Kaleidobolt – Karakuchi
Svart Records
Release datum: 6 maart 2026
“Alles bij elkaar is ‘Kurakuchi’ misschien meer dan gedacht een plaat die klinkt zoals Japans bier smaakt. Het is niet ieders smaak, maar wie er van houdt kan er geen genoeg van krijgen.”
Jan-Simon Hoogschagen I 28 maart 2026
Hyperkinetische rock, zo noemt Kaleidobolt hun muziek. Ik kende die genre-aanduiding nog niet, maar zo gek is het niet bedacht door dit Finse trio. Het is als een koortsdroom van een stel wilde muziekfreaks die, gewoon omdat het kan, hun voorliefde voor heavy psych koppelen aan classic hardrock, boogie, prog en Japanse group sounds pop – en loudness. Het resultaat is een zowel over the top als aanstekelijk geluid dat de naam ‘Karakuchi’ waardig is. Voor wie niet zo op de hoogte is van Japanse bierreclames, karakuchi is de term waarmee Asahi, een van de grootste Japanse bierbrouwers, zijn Super Dry bier aanprijst, wat dan ook weer het favoriete bier van de mannen van Kaleidobolt is. Althans, dat is wat de bio beweert. Karakuchi is een eigenlijk onvertaalbare Japanse uitdrukking voor wat een heel “droog” bier doet: het is prikkelend, intens en heeft een frisse afdronk die ook nog eens vluchtig is. Muzikaal is dat wat er gebeurt op dit vijfde album van Kaleidobolt. Het is absoluut intens en fris en – dat is dan niet per se een bieranalogie, het gaat alle kanten op.
Karakuchi is niet de enige verwijzing naar Japan op dit album. Er zijn twee nummers gewijd aan de legendarische mangaheld Astroboy en zijn beschermer/opdrachtgever Ochanomizu. Bij het eerste nummer ‘Astro Boy / Ochanomizu’ gaat achter een muur van maniakaal drumgeweld een vrij poppy song schuil. Het tweede nummer, ‘Ochanomizu returns’ is meer het naar het eind van het album verschoven outro van ‘Astro Boy / Ochanomizu’ Het is in ieder geval een vrij rustige afsluiter van een nogal hyperdepieper album. Dat is het vanaf de eerste akkoorden van het eerste nummer. ‘Tinkerbell’ begint alsof je middenin een grootse finale bent gekatapulteerd en gaat door met een hysterische variant van de proggy psychedelische hardrock à la Motorpsycho. Een achtbaanrit met drie volkomen losgeslagen muzikanten die spelen alsof hun leven er vanaf hangt en dit wel eens het allerlaatste nummer zou kunnen zijn voor ze er bij neervallen. Die houding blijft overheersen bij alle volgende songs, wat ‘Karakuchi’ eerlijk gezegd af en toe best vermoeiend maakt. Het zijn vooral de overheersende drumroffels en het gebrek aan dynamiek die de sound van Kaleidobolt nogal zenuwachtig maakt. In ‘Coping’ wordt dit gelukkig gecompenseerd, of is het eerder geneutraliseerd, door een stel geniale riffs die het ene moment Foo Fighters en het volgende Motörhead in herinnering roepen. Alsof dat nog niet genoeg is, is ‘Duuude’ twee minuten gedowntunede Electric Wizard worship. Al gaat het volume omhoog richting standje 11, doordat het tempo juist omlaag gaat is dit ultraheavy tussendoortje, vreemd genoeg, een rustpunt. Het is van korte duur, want een vervormde stem roept ‘play that fucking guitar’ en dat is precies wat er gebeurt in ‘Friends of Fire’ – en hoe! Dezelfde al eerder gehoorde opgevoerde hybride van Foo Fighters en Motörhead vliegt met ongezonde snelheid uit de groeven.
In het laatste deel van het album sijpelt er wat meer classic rock in de mix. Lijkt het nu, tussen de opgevoerde hysterie meer op the Who, of is het toch eigenlijk gewoon King Crimson? Kaleidobolt geeft het zelf al aan, ‘Red’ van King Crimson is de alfa en omega voor deze Finnen. En na deze progklassieker uit de jaren zeventig onder het stof vandaan te hebben getrokken moet ik toegeven, het lijkt af en toe verdomd veel op elkaar. Beter goed gejat dan slecht verzonnen, hebben ze wellicht gedacht daar in Helsinki. En ja, je kunt je voorbeelden beroerder kiezen.
Alles bij elkaar is ‘Kurakuchi’ misschien meer dan gedacht een plaat die klinkt zoals Japans bier smaakt. Het is niet ieders smaak, maar wie er van houdt kan er geen genoeg van krijgen.



