Lords of Metal
Arrow Lords of Metal
fotocredit-Karel-Duerinckx

Fleddy Melculy – interview met Jeroen Camerlynck

Jeroen Camerlynck: “Na vijf albums begin je als groep echt te beseffen: dit is onze sound. Wat we ook spelen, er zit altijd iets in waardoor je meteen hoort dat wij het zijn”
Tien jaar geleden werd Fleddy Melculy door velen nog beschouwd als een grap die misschien even zou meegaan. Vandaag is de band uitgegroeid tot een vaste waarde binnen de Belgische metalscene. Met uitverkochte zalen, festivalweides vol meebrullende fans en inmiddels een vijfde studioalbum op zak, heeft de groep meer dan bewezen dat er achter de humor, satire en stevige riffs ook een ijzersterk verhaal schuilt. Met ‘L’Avocat Du Diable‘ slaat Fleddy Melculy opnieuw een andere weg in zonder zijn eigen identiteit te verliezen. De plaat zit vol scherpe observaties, absurde overdrijvingen en muzikale verrassingen, maar blijft tegelijk herkenbaar als een echte Fleddy-release. Reden genoeg om frontman Jeroen Camerlinck opnieuw op te zoeken. In dit gesprek vertelt hij openhartig over het schrijfproces van de nieuwe plaat, de samenwerking met gastzangeressen Aline en Iris Goes, de blijvende invloed van zijn Urbanus op zijn teksten en de soms verdeelde reacties die Fleddy Melculy blijft oproepen. Daarnaast blikt hij terug op tien jaar ‘Helgië’, heeft hij het over de toekomst van de Belgische metalscene en legt hij uit waarom hij het eigenlijk best amusant vindt wanneer mensen zich ergeren aan zijn band.
Koen de Waele Ι 28 oktober 2026

‘L’Avocat Du Diable’ is ondertussen al het vijfde album van Fleddy Melculy. Jullie slagen er telkens in om verrassend uit de hoek te komen en toch dat typische Fleddy-geluid te behouden. Gaat dat vanzelf of wordt het steeds moeilijker om fris voor de dag te komen?
Ik zou liegen als ik zou zeggen dat het niet steeds moeilijker wordt. Niet zozeer wat de onderwerpen betreft, want daarvoor houd ik altijd een soort shortlist bij. Als er iets in mij opkomt waar we iets mee kunnen doen, noteer ik dat. Tegen de tijd dat we aan een nieuwe plaat beginnen, heb ik meestal een hele lijst met ideeën waaruit ik kan putten of die ik met elkaar kan combineren. Aan inspiratie ontbreekt het dus zelden. Muzikaal lag het deze keer wel anders. Op deze plaat heb ik zelf veel minder muziek geschreven dan op de vorige albums. Ik denk dat er maar twee nummers zijn waarvoor ik een groot deel van de muziek heb gemaakt. De rest van het materiaal kwam vooral van de andere bandleden. Dat is een heel andere manier van werken dan vroeger. Veel mensen denken dat de meeste bands automatisch op die manier werken, maar dat is lang niet altijd zo. Voor ons was het in elk geval een bijzonder interessant proces. En voor mij werkte het vooral verfrissend. Op den duur begin je jezelf ook te betrappen op bepaalde riffs of ideeën die te veel op vroeger werk lijken. Door elkaar te inspireren krijg je nieuwe invalshoeken en nieuwe energie.

Dat is volgens mij ook de reden waarom deze plaat opnieuw anders klinkt. Iedereen in de band weet ondertussen perfect wat wel en niet als Fleddy Melculy aanvoelt. Na vijf albums begin je als groep echt te beseffen: dit is onze sound. Wat we ook spelen, er zit altijd iets in waardoor je meteen hoort dat wij het zijn. Het grote verschil met platen als ‘Helgië’, ‘De Kerk Van Melculy’ en de vorige albums is dat de volledige band vandaag dat instinct heeft ontwikkeld. Daardoor voelt het alsof er niet langer een band speelt die voor honderd procent functioneert, maar eentje die er nog een schep bovenop doet. Iedereen draagt bij, iedereen weet waar Fleddy Melculy voor staat, en dat hoor je volgens mij heel duidelijk terug op ‘L’Avocat Du Diable’.

