DevilDriver – interview met Dez Fafara
Dez Fafara: “Toen wist ik: dit zit goed, we hebben hier iets bijzonders te pakken. En de titel van de plaat zegt eigenlijk precies wat ik voelde: het is tijd om toe te slaan en te vernietigen”
Met ‘Strike And Kill’, het nieuwe album van DevilDriver, is het puur genieten. Wat een plaat! Toen Napalm aanbood om een interview te doen met Dez Fafara zelf, hoefde ik dan ook geen seconde te twijfelen. Zo kreeg ik Dez te spreken via een videoverbinding. Hij bleek uiterst vriendelijk en sympathiek en zat duidelijk vol energie (ADHD zoals hij zelf zegt). Zelden kreeg ik zo snel én zo uitgebreid antwoord op al mijn vragen. De man is een echte spraakwaterval. Zijn gezondheidsproblemen liggen gelukkig achter hem, en hij staat klaar om er weer volop tegenaan te gaan. Voorlopig staan Australië en Noord-Amerika op de planning, maar volgend jaar wil de band zeker ook Europa aandoen. Of je nu al jarenlang fan bent of hem pas recent hebt ontdekt, dit interview geeft je de kans om dieper te duiken. Niet alleen in zijn muziek, maar ook in de drive en mentaliteit die hem blijven voortstuwen. Bovendien geeft hij nog enkele opvoedingstips voor alle papa’s en blijkt hij duidelijk fan te zijn van baarden.
Koen de Waele Ι 29 juli 2026
Hallo Dez, dit is je goede vriend Koen uit België. Alles goed?
Hoe gaat het met je? Echt, hoe gaat het met je, broer? Die baard staat je goed. Ziet er goed uit, man.
Het is al een tijdje geleden dat ik nog met je sprak, rond die periode in 2020 toen ‘Dealing With Demons’ uitkwam. Dat was een erg turbulente tijd. En dat heeft ook een serieuze impact gehad op je gezondheid. Gaat het nu beter met je?
Ja, het gaat nu beter. Kijk, voor wie het niet weet: mijn vrouw heeft twee keer kanker gehad, ik heb alles moeten afbreken. We zijn allemaal door COVID gegaan. Daarna heeft COVID me bijna het leven gekost, en moest ik een jaar lang alles stilleggen. En net toen ik weer echt op de rails zat, elke dag 8 à 13 kilometer liep en er helemaal klaar voor was, kreeg ik last van draaierigheid. Ik ben uiteindelijk met de ambulance naar de spoedgevallen gebracht. Een jaar lang hebben ze geprobeerd uit te zoeken wat er met me aan de hand was, met hersenscans en van alles. Maar ja, nu voel ik me echt goed. Ik voel me sterk, ik ben klaar om te toeren. Dit weekend vertrek ik naar Australië met DevilDriver en Cradle of Filth. De tickets zijn voor zo’n 95% uitverkocht, wat geweldig is. Dus ik voel me gezegend en ik ben er klaar voor.
Fijn om dat te horen. Dan over ‘Strike and Kill’. Voor mij is dat momenteel mijn favoriete DevilDriver-album. Alles klopt gewoon: de agressie, de melodie, de indrukwekkende zang, de drums, de details. Was het moeilijker dan anders om deze plaat te maken?
Nee, maar wat ik wel kan zeggen: toen we terugkeken op ons oudere werk, beseften we dat sommige bandleden eigenlijk meer voor zichzelf schreven dan voor de band als geheel. Toen we opnieuw begonnen te schrijven, heb ik het heel simpel gezegd: kijk naar het logo. Ga niet terug. Probeer niet te schrijven zoals op eerdere platen. Probeer ook niets futuristisch te doen. Kijk naar het logo en schrijf daarvoor. En zodra ik de eerste drie nummers hoorde – normaal wacht ik tot het grootste deel van het materiaal klaar is – ben ik meteen beginnen schrijven. Toen wist ik: dit zit goed, we hebben hier iets bijzonders te pakken. En de titel van de plaat zegt eigenlijk precies wat ik voelde: het is tijd om toe te slaan en te vernietigen.
Wat betekent die titel voor jou? Want hij klinkt behoorlijk agressief.
