Cnoc An Tursa – A Cry For The Slain
Apocalyptic Witchcraft Recordings
Release datum: 24 april 2026
“‘A Cry For The Slain’ dwingt evenveel respect voor de makers af, als voor de majestueuze natuur die hen omringt en inspireert!”
Vera Matthijssens I 29 april 2026
Het was een verrassing die ons hart sneller deed slaan, toen we vernamen dat Cnoc An Tursa nieuw werk zou uitbrengen. Daar gaat deze Schotse folkloristische black metal band immers weloverwogen mee om. Het vorige album ‘The Forty-Five’ ligt nu negen jaar achter ons en het debuutalbum ‘The Giants Of Auld’ kwam uit in 2013. Telkens zijn het echter kanjers in het genre, zodat we dit geduld graag opbrengen. Intussen waren gitarist Rene McDonald Hill en drummer Bryan Hamilton nog actief als live krachten van Saor, nog zo’n band die we enkel superlatieven toedichten. Alan Buchan ontfermde zich tijdens de sabbatperiode over Ruadh en we geven ineens mee dat hij op het nieuwe ‘A Cry For The Slain’ terug de leadzang op zich neemt.
Cnoc An Tursa (Schots Gaelic voor ‘hill of the standing stone’) blijft trouw aan de ietwat mysterieuze, weemoedige Keltische geschiedenis en folklore van hun thuisland. Het blijven ruwe bolsters met blanke pit en meesters in een amalgaam van furieuze passie (black metal) en verfijnde traditionele melodieën. Het is – tot onze vreugde – terug een meer gitaar georiënteerd album met rechtdoorzee elan, maar gekruid met wat speelse folk invloeden die teruggaan naar de beginperiode van de band. Ze zijn immers vanuit Falkirk al sinds 2006 actief en namen ‘A Cry For The Slain’ als trio op met Jaime Gomez Arellano als mastering kracht.
Om deze muzikale reis naar een andere wereld in te zetten, weerklinken ongrijpbare sounds en vervormde tokkelende gitaren in ‘Na Fir Ghorma’. Slechts een hoge weemoedige vrouwenstem in de verte doet ons op een drafje de einder tegemoet rijden. Dan zijn we klaar voor de furieuze blast van ‘The Caoineag’ in meedogenloze black metal stijl. Na een verschroeiende schreeuw is de zang hongerig en ruw, maar wel in verhalende stijl. Er dwalen folk melodieën doorheen en later zijn er verfijnde passages met semi-akoestische allures. Mooi is de passage met gesproken woord van Katie Wills op brede toetsenlagen. Keyboards worden heel atmosferisch en sterk geïnfiltreerd in het geheel. ‘Cailleach And The Guardians Of The Seven Stones’ is dan weer eerder smooth rockend, een verwijzing naar ‘Emerald’ van Thin Lizzy, maar het doet soms ook een beetje aan Primordial denken. De songs zitten vol verrassingen, her en der komt een melodie langs die bekend in de oren klinkt. Het bloeddorstige ‘Baobhan Sith’ is eveneens niet al te complex, maar heel stemmig en meeslepend. De band blijft authentiek en intens bezig, ook in de singles ‘Am Fear Liath Mor’ en ‘Alba In My Heart’. ‘Address To The Devil’ balanceert intuïtief op de scheidingslijn tussen overdonderende black metal en instrumentale elegantie, zodat we op serene wijze afscheid kunnen nemen met het instrumentale, melancholieke ‘The Nine Maidens Of Dundee’. Wat een prachtplaat! ‘A Cry For The Slain’ dwingt evenveel respect voor de makers af, als voor de majestueuze natuur die hen omringt en inspireert! Jaarlijst materiaal! Enigszins ‘brothers in arms’ zijn Primordial, Saor en Winterfylleth.