‘2026’, de intro van de plaat, zet meteen de toon voor wat volgt. Hoe kom je telkens op die thema’s en observaties waarvan iedereen denkt: “Verdorie, hij heeft eigenlijk gelijk”, terwijl bijna niemand er een nummer over schrijft?
Dat komt eigenlijk rechtstreeks uit die lijst met ideeën waar ik het eerder over had. Dat zijn meestal ook de onderwerpen waar ik het meeste zin in heb om mee aan de slag te gaan. Het is bovendien iets wat Fleddy Melculy altijd al heeft gedaan: thema’s aanpakken waar andere bands waarschijnlijk niets mee zouden doen. Wij maken van iets totaal banaals bewust een gigantisch wereldprobleem, terwijl het dat natuurlijk helemaal niet is. Neem nu de wielertoeristen uit de song ‘Complot’. Ik kan mij daar echt aan ergeren, maar is dat nu een maatschappelijk probleem? Uiteraard niet. Heb ik iets tegen die mensen? Helemaal niet. Maar ik vind het geweldig om zoiets compleet uit te vergroten en er een absurde proportie aan te geven. Dat doen we al tien jaar lang. Hetzelfde geldt voor ‘Supernovashit’ op de nieuwe plaat. Ik vind Oasis eerlijk gezegd geen goede band, maar ik haat die ook niet. Hun muziek spreekt me gewoon niet aan en die twee broers komen vaak over als gigantische eikels. Meer is dat niet. Maar net dat levert inspiratie op om er een overdreven groot probleem van te maken en daar vervolgens een stevige metaltrack over te schrijven. Dat is uiteindelijk wat Fleddy Melculy doet. Ofwel snap je dat, ofwel snap je het niet. We merken al tien jaar dat sommige mensen denken dat we bloedernstig zijn, terwijl het net satire is. Het gaat erom op een ludieke manier ergens tegenaan te schoppen.

Als ik jouw teksten hoor, moet ik vaak denken aan Urbanus. Ook hij combineerde humor met scherpe observaties over de maatschappij. Is hij nog altijd een belangrijke inspiratiebron voor jouw manier van schrijven?
Ja, toch wel. Misschien niet meer op een heel directe manier, maar ik heb ontzettend veel van hem geleerd. Ik ben ermee opgegroeid. Ik ken zijn sketches en liedjes door en door. Soms denk ik zelfs dat ik sommige van zijn teksten beter ken dan hijzelf. Daarnaast hebben we ook samengewerkt en teksten samen overlopen. Daar heb ik veel van opgestoken. De manier waarop hij naar taal kijkt en hoe hij zinnen opbouwt, heeft mij zeker beïnvloed. Dat neem ik vandaag nog altijd mee in mijn eigen werk.

Heb je vroeger ook echt feedback van hem gekregen op jouw teksten?
Absoluut. Dat is ondertussen wel al even geleden, maar in de periode van ‘De Fanfaar’ legde ik mijn teksten regelmatig aan hem voor. Hij las die dan na, gaf opmerkingen en stelde alternatieven voor. Dan zei hij bijvoorbeeld: “Dat zou ik anders formuleren” of “Die zin kan sterker.” Dat soort feedback was heel waardevol. Ik heb daar veel uit geleerd.

Met ‘Dokter Dokter’ raak je een maatschappelijk debat waar bijna iedereen een mening over heeft. Vertrek je dan vanuit de actualiteit, of eerder vanuit persoonlijke ervaringen en observaties?
Het begint meestal bij een persoonlijke observatie. Eigenlijk is dat vergelijkbaar met ‘T-shirt van Metallica’. Toen ik jaren geleden nog als ambtenaar werkte, liep er eens een stagiair rond met een Star Wars-T-shirt zonder zelf te beseffen wat erop stond. Dat soort dingen valt mij op en blijft hangen.