Ik wilde iets gewelddadigs, iets rauws en direct. Iets dat echt aanvalt. Tegelijk wilde ik ook verwijzen naar mijn roots, en dat is punkrock. Als je goed naar de zang luistert, hoor je daar ook veel punkinvloeden in terug. Daarom ziet de albumcover er ook zo uit: ze verwijst echt naar punkplaten uit de late jaren ’80. En daarom ziet die hyena er zo gehavend uit, vol littekens. Die jas met pins is heel kenmerkend voor mijn achtergrond in de punkrock. Ik ben waarschijnlijk een van de weinige metalzangers die, wanneer je vraagt naar mijn vocale invloeden in metal, zal zeggen: eigenlijk geen. Misschien een beetje Motörhead, maar zelfs dat niet echt op vocaal vlak. Dus ja, ik wilde iets agressiefs, intens en aanvallend en dat is precies wat deze plaat is.
Ja, want een nummer zoals ‘In The Water’ is zó intens, en op het einde hoor je je echt zwaar ademen.
Dat hebben we vocaal gedaan in één of twee takes. Op het einde zit er veel emotie in, en ik probeerde gewoon weer op adem te komen en we hebben dat erin gelaten.
Zoals je zei: het artwork is waarschijnlijk het meest unieke dat jullie ooit hadden. Er zit zelfs zo’n klein roze pleistertje op het hoofd, een heel mooi detail. Hoe is dat ontwerp ontstaan?
Kijk, iedereen krijgt klappen in het leven. Iedereen draagt littekens, zowel vanbinnen als vanbuiten. Dat maakt ons tot wie we zijn: hoe vaak we neergeslagen worden en toch weer opstaan. Dat is zeker mijn verhaal, maar ook het verhaal van de band.
Ja, maar je staat er nog altijd, klaar om opnieuw te vechten.
Absoluut, ik ben er klaar voor.
Voor mij klinkt het echt weer als de vroege dagen van DevilDriver. Is dat toeval?
Er was zeker geen bedoeling om terug te grijpen naar het verleden. Maar toen ik zei: schrijf voor het logo, hebben ze dat ook gedaan. En als je voor het logo schrijft, dan kom je automatisch bij waar we vandaan komen en wat ons gevormd heeft. Tegelijk is deze plaat ook een blik op waar we naartoe gaan. Ik hoor vaak dat het doet denken aan onze eerste vier of vijf albums, maar ook – en ik doe vandaag bijvoorbeeld acht uur interviews – hoor ik van veel mensen: als dit de richting is waarin DevilDriver evolueert, blijf alsjeblieft muziek maken. En dat doet me echt veel. Dat is heel nederig makend.
Ja, want John Miller is terug op deze plaat, samen met drummer Davie, en Alex en Gabe. Het is echt een sterke line-up.
Zeker. Ze werken en schrijven heel goed als team. Toen Miller terugkwam, hebben we eerst drie uur gepraat met alles erop en eraan: tranen, gelach, alles. Het betekent enorm veel voor mij dat hij terug is. We waren altijd al close. Hij moest de band verlaten om zijn leven weer op orde te krijgen, zal ik maar zeggen. En dat heeft hij gedaan. Dus ik zei: kom terug. En dan is er Gabe, de nieuwe gitarist, die de plaat ook samen met mij geproduceerd heeft. Hij werkt heel snel en dat is perfect voor mij, want ik heb ADHD en wil dingen snel afhandelen. Als het niet binnen één, twee of drie takes lukt, dan wil ik stoppen. Hij kon daar heel goed mee omgaan, en dat werkte geweldig. Hij is een uitstekende producer: hij wist perfect wat we wilden, en we hebben het ook gekregen. Maar de band heeft echt als team geschreven. En voor mij is dat het belangrijkste, je hoort dat ook. Bij eerdere platen schreven meestal één of twee gasten vooral voor zichzelf en gaven ze mij dan nummers van: “oké, hier zijn de tracks, doe jij je vocals maar.” Maar dit album is echt een groepswerk, en dat hoor je.
En hoe moeilijk was het om dat te combineren met je werk-privébalans? Want het lijkt ontzettend intens geweest te zijn.
