwe vrouwelijke bands hebben de dames zich normaal aangekleed en worden ze beoordeeld op hun muzikaal kunnen en niet op hoe ver de borsten uit de topjes hangen, als vrouw zijnde kan ik dit stukje zelfrespect wel waarderen. Muzikaal heeft het niet heel veel om het lijf (pun unintended) maar wat ze doen, doen ze goed. Het is niet een band die heel veel publiek trekt of heel enthousiaste reacties uit het veld krijgt, misschien niet de beste band voor de main stage. (Lianne)

In de Helldorado is het tegelijkertijd met Kittie tijd voor Midnight. Direct valt op dat alle bandleden met zwarte kap over hun hoofd staan, dat moet toch wel gigantisch kut zijn om in te spelen? Geluk bij een ongeluk dan dat de muziek niet zoveel om het lijf heeft qua complexiteit en begrijp me niet verkeerd, daar is zeker niks mis mee! Want pakkend is dit allegaartje van thrash, black metal en punk wel! Minder gefuck dan bijvoorbeeld Vented en minder tekstueel zelfmedelijden dan bijvoorbeeld Body Count, als het om Amerikaanse bands gaat geef mij dit maar! De nummers volgen elkaar in rap tempo op en het publiek lijkt zich zowel vooraan als achterin goed te vermaken.

In de categorie “ouwe lullen” is op deze editie van Alcatraz ook Metal Church aanwezig. Een goed gevuld veld staat ondanks de genadeloze zon op deze band te wachten. Metal Church heeft nogal wat klassiekers op de naam staan en in die categorie komt ‘Fake Healer’ al vroeg voorbij. Halverwege de show springen ineens de schermen tot leven en krijgen we ook van wat verder af meer details te zien. Natuurlijk wil het publiek vooral de klassiekers horen, maar deze band teert niet puur op oude glorie. Van het nieuwste album van april dit jaar krijgen we ook twee stukken te horen en die passen naadloos in het oude repertoire. Kurdt Vanderhoof is het enige overgebleven bandlid van het eerste uur en in 2025 heeft hij weer zowat de hele band moeten vervangen. Gelukkig heeft hij een lading echte professionals bij elkaar gekregen en daarmee is het muzikale niveau vandaag ook niet van de lucht. Vooral ‘Watch The Children Pray’ doet het ontzettend goed en als afsluiter is er uiteraard hun lijfnummer ‘Metal Church’.

Tegelijk met Metal Church staat in de Helldorado het Belgische Mantah. Na een best lange introtape komt de band op. In het begin van het optreden is de zang niet even duidelijk maar dat wordt gelukkig snel verholpen, al was het blijkbaar niet altijd even zuiver. De band wordt zelfs nog op het podium vergezeld door de “prison guard” dames met strakke pakjes. De band vraagt actief om veel crowdsurfers en er gaat op den duur zelfs iemand in een rolstoel de lucht in! Dit is typisch zo’n band die om geografische redenen geprogrammeerd wordt en de response van het grotendeels Belgische publiek bewijst dat dat ook een heel goede reden kan zijn. (Lianne)

Wanneer er Nederlanders op het podium staan, voel ik me altijd extra geroepen om even een kijkje te nemen. Nu is dat in dit geval absoluut geen straf, want in de Swamp tent staat geen band minder dan black horrormetallers Carach Angren. Zoals bij veel occulte bands komt de bandnaam uit het Tolkien universum. Zoals gezegd, hun Nederlanderschap is niet de enige troefkaart die deze groep heeft want het is gewoon een kneitergoede band. Black metal in het iets toegankelijker straatje van Cradle of Filth of Dimmi Borgir, met teksten voor een klein deel in het Nederlands. Opvallend is dat ze geen bassist hebben, de lage kant van het spectrum wordt opgevuld door de toetsenist. Het Nederlandstalige ‘Ik kom uit het graf’ is onbedoeld wel een beetje komisch, maar het slaat zeker aan.

Vanwege de inmiddels bloedkokende temperaturen blijf ik even binnen in de Swamp tent en hoor ik Biohazard van een afstandje hun ding doen op de main stage. Ik kan me zo voorstellen dat vooraan de moshpits weer drukbezocht zijn, dat is nou eenmaal de gewoonte bij deze groep. Waar sommigen de energie vandaan halen is mij een raadsel hoor. Muzikaal klinkt het zoals altijd strak en bruut, dus de fans zullen zich goed vermaken.

Ook de brute death metal van Immolation is op enige afstand, al was het maar omdat moshpits en frietjes stoofvlees niet de beste combi zijn. De tent is goed vol, de band is duidelijk populair in zijn genre. Of zouden er ook veel schaduwtoeristen tussen zitten?