Met ‘Dokter Dokter’ was dat niet anders. Ik merkte op de werkvloer dat sommige mensen hun ziektedagen bijna tot op de dag nauwkeurig bijhielden. Ze wisten perfect wanneer ze moesten terugkeren om geen uitkering te verliezen, kwamen dan één dag werken en meldden zich vervolgens opnieuw ziek. Dat is het systeem echt tot in het extreme benutten. Maar de song gaat verder dan alleen dat. Wat mij opvalt, is dat er tegenwoordig ontzettend veel ziektes, aandoeningen, allergieën en andere diagnoses worden benoemd. Ongetwijfeld bestonden veel van die zaken vroeger ook al, maar er werd veel minder aandacht aan besteed en er werd vaak gewoon mee verder geleefd. Dat spanningsveld vond ik interessant om in een nummer te verwerken. Zoals altijd bij Fleddy Melculy zit daar natuurlijk ook een flinke dosis overdrijving en satire in, maar de basis komt wel voort uit dingen die ik rondom mij zie gebeuren. De vraag is natuurlijk: was dat vroeger beter, of zijn we vandaag beter bezig? Ik weet het niet. Maar ik merk wel een verschil. Neem nu mijn kinderen. Ik noem ze nog altijd mijn kleine mannen, maar ze zijn ondertussen zeventien en achttien jaar. Toen zij met de scouts op kamp gingen, kregen de leiders soms hele lijsten mee. Dan hoorde je zaken als: “Jamie mag alleen glutenvrije spaghetti eten”, “hij is lactose-intolerant”, “geen noten geven” of “van tomaten krijgt hij uitslag”. Dat soort dingen. Toen wij vroeger op scoutskamp gingen, was het simpel: je at wat er op tafel kwam en daarmee was de kous af. Vandaag lijken we stilaan te evolueren naar een samenleving waarin voor alles rekening moet worden gehouden met mogelijke gevoeligheden en ongemakken. Begrijp me niet verkeerd: al die aandoeningen zullen best bestaan en voor veel mensen zijn die ook echt. Maar soms vraag ik mij af waar we als samenleving mee bezig zijn. In die song vergroot ik dat uiteraard uit. Ik lach niet met mensen die bijvoorbeeld ADHD hebben of met andere aandoeningen kampen. Daar gaat het niet over. De grap zit erin dat ik in het nummer doe alsof ik al die problemen tegelijk heb. Dat kan natuurlijk niet, en precies daarin zit de satire. Maar er zit wel een observatie achter. Het lijkt soms alsof er tegenwoordig altijd wel iets aan de hand is, en dat vond ik interessant om uit te vergroten in een Fleddy-song.

‘Get The Fok Up’ is een serieuze mokerslag van een openingsnummer. Wat zie je of voel je wanneer zo’n nummer live wordt ingezet?
Dat is echt zo’n nummer waarbij je denkt: vooruit, we gaan er hier meteen invliegen en de boel afbreken. Pure adrenaline. Vol gas vanaf de eerste seconde. Tijdens het openingsnummer weet je meestal ook meteen wat voor publiek je voor je hebt. Je voelt onmiddellijk hoe een zaal of festivalweide reageert. Voor mij moet een Fleddy-plaat altijd beginnen met een nummer dat nergens anders op het album zou passen dan helemaal vooraan. Een echte opener dus. En dat is exact wat ‘Get The Fuck Up’ doet. Die song heeft maar één functie: de deur intrappen en iedereen wakker schudden.

Heb je ooit een optreden moeten stilleggen omdat het publiek te wild werd of omdat er iemand gewond raakte?
Ja, al verschillende keren. Meestal gebeurt dat omdat er ergens gevochten wordt of omdat er mensen zijn die zich niet kunnen gedragen. Dan leggen we de show stil. Dat hebben we in het verleden al meermaals gedaan. Ik herinner me ook nog het eerste Alcatraz na corona. We speelden toen op de mainstage en moesten het optreden onderbreken omdat een meisje in de pit haar been had gebroken. Dat heeft zeker vijf minuten geduurd voor alles geregeld was. Niet ideaal natuurlijk. Als het echt uit de hand loopt, zijn we daar vrij streng in. Dan zorgen we ervoor dat die mensen eruit worden gehaald. Het moet uiteindelijk een feestje blijven. Uiteraard kunnen emoties soms oplopen wanneer iedereen volop in de muziek zit, maar het blijft een concert. Als je niet begrijpt wat een moshpit inhoudt, moet je er misschien niet middenin gaan staan.

Bij ‘Complot’ hoor je Alex Agnew meedoen. Wist je tijdens het schrijven al dat hij de ideale gast zou zijn?
Ja, eigenlijk wel. Toen ik de tekst aan het schrijven was en bij het refrein kwam, botste ik op een muur. Hoe ik het ook probeerde, als ik die passage zelf zong, klonk het niet indrukwekkend genoeg. Het miste iets. Het moest grootser, theatraler en bijna overdreven aanvoelen. De eerste persoon aan wie ik dacht, was Alex. Toen we het nummer opnamen, heb ik hem ook gezegd dat hij voluit moest gaan. Het mocht bijna theater worden, met een overdreven Nederlandse dictie en veel présence. Bij de eerste take wist ik eigenlijk meteen dat het goed zat. Dat was exact wat ik in mijn hoofd had. Dus ja, Alex zat al van bij het begin in het plaatje. Het leuke is dat die song eigenlijk een lange geschiedenis heeft. De muziek werd oorspronkelijk geschreven tijdens de sessies van ‘Antichrist’, de vorige plaat. Alleen paste het nummer daar totaal niet tussen. ‘Antichrist’ had een veel meer punk- en hardcoregerichte sfeer, terwijl dit echt een metalnummer was. Daarom hebben we het toen in de koelkast gestoken met het idee: misschien komt dit later nog van pas. Gelukkig is het uiteindelijk toch nog op een plaat terechtgekomen.

Rond ‘Doe Je Werk’ ontstond heel wat aandacht door de mysterieuze gastzangeressen. Hoe zijn jullie erin geslaagd om die verrassing zo lang geheim te houden?
Dat was eigenlijk een heel verhaal. Oorspronkelijk was het de bedoeling om pas bij de release van de plaat bekend te maken wie de gastzangeressen waren. Alleen speelde er nog iets anders mee. Line De Dauw had zelf nog een aantal singles gepland en haar platenfirma vreesde dat de aandacht rond ‘Doe Je Werk’ die releases wat zou overschaduwen. Maar toen begon het verhaal een eigen leven te leiden. Na Graspop werd er zoveel over gesproken en geschreven dat haar platenfirma uiteindelijk zelf heeft gevraagd om de identiteit vroeger bekend te maken. Daarom hebben we dat uiteindelijk al in juli gedaan. Om eerlijk te zijn hadden wij ook totaal niet verwacht dat die passage op Graspop zoveel aandacht zou krijgen. Dat de pers er meteen bovenop zou springen en dat het zo’n gespreksonderwerp zou worden, daar hadden we ons serieus op verkeken. Achteraf bekeken was de missie dus meer dan geslaagd.

Line komt uit een totaal andere muzikale wereld dan Fleddy Melculy. Hoe heb je haar kunnen overtuigen om mee te doen?
Dat is net het leuke eraan: verschillende werelden samenbrengen. We wisten heel goed welke stem we zochten. Op papier heb je ontzettend veel opties, maar als je begint te filteren op beschikbaarheid, interesse, stijl en de vraag of het wel past binnen het nummer, blijft die lijst plots een stuk korter over. Line bleek vanaf de eerste opname exact te zijn wat we nodig hadden. Eigenlijk zelfs beter dan wat we oorspronkelijk voor ogen hadden. Ze zette haar stem erop en dat zat meteen juist. Aanvankelijk had ik haar trouwens gevraagd om ook de zware vocalen voor haar rekening te nemen. Dat lag echter ver buiten haar comfortzone en daar voelde ze zich niet goed bij. Toen dacht ik: dit is de perfecte gelegenheid om ook Iris van Spoil Engine erbij te halen. Met haar wilde ik al langer eens samenwerken. Van het een kwam het ander en zo is die combinatie uiteindelijk ontstaan.

Begin dit jaar verscheen nog de jubileumuitgave van ‘Helgië’ met bijhorende tournee, en enkele maanden later ligt er alweer een volledig nieuw album klaar. Wanneer vinden jullie daar in hemelsnaam de tijd voor?
Veel mensen vergeten dat onze laatste show vóór de ‘Helgië Redux’-tour eigenlijk Alcatraz 2024 was. Daarna hebben we anderhalf jaar nauwelijks opgetreden. Dat was een bewuste keuze. We hebben Fleddy Melculy als het ware even op pauze gezet. Vanaf maart 2025 zijn we beginnen schrijven aan de nieuwe plaat, maar de zeven maanden daarvoor lag alles volledig stil. Geen optredens, geen repetities, nauwelijks bandactiviteiten. Vanaf dat moment zijn we opnieuw beginnen afspreken om materiaal uit te werken. De plannen voor de ‘Helgië Redux’-tour lagen toen overigens al lang vast. Eigenlijk wisten we op Alcatraz 2024 al wanneer de volgende concerten zouden plaatsvinden. Die anderhalf jaar hebben we vooral gebruikt om alles voor te bereiden. De nieuwe plaat was bijvoorbeeld al volledig afgewerkt tegen juni. Uiteindelijk hebben we er ruim een jaar aan gewerkt. Tegelijk hebben we de redux-versie van ‘Helgië’ afgerond en de jubileumtour voorbereid. En eerlijk gezegd verklaart die pauze ook waarom ik intussen een soloplaat heb uitgebracht, een boek heb geschreven en me met andere projecten heb beziggehouden.

Zoals je DJ-werk?
Ja, absoluut. Daar ben ik nog altijd mee bezig. Vanaf volgende zomer kom ik zelfs met een volledig nieuwe DJ-show. Deze keer wil ik veel meer inzetten op mash-ups. We gaan daar echt volledig los in gaan.

Waarom was er eigenlijk behoefte aan een vernieuwde versie van ‘Helgië’? Tien jaar is voor een album eigenlijk nog niet zo oud.
Die behoefte kwam in de eerste plaats van mezelf. Ik droomde al jaren van een nieuwe mix van die plaat.Voor mij voelde ‘Helgië’ altijd een beetje als een veredelde demo. Daarom hebben we alle originele sporen opnieuw opgezocht en die doorgestuurd naar Ace Zec, die ook de laatste Fleddy-platen heeft gemixt. We hebben hem gewoon alle bestanden gegeven en gezegd: doe ermee wat jij denkt dat vandaag de beste versie van deze plaat zou zijn. Het resultaat vind ik fantastisch. Als je die nieuwe mix vergelijkt met de originele versie van ‘Helgië’, hoor je een wereld van verschil. Die oude plaat heeft absoluut haar charme, maar deze versie klinkt veel voller, dieper en krachtiger. Voor mij was dat vooral een persoonlijk bucketlist-project. Iets wat ik al jarenlang eens wilde aanpakken.

Tien jaar geleden keken heel wat metalfans en journalisten eerder sceptisch naar Fleddy Melculy. Vandaag hebben jullie veel respect afgedwongen. Ben je daar trots op?
Ja, toch wel. Zeker vanuit de pers kregen we in het begin vaak de reactie: “Moeten we dit nu serieus nemen of niet?” Dat was jarenlang een terugkerende discussie. Maar gaandeweg is er steeds meer respect gekomen voor wat we doen en zijn er ook heel mooie stukken over de band verschenen. Ik weet nog dat bij ‘Antichrist’ de eerste recensies binnenkwamen. Dat was ondertussen onze vierde plaat. We waren al zes à zeven jaar bezig en plots waren die reacties zonder uitzondering positief.

