Forsmán – Brenndar Rústir Og Fuðrandi Fjörir
Vesperian GmbH / Metal Blade Records (distribution)
Release datum: 26 juni 2026
“Tast toe wanneer overrompeling en veel venijn je hoogste goed is in muziek”
Vera Matthijssens I 29 juli 2026
Sinds geruime tijd is zich een eigengereide black metal scène aan het vormen in IJsland. Te midden van al die gletsjers en vulkanen blijkt het goed te werken om een eigenwijze, nog ruwere soort zwartgeblakerde furie onze richting uit te sturen. Koud serveren is alvast geen probleem, maar is er ook nog jong talent te vinden dat staat te trappelen om de fakkel over te nemen? Wanneer je voor een forse, overweldigende aanpak kiest, is er nu Forsmán en hun debuutalbum ‘Brenndar Rústir Og Fuðrandi Fjörir’.
Zij behoren tot de nieuwe generatie black metal bands, hongerig om hun technisch vernuft te tonen te midden van een overrompelende lawine aan klanken. Het is dus even doorbijten. IJsland is een dunbevolkt eiland. Enig opzoekwerk leert me dan ook dat twee van de vier leden al in Múr gespeeld hebben, terwijl de drummer een tijdlang in Fortið vertoefde en hij ook een jaar de live sessiedrummer van Sólstafir is geweest (2024). De naam van één van de populairste black metal groepen, MisÞyrming duikt dan weer op in de productieproces, want D. G. heeft dit album (deels) opgenomen, geproduceerd en gemixt. Zanger/bassist V. heeft zelf een opleiding als technicus doorlopen qua productiewerk, dus men komt allerminst onbeslagen ten ijs. Eigen aan de nieuwe, generatie. Hij deed de mastering.
Wanneer opener Drottinn Fyrirgefur Allt’ van start gaat, zetten we ons schrap voor een bijzonder dissonante chaos in het wilde weg. Let wel, er komt structuur in, maar dit is erg extreem in kracht en densiteit. De zang van V. zou ik eerder grunts dan screams noemen, behalve naar het einde toe. Dan gaat hij voor hogere screams. Even, want de andere songs worden ook eerder met verderfelijke grommen gebracht. In ‘Svartir Svanir’ eisen keyboards een deel van het totaalgeluid op en dat maakt dit (even) meer episch. Er zit warempel wat melodie in en in ‘Valdniðsla’ herken ik zelfs een refrein. Het begin van ‘Kynjamyndir’ is doomachtig, maar weldra gaat men er weer met de grove borstel doorheen. Er valt wel progressieve virtuositeit te onderkennen in de wispelturige muziek, maar het vraagt wel meerdere luisterbeurten. Tast toe wanneer overrompeling en veel venijn je hoogste goed is in muziek.