Ik kan alleen maar zeggen dat het er zó snel uitkwam. Het ging allemaal zo vlot dat ik voice notes naar de anderen begon te sturen. Ik zette de demo’s op in mijn studio en nam meteen ideeën op. Op een bepaald moment zei ik: “Het gaat zo snel… ben ik hier misschien te lui bezig? Ik heb vandaag drie nummers geschreven.” En mijn drummer zei: “Nee, niets veranderen.” Dus voor mij kwam het echt heel snel. Zodra ik nummers kreeg, ging ik aan de slag. Misschien kwam dat omdat ik op eerdere platen muzikaal op zoek was naar dit gevoel. En toen ik het eindelijk vond, kon ik eindelijk vocaal doen wat ik wilde. Ik denk dat het voor de band ook vlot ging, alles viel gewoon op zijn plaats.
Ja, want de metalscene is de laatste jaren enorm divers geworden. Lamb of God met hun nieuwe plaat, nu DevilDriver… groove metal blijft sterk.
In het begin waren het de fans die ons groove metal noemden, nog vóór iedereen dat deed. Ik dacht: oké, als etiket nemen we dat wel aan. Maar tegenwoordig gebruikt iedereen die term. Onze fans noemen ons nu eerder “dark groove”, omdat ze weten dat ik ben opgegroeid met bands als Bauhaus, Sisters of Mercy, Alien Sex Fiend en The Cure, naast veel punkrock. Ik ben eigenlijk meer opgegroeid met punk, psychobilly, rockabilly en gothic dan met metal. Sterker nog: ik ontdekte metal via Motörhead, op een cassette met onder andere GBH, The Partisans, Black Flag en The Germs. Ik dacht eerst zelfs dat Motörhead een punkband was, tot ik besefte dat het metal was en zo rolde ik dat genre binnen. Veel bands noemen zichzelf groove, maar hebben die echte groove niet. Daarom vind ik het wel mooi dat fans ons “dark groove” noemen, en dat omarm ik volledig.
Zeven jaar geleden hoorde ik van de Nederlandse band MagnaCult, waar je nog mee tourde, dat je een geweldige persoon bent. Maar zij hebben onlangs aangekondigd dat ze stoppen.
Dat is altijd jammer als bands ermee ophouden. Maar uiteindelijk stopt iedereen. Op een dag zal ik ook aankondigen dat het genoeg is. Ik wil mijn tijd niet blijven rekken. Ik wil niet dat mensen zeggen: “Ik had hem liever gezien toen hij jonger was.” Op dit moment voel ik me 110%. Ik heb het gevoel dat ik het podium op kan en alles kapot kan spelen. Maar ooit komt er een moment dat ik ook stop. En dat is altijd een trieste dag. En ik ben blij dat ze zulke goede woorden over mij hebben gezegd. Ik heb altijd geprobeerd respectvol te zijn tegenover voorprogramma’s en mensen rondom mij. Zo ben ik gewoon. (noot van de redactie, DevilDriver stond ooit de headlinepositie af aan The Lucifer Principle, die een cd-presentatie hielden in hun thuisstad Apeldoorn)
Maar je hebt al zo’n lange carrière, met Coal Chamber en DevilDriver. Waar haal je vandaag nog de passie vandaan om muziek te maken?
Ik heb enorm veel passie. Ik hou gewoon van muziek. Ik ben vanmorgen opgestaan en heb meteen vinyl opgezet, dat is wie ik ben. Ik voel me heel gezegend en dankbaar dat ik dit al zo lang kan doen. Zonder de fans — mensen die een plaat kochten, een T-shirt, naar shows kwamen, buiten de tourbus bleven wachten om een hand te schudden — zou ik hier niet staan. Dus ik ben echt nederig en dankbaar dat ik, na 30 jaar, nog steeds op topniveau kan brengen wat ik doe. Maar ik wil mijn moment niet voorbijgaan. Er komt ooit een dag dat ik zeg: “Oké, het is mooi geweest.”
Maar hoe houd je dat vol, al die energie? Je bent manager van Cradle of Filth, en ook van Jinjer dacht ik. Al dat werk en en toch sta je daar nog altijd.
Ik run meerdere bedrijven. We beheren één van de bands die je daarnet noemde niet meer, maar ik heb al tien jaar een groot managementbedrijf en daar ben ik heel dankbaar voor. Ik hou van deze sector. Mijn vrouw is CEO, een sterke manager. En zoals ik zei: ik run nog verschillende andere bedrijven. Ik zie het zo: mijn grootvader ging met pensioen en stierf anderhalve maand later. Dus nee, bedankt. Ik skateboard elke dag, surf elke dag, rijd met Harley-Davidsons… ik blijf constant in beweging. En mijn passie voor muziek zal nooit verdwijnen, dat is het belangrijkste in mijn leven. Als kind lag ik gewoon in het donker op mijn kamer naar muziek te luisteren. En dat is nog altijd zo. Vanmorgen ben ik opgestaan en heb ik Black Sabbath op vinyl opgezet. Als mijn vrouw samen een film wil kijken, moet ze dat twee weken op voorhand zeggen, zo moeilijk vind ik het om stil te zitten voor tv. Ik luister liever naar muziek, schrijf gedichten, schilder, maak sculpturen, skateboard, surf, rijd keihard met mijn Harley op de snelweg… ik leef graag op het scherp van de snee. Dat is altijd zo geweest. Stel: we staan met een paar vrienden aan een rivier, bovenop een klif. Iedereen twijfelt nog of we springen. Wie gaat als eerste? Dan heb je mij al horen springen , ik sta al beneden te roepen: “Komaan, gasten, spring!” Dat zit gewoon in mij. En de dag dat dat gevoel verdwijnt, stop ik.
Hoeveel Harley’s heb je trouwens thuis?
Ik heb er drie. Een 2026 CVO ST, een drag bike het topmodel van Harley-Davidson. Daarnaast een Street Glide uit 2024 en ook nog een Softail. Allemaal custom, twee daarvan gebouwd door Chopper Gallery. Ik ben trouwens van plan er twee te verkopen, want ik rijd eigenlijk alleen nog met de CVO ST. Je kijkt naar beneden en je rijdt meteen 180 km/u, ik hou van die motor. Hij is rood. Mijn vrouw heeft rood haar, dus ik noem haar “Red” en mijn motor “Big Red”. Ik rijd al motor sinds mijn zesde of zevende. Mijn eerste motor was een Yamaha 60, ergens begin jaren ’70. Ik heb al genoeg botten gebroken, maar straatmotoren zijn echt mijn passie. Ik ben ook vrijmetselaar en ik rijd bij de Widow’s Sons. Dat is een wereldwijde groep van zo’n 100.000 motorrijders. Je moet meester-metselaar zijn om erbij te horen en ook liefdadigheidswerk doen, wat ik ook doe. We rijden vaak samen, in groep — 20, 30, 40 man samen. Dat maakt me een betere rijder, zeker in formatie.
Kunnen we binnenkort een Europese tour verwachten? Want vorig jaar zijn er enkele shows in België geannuleerd.
Ja, ik zou graag naar België komen en festivals doen. Ik kijk momenteel uit naar aanbiedingen die binnenkomen. Er komen momenteel veel aanbiedingen binnen voor festivals in het buitenland volgend jaar. We gaan dus zeker weer overzee spelen. Of dat als support zal zijn of als headliner, dat weet ik nog niet, dat moeten we nog bekijken. Maar ik kijk er echt naar uit. Ik heb mezelf en mijn naam eigenlijk in Europa opgebouwd: het Verenigd Koninkrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Italië… Dat zijn de plekken waar ik geworden ben wie ik ben. En zo lang niet meer komen voelt echt vreemd. Maar dit jaar focussen we op de Verenigde Staten en Australië. We hebben hier ook al veel festivals gedaan, een beetje opnieuw aftasten, zeg maar.
Dan hoop ik dat je volgend jaar naar een festival in onze lage landen komt.
Ja, dat hoop ik. Ik denk dat een bepaald festival al een aanbod hebben gedaan. Maar ik kan het nog niet bevestigen, ik moet eerst met mijn agent praten. Uiteraard mag ik de naam van het festival nog niet vernoemen. Ik heb wel een heel goede band met de voormalige organisator daar. Dat is echt een goede vriend van me, we praten vaak via WhatsApp. Ik heb altijd een geweldige tijd in België. En ik kan er goede chocolade halen voor mijn vrouw, dus dat helpt ook. Ik mis het reizen echt. Ik heb vrienden over de hele wereld, dus thuiszitten ligt me niet. Ik moet op tour zijn, op mijn Harley rijden, surfen of skateboarden… Stilzitten werkt gewoon niet voor mij. Dat was vroeger op school ook al een probleem. Dan zat ik daar naar een leerkracht te luisteren en dacht ik: komaan… schiet op. Ik heb ADHD en dat speelt echt een rol. Maar het is ook iets positiefs: het geeft me energie en drijft me vooruit.
Dat is wel grappig, want mijn vrouw is leerkracht. Vandaag is de laatste schooldag in België en ze zegt altijd dat die ADHD-kinderen haar gek maken.
Het probleem is dat veel scholen werken met die felle witte tl-lichten en dat maakte me vroeger gek. Als ze zachtere verlichting zouden gebruiken, of andere kleuren, zou dat al helpen. En bij ADHD-kinderen moet je niet traag praten. Je moet net sneller zijn: “Oké, dit is het plan, dit gaan we doen.” Geef ze net méér opdrachten, niet minder. Ik heb het zelf niet goed gedaan op school. Ik haatte het eerlijk gezegd. Vaak wist ik al wat de leerkracht ging zeggen voordat ze het zei. En dat is nu nog altijd zo: ik moet mezelf eraan herinneren om te luisteren tot iemand klaar is voordat ik antwoord geef. Mensen met ADHD onderbreken vaak, niet uit onbeleefdheid, maar omdat we al weten hoe de zin gaat eindigen. Zie je, meteen een levensles.
En ik heb nog nooit zo’n snel interview gedaan als vandaag.
Fantastisch, ik hou daarvan! Ik vind het geweldig. Als we er iets uit kunnen leren, des te beter. Misschien kijkt er iemand naar dit interview die een kind heeft met ADD of ADHD. Dan zou ik zeggen: haal ze desnoods uit het klassieke schoolsysteem en geef ze een andere aanpak, privéonderwijs of individuele begeleiding werkt vaak beter dan een grote klasomgeving voor dit soort kinderen. Ik heb zelf ook veel gevochten op school. Uiteindelijk hebben mijn ouders me naar een kleinere school gestuurd, een baptistische school, omdat het in het reguliere onderwijs te vaak uit de hand liep. Iemand zei iets verkeerd tegen mij en het was meteen: “Wat zei jij?” en vechten maar.
Dat hoort er een beetje bij bij ADD/ADHD: je bent emotioneler, gevoeliger. Zelf ben ik ook een empath (lees iemand die heel sterk de gevoelens en energie van andere mensen aanvoelt – KDW), ik voel meteen hoe de sfeer is als ik een ruimte binnenkom, ik lees mensen heel snel. In combinatie met ADHD maakte mij dat vroeger geen gemakkelijke persoon.
Op dat ogenblik passeert mijn dochter en haar vriendje mij en als Dez ze voor de camera ziet passeren, begint hij direct te zwaaien en verandert het onderwerp naar Dez als vaderfiguur.
Hey, hoe gaat het met jullie? Alles goed? Mooi zo. Ga eens naar DevilDriver luisteren, dan wordt het nog beter. Ik heb zelf drie zonen. Uiteindelijk wil je als ouder gewoon dat je kinderen het goed doen. Als je een goede vader bent, komt dat meestal wel goed. Mijn zonen zijn opgegroeid tot sterke mannen, en dat komt omdat ik er voor hen was. Ik heb ze nooit geslagen of uitgescholden. Als ik iets zei, dan wisten ze: dit is serieus. Geen gedoe. En daardoor zijn ze goed terechtgekomen. Mijn vrouw is ook een fantastische moeder. Wat je aan je kinderen moet geven, is niet alleen opvoeding maar ook vriendschap. Want uiteindelijk verandert die relatie: eerst is het ouder-kind, maar later worden ze je vrienden. En dat is het mooiste wat er is, zeker wanneer ze later zelf een gezin hebben. Je wilt op het einde gewoon vrienden zijn met je kinderen.
Dat was het. Heel erg bedankt om tijd voor ons vrij te maken, zeker gezien deze drukke periode.
Nee, bedankt, broer. Je bent nog altijd een geweldige kerel. Ik waardeer dat echt. Ik probeer gewoon eerlijk te zijn en mijn ding te doen, weet je. Zonder ego. Dat is het ergste in deze business, dat fucking ego. Dat moet je gewoon loslaten. Al moet ik zeggen: geef mij een microfoon, dan is het een ander verhaal (lacht). Maar geef me na een show wel even tien minuten om weer tot mezelf te komen. Voor de rest: echt, ik waardeer het. Fijne dag nog, man. En nog eens die baard staat je goed!