Bij Castle Rat worden we meegenomen op een “journey to another realm”, het publiek wordt dan ook verzocht om “In this realm” te schreeuwen. Het lijkt er wel op dat deze band meer draait om het theatrale dan om de muziek, helaas heb ik door wat lang volk voor me weinig van dat theaterspel kunnen zien. Het lijkt alsof er een gevecht wordt nagespeeld, maar het niet zien gaat zeker bij een band als dit wel ten koste van de ervaring. Wat ik wel duidelijk heb meegekregen is dat de tijd in die andere “realm” een beetje anders loopt dan op aarde, de band stopt namelijk wel acht minuten te vroeg en dat is best wat op een slot van nog geen uur. De band wordt tegenwoordig omschreven als het nieuwe grote fenomeen in wording in de heavy wereld, ik ben nog niet zo overtuigd maar we zullen het zien. (Lianne)

Hardcore/metalcoreformatie Hatebreed is zo’n band uit de begindagen van de “moet dat nou allemaal wel in ons metalwereldje?” Als ik hier koppen tel zie ik dat het antwoord op die vraag “ja!” is geweest. Het gaat er weer ruig aan toe vooraan, inmiddels begint de zon en daarmee de temperatuur dan ook wat te zakken. Gitarist Wayne Lozinak is er weer bij sinds een tumor uit zijn hersenen is verwijderd, uiteraard krijgt hij luid en respectvol applaus toe. Ondanks dat ze zo ruig mogelijk aanmoedigen vragen ze het publiek om op elkaar te letten. Het kenmerkt onze scene van ruig uitziende mensen die stiekem toch allemaal heel erg lief zijn. Qua setlist zijn er vooral de gouwe ouwe bekenden als ‘Destroy Everything’, ‘Last Breath’ en ‘Perseverance’ en het is duidelijk dat het veld deze muziek wil horen!

De heerlijke dromerige post-black/shoegaze van Alcest is een fijne afblazer na al dat geweld van de laatste uren. Behalve de draperingen is het podium minimalistisch ingedeeld, wat in combinatie met de trage lichtshow het ideale decor zet voor deze Franse topact. Vooral de vocalen zijn indrukwekkend goed, ook in een live setting. Jammer dat de zon inmiddels horizontaal hangt en recht de tent in schijnt, recht in de snuffert van de helft van het publiek. Het lijkt allemaal niet te deren, ondanks dat er geen moshpit of crowdsurfer te zien is, hebben we hier een publiek wat als één man staat te genieten. Een van de hoogtepunten van vandaag!

De Bay-area legendes van Testament hebben het veld goed vol weten te krijgen, zelfs aan het begin wanneer er nog twee andere bands staan te spelen. De set bestaat uit wat ouder en nieuw werk en beiden worden goed ontvangen. Hoewel toepasselijk geopend wordt met het alombekende ‘Into The Pit’, lijkt het echt legendarische werk van de eerste twee platen toch wel ondergesneeuwd vandaag. Chuck Billy is nog altijd goed bij stem en instrumentaal valt vooral het sublieme gitaarwerk van Alex Skolnick (eigenlijk een jazzman) op. Ik heb veel thrash gezien vandaag, maar de oudjes blijven toch meesters in dit vak. Het is allemaal wat dynamischer dan de nieuwe thrash artiesten die qua hardheid alleen niveau negen en tien uit tien lijken te kennen. De band besluit met ‘Over the Wall’, dit nummer gaat over de Alcatraz gevangenis dus naast een toepasselijke opener heeft de band ook een toepasselijke afsluiter!

Dan op naar een propvolle Swamp tent om met naar wat lijkt het hele festival naar Orbit Culture te gaan kijken. Met wat moeite kom ik bij een goeie plek, hoewel iets zien nog altijd lastig is vanwege de intense lichtshow. Melodic death metal kan je het best aan de Zweden overlaten en Orbit Culture is daar een van de betere bewijzen van. Het geluid is wel loeihard, waardoor wat nuances in de muziek verloren gaan. De lichtshow wordt helaas dermate irritant dat ik er zowat een epileptisch debuut aan beleef, dus maar lekker buiten verder luisteren. Ik heb erg genoten van deze band, maar door de keuzes in geluid en licht is echt niet het onderste uit de kan gehaald vanavond.

De headliner van vandaag is de onverwoestbare metal machine Arch Enemy. Ook voor deze band staat de boel goed vol en zelf houd ik het lekker achteraan en bedien ik me van de schermen. Er is online natuurlijk al vanalles gezegd over de wissel van frontvrouw, maar nu kan ik toch voor mijzelf gaan oordelen en dat oordeel valt voor mij verrassend positief uit. Lauren weet de schoenen van Alissa, die tegenwoordig aan het powermetallen is, heel aardig te vullen. Natuurlijk wordt de nieuwste single ‘To the Last Breath’ gespeeld, voor de rest is het vanavond een typische festivalset met de grote jongens van de bekendste albums zoals ‘Ravenous’ en ‘Nemesis’. ‘No Gods No..?’ vraagt Lauren en een vol veld brult “Masters!” Ik zal mezelf nooit fan gaan noemen maar eerlijk is eerlijk, dit is een terechte dagheadliner!

Ik weet het, ik zei net dat je melodic death metal het best aan de Zweden kan overlaten. De uitzondering bevestigt de regel en die uitzondering is niemand minder dan Amorphis. Deze Finse giganten zijn een van mijn absolute favorieten op het festival en ik wil er dus ook geen minuut van missen. De introtape wordt nog volledig overstemd door Arch Enemy, maar zodra de band echt begint met spelen is dat zo verholpen. De show begint met veel nieuw materiaal, maar middels ‘Silver Bride’ komt ook het oudere werk de set in. Hoogtepunten zijn een onverwachte ‘Sampo’ en uiteraard hét monument wat deze band op naam heeft, ‘Black Winter Day’ die op een festivalshow nóg energieker is dan normaal. Op lichtschermen barst het van de special effects. Tijdens ‘The Castaway’ gaat ineens een polonaise door het publiek waarbij mijn hele omgeving aansluit en wegloopt. Ach, geeft mij lekker de ruimte. Het geluid gaat af en toe een beetje over de nek, maar dat is een kleine smet op een verder uitstekend optreden en de perfecte afsluiter van de zaterdag.