Op dat moment dacht ik wel even: oké, we hebben iets juist gedaan. We zijn erin geslaagd om onszelf na meerdere albums opnieuw uit te vinden en toch fris te blijven klinken. Daar ben ik misschien nog wel het meest trots op. Wat het publiek betreft, is Fleddy Melculy altijd een band geweest die verdeelt. Mensen zijn meestal niet neutraal. Ofwel begrijpen ze volledig wat we doen en zijn ze fan, ofwel vinden ze het helemaal niets. Maar eigenlijk vind ik dat ook prima. Dat betekent tenminste dat je iets losmaakt bij mensen. Dat is volgens mij typisch voor bands die een duidelijke identiteit hebben. Kijk naar een band als Limp Bizkit: ofwel vinden mensen dat geweldig, ofwel vinden ze het verschrikkelijk. Zodra er een hoek af is, of een band een bepaalde status krijgt, komt er automatisch ook kritiek. Ik ga niet beweren dat wij een grote band zijn, maar zoals het gezegde luidt: hoge bomen vangen veel wind. Dat hoort er gewoon bij. Ik moet vaak denken aan de uitspraak dat als je nooit kritiek krijgt, je waarschijnlijk niet goed bezig bent. Als iedereen alles fantastisch vindt, speel je misschien alleen nog voor mensen die je niet durven te vertellen wat ze echt denken. Vroeger kon ik mij daar soms behoorlijk druk in maken. Vandaag is dat zo goed als verdwenen. Als mensen het niet moeten hebben, dan is dat maar zo. Op festivals zie ik soms mensen kijken alsof ze ons echt haten. Dan vind ik het net grappig om terug te kijken met een blik die zegt: “Ik vind jullie ook behoorlijk belachelijk.” Veel mensen nemen zichzelf enorm serieus, en net daar zit voor mij de humor. Hoe serieuzer iemand zichzelf neemt, hoe groter de kans dat ik ermee ga lachen. Dat is ook een beetje waar Fleddy Melculy om draait. Misschien sluit dat wel aan bij de titel ‘L’Avocat Du Diable’. Wat doet een advocaat van de duivel? Die zegt dingen die je liever niet hoort. Die probeert je uit je comfortzone te halen en je op een andere manier naar zaken te laten kijken. Dat vind ik interessant.

Afgelopen zomer speelde Channel Zero zijn laatste festivalshow en binnenkort volgen de definitieve afscheidsoptredens. Welke Belgische band zie jij de komende jaren die leegte opvullen?
Fleddy Melculy natuurlijk. (lacht)

Nee, serieus: dat is onmogelijk te voorspellen. Het kan perfect dat je morgen YouTube opent en plots een Belgische band ontdekt waarvan iedereen denkt: wat is dit? Voor je het weet, staat die overal. Wij hebben dat zelf ook meegemaakt. Tien jaar geleden ging het plots ontzettend snel. Van de ene dag op de andere moest iedereen het gezien hebben. Alle magazines schreven erover, online media pikten het op, Studio Brussel draaide het. Niemand had dat zien aankomen. Hetzelfde geldt voor een band als Electric Callboy. Wij speelden daar ooit mee samen op Groezrock in 2019. Toen stond daar nauwelijks volk naar te kijken. Iedereen vroeg zich af wat dat eigenlijk was. Een tijdje later brengen ze ‘Hypa Hypa’ uit en plots ontploft alles. Vandaag behoren ze wereldwijd tot de grootste bands binnen hun genre. Waar komt zoiets vandaan? Dat weet niemand. Daarom vind ik het ook moeilijk om te voorspellen wie de volgende Channel Zero wordt. Als je mij vraagt welke jonge bands potentieel hebben, dan zijn er wel een paar die mijn aandacht hebben getrokken. Als ze de juiste keuzes maken, goede begeleiding krijgen en er volledig voor gaan, zie ik daar mogelijkheden. Een eerste naam is Mantah. Daarnaast heb je ook No Kings Allowