Lords of Metal
Arrow Lords of Metal

Hedon Zwaar Nieuwjaar in Hedon, Zwolle – 10 januari 2026

“De hoeveelheid riffs en leads die door de zaal vlogen was ronduit absurd — en ze werden met zoveel enthousiasme de ruimte in geslingerd dat het publiek zichtbaar overweldigd raakte, deze luisteraar incluis.”
In veel gemeenten kon dit jaar voor het laatst legaal vuurwerk worden afgestoken, terwijl Zwolle het  dit jaar al volledig had verboden. Maar eerlijk gezegd mist hier niemand die pijlen en knallen echt. Zwolle heeft namelijk iets dat elk jaar harder binnenkomt dan welk vuurwerk ook: metal. Steevast in het eerste of tweede weekend van januari, sinds de allereerste editie in 2015, wordt het nieuwe jaar hier ingeluid met metal uit binnen en- buitenland.  Geen sterretjes knallen maar riffs, blastbeats en brullende vocalen. Verdeeld over twee zalen stonden zeven bands klaar, allemaal uit het hardere segment van de metal. Geen keuzestress, geen overlap, geen gemiste riffs: de programmering liep strak om en om, waardoor je van begin tot eind kon meedraaien in de maalstroom. In de grote zaal hield het sympathieke duo Mark en Hans de energie hoog met een eclectische DJ‑set. Terwijl bands in- en uitplugden, vulden ze de ruimte met een speelse mix van metal, obscure klassiekers en onverwachte uitstapjes.
13 januari 2026 I Tekst: Christian Colicchia

2Destroy — jong, gretig en verrassend atmosferisch

De aftrap vond plaats in de kleine zaal, waar 2Destroy uit Zwolle meteen liet merken waarom ze op dit podium thuishoren. Het trio jonge, enthousiaste gasten zette een opvallende dynamiek neer: de zanger achter de drumkit blijft een bijzonder gezicht, alsof de frontman zich bewust midden in het slagwerk verstopt. Bij ondergetekende flitste even een herinnering aan Nocturnus voorbij, waar de drummer eveneens de vocalen voor zijn rekening nam.

2Destroy bouwde hun set rond een atmosferische sound, gedragen door staccatoriffs en een prominente bas die de kleine zaal prettig deed dreunen. De podiumpresentatie vroeg in het begin wat gewenning — je blik zoekt automatisch de frontman — maar de bassist en gitarist vingen dat moeiteloos op. Met hun energie en beweging hielden ze de aandacht vast en zorgden ze voor een levendige, volwaardige performance.

Bodyfarm — death metal als stoomwals

In de grote zaal was het vervolgens de beurt aan de oudgedienden van Bodyfarm, die hun groovende old school death metal met chirurgische precisie de zaal in ramden. Het geluid was opvallend helder en de band speelde loeistrak, waardoor de muziek als een stoomwals over je heen kwam. Bij het derde nummer ontstond voorzichtig een eerste pit, terwijl de zaal inmiddels al prettig gevuld was. Het publiek vrat het en de sfeer sloeg om in een klein feestje — precies het soort energie waar Bodyfarm al jaren garant voor staat.

Shagor — ijzig, melancholisch en gelaagd

Terug in de kleine zaal maakte Shagor zich op voor hun atmosferische black metal. Met tremolo‑picking en brede waaierriffs bouwden ze direct een ijzige, melancholische muur van geluid, gedragen door lange, uitgesponnen nummers. De zang — zowel de cleans als de screams — kwam in het begin wat slecht door, maar trok gelukkig bij naarmate de set vorderde. De samenzang met z’n drieën gaf de muziek onverwacht veel diepte, maar het was vooral de drummer die de show stal: met subtiele versiering.

Imperium Decadenz — duistere sferen, feesthoedjes en een zoekend publiek

In de grote zaal was het daarna tijd voor Imperial Decadenz uit Duitsland, volgens eigen zeggen pas voor de tweede keer in Nederland. Hun atmosferische black metal werd onthaald door een publiek waarin — jawel — meerdere feesthoedjes opdoken, een bijna surrealistisch contrast met de duistere podiumsfeer. Al bij het eerste nummer viel de zang volledig weg, maar met een snelle microfoonwissel was dat probleem snel opgelost.

Toch bleef het publiek wat zoekend. De combinatie van trage passages en gesproken stukken, afgewisseld met snellere black‑metalpartijen met een uitgesproken jaren‑90‑feel, sloeg niet helemaal aan. Ondanks de inspanningen van de zanger voelde de set door de vele herhalingen wat eentonig, waardoor de vonk uiteindelijk niet echt oversprong.

en op de bekkens hield hij de spanningsboog strak en gaf hij de set precies dat sprankje dynamiek dat het geheel boeiend hield.

Magnacult — pure energie in een overvolle kleine zaal

In de kleine zaal was het inmiddels ramvol voor Magnacult uit Amsterdam. Vanaf de allereerste toon slingerde de band hun zware, groovende metal de ruimte in: strakke riffs, verpletterende vocalen en drums die dwars door je heen beukten. Het duurde dan ook niet lang voordat de eerste moshpit ontstond. Magnacult speelde met zoveel energie dat de hele set als één pulserende golf over het publiek heen rolde.

Obscura — tech‑death

Dan de hoofdact in de grote zaal: Obscura uit Duitsland, een band die inmiddels al heel wat jaren meedraait. (Geestig genoeg werden ze door The Lucifer Principle en Inhume zanger Earik Mortem aangekondigd als “Obscuria”. Dit herstelt hij nog bij de laatste aankondiging). In 2025 verscheen hun laatste werk, ‘A Sonictation’, en tijdens de set werd nieuw en ouder materiaal afgewisseld. Het nieuwere werk klonk compacter en toegankelijker, waardoor het publiek daar merkbaar makkelijker op leek aan te haken. Toch blijft Obscura vooral voer voor de fijnproever: brute deathmetal, technische hoogstandjes en vingervlugge notenfestijnen.

Na een korte akoestische intro barstte het tech‑deathgeweld los. De band had er duidelijk zin in; beide gitaristen en de bassist wisselden voortdurend van podiumplek, wat de set een levendige en bijna speelse dynamiek gaf. Achter een imposante drumkit hield de drummer alles strak en bij momenten meedogenloos bij elkaar. De hoeveelheid riffs en leads die door de zaal vlogen was ronduit absurd — en ze werden met zoveel enthousiasme de ruimte in geslingerd dat het publiek zichtbaar overweldigd raakte, deze luisteraar incluis.

The Modern Age Slavery — een laatste uitbarsting

In de kleine zaal sloot het uit Italië afkomstige The Modern Age Slavery de avond af, tappend uit het deathcore‑vaatje en met zichtbaar veel zin om er nog één keer vol in te gaan. In de geledingen vinden we overigens Delain bassist Ludo terug, die dus vandaag een halve thuiswedstrijd speelt. Na een onheilspellend intro barstte het geweld los: furieuze riffs vlogen je om de oren terwijl bas en drums als een ramwerk probeerden je omver te beuken. Voor het podium ontstond in no time een kolkende massa mensen; het was alsof de riffs zelf het commando voerden. De band hield het tempo hoog, de intensiteit nog hoger, en maakte van de laatste set een pure uitlaatklep voor iedereen die nog een greintje energie over had.

Een traditie die staat als een huis

En zo eindigde een avond die opnieuw liet zien waarom Zwolle het nieuwe jaar op zijn eigen manier laat knetteren. Geen lichtflitsen in de lucht, maar twee zalen vol muziek die van begin tot eind pulseerde. Zeven bands trokken elk op hun eigen manier voorbij — de één meteen binnengehaald, de ander vooral voor de fijnproever — maar samen gaven ze de avond precies die kleur die deze traditie zo herkenbaar maakt.

Tien edities verder staat het nog altijd als een huis: een begin van het jaar dat niet wordt ingeluid, maar langzaam wordt opgestookt door riffs, energie en een publiek dat precies weet waarom het hier elk jaar weer staat. Als dit de aftrap is, dan gaat 2026 nog genoeg vonken uitdelen.