4, 5, 6, 7, 8 en 9 snaren maar geen hout: het verhaal van Aristides Guitars
“Het voelt als hout en klinkt als hout, maar beweegt veel minder”
Wie de moderne metalscene een beetje volgt, heeft ze waarschijnlijk al zien staan: gitaren uit Haarlem die er anders uitzien dan alles wat je kent, en die niet van hout zijn. Ik ging op bezoek bij Pascal Langelaar, oprichter en eigenaar van Aristides Guitars. Een rondleiding van ruim twee uur en 55 pagina’s transcriptie later, volgt hier het verhaal van een bedrijf dat vijf jaar worstelde en nu 600 gitaren per jaar bouwt.
Dennis Jak Ι 5 november 2026
Van Delft naar Haarlem
Pascal Langelaar richtte Aristides in 2007 op met zijn vader. De naamgever, Aristides, studeerde met Rudo Enerink aan de TU Delft af op een alternatief voor hout. Het idee: een harde buitenschaal met daarbinnen een kern met een miljoen kleine kamertjes. “Dat hard je uit en dan krijg je een extreem resonant instrument, heel simpel gezegd.” Het recept blijft geheim, de bouwwijze is gepatenteerd.
Het bedrijf verhuisde van Delft naar Muiderpoort, Amsterdam-Sloterdijk en een tijdelijk pand in Haarlem, tot ze in 2018 op de huidige plek terechtkwamen. “Inmiddels is dit pand van ons, en hiernaast ook. We kunnen hier nog een tijd blijven.”
Overleven, en dan de omslag
“Van 2010 tot 2013 was het elke maand de vraag of we er nog zouden zijn.” Er waren orders van dealers, vooral uit Japan, maar de productie liep achter en het merk had nog geen naam. In 2013 viel de beslissing. “Gaan we stoppen, of proberen we nog één keer alles?” Het werd een zevensnarige gitaar voor de metalscene, en de dealers gingen eruit.
Op NAMM in 2014 begon het te kloppen. Een oranje gitaar ging naar Misha Mansoor van Periphery. “Een dag later was mijn Facebook ontploft. Misha was helemaal lyrisch.” Aaron Marshall van Intervals en Monuments volgden, en in 2015 kocht Mike Stringer van Spiritbox zijn eerste. “Hij was gewoon klant en is met ons meegegroeid.” Het leidde tot de STX, nu in vijf varianten, en de STX serie. Bassisten van Sleep Token en Plini spelen op de basgitaren. “Ze spelen er twee of drie nummers op per set, en de impact daarvan is altijd echt groot.”
Waarom je geen hout nodig hebt
De body beweegt niet en het materiaal is verrassend strak in het laag. “Je hoort de definitie van de noten, ook op een podium in de mix. Daarom doen we het zo goed in de acht en negensnarige markt.” De helft van de productie is multiscale. Er zijn ook headless modellen van zes tot negen snaren en basgitaren. De fretborden zijn van Richlite, geperst papier met hars. “Het voelt als hout en klinkt als hout, maar beweegt veel minder.”
Er zit veel handwerk in. Vier mallen vullen kost een dag. Sinds 2018 is er de raw finish, een met de hand geschuurde gitaar met nanocoating en zonder lak. “Als je niet vier lagen lak hoeft te gooien, dempt het niks.” Voor wie liever lak wil, zijn er sparkles, marmer en Martian Rust. “Gitaren zijn gewoon mooi. Mensen verzinnen de meest krankzinnige dingen.”
Verhalen uit de fabriek
Een Aristides breken is moeilijk. “We hebben emmers aan het midden gehangen, en pas bij zo’n 150 kilo brak hij.” Toch kreeg Pascal ooit een gitaar in tweeën terug van een Chinese klant, die beweerde dat hij uit zijn standaard was gevallen. “We hebben de klant natuurlijk serieus genomen en zijn heel netjes te werk gegaan. We haalden de gitaar terug om te bekijken wat er precies aan de hand was. Toen ik zag hoe ernstig hij was toegetakeld, stelde ik me wat directer op. Ik zei: ‘Gast, of je vertelt me nu wat er echt gebeurd is, of we stoppen dit gesprek.’” Hij bekende dat hij dronken was geweest en de kleur niet mooi vond. “Hij had de gitaar met een hamer kapotgeslagen.” De klant betaalde uiteindelijk en bestelde daarna nog drie gitaren. “De helft hangt hier boven als trofee.”
Ook de bestellingen zijn niet alledaags. Er zijn gitaren in Tron stijl voor een Amerikaanse klant, een kintsugi afwerking en een gitaar met de as van een overledene erin. Pascal postte lang niet alles. “Het is een grijs gebied tussen kunst en iets wat je als bedrijf verkoopt.” En dan was er die nacht na een bedrijfsfeestje, toen de politie voor de deur stond. “Ik heb twee agenten midden in de nacht een rondleiding gegeven, om te bewijzen dat dit echt de gitaarfabriek was.” Het industrieterrein heeft, zegt hij, een reputatie met drugslabs.
Het team en de open dag
Zo’n twintig mensen werken er, onder wie Tim Koole, die ook in een eigen band, Man as Plague, speelt. “Dat vind ik gewoon vet, iemand met wie je elke dag werkt ineens op het podium zien.” Het bedrijf leidt nieuwe mensen zelf op. “Dat kost ongeveer zes maanden.” Pascal omschrijft de sfeer als familiair. “Het is geen familiebedrijf in de zin van Jansen en Zonen, maar qua vibe wel.”
Elk jaar in mei is er open dag, met demo’s, bier en een podium van drie pallets. “Het is niet die paar uur die je kwijt bent als bedrijf, dat doet ons niets. Het is het verhaal dat mensen mee naar huis nemen.”
Er komen zes nieuwe modellen aan, waaronder een telecaster met 24 frets, een zevensnarige variant en een baritonversie van de STX met een mensuur van 29 inch. Een datum noemt Pascal niet. “Als ik een nieuw model erbij gooi dat populair wordt, is dat hartstikke leuk. Maar als ik ze niet kan maken, steek ik die tijd liever in sneller en beter bouwen.”



Social media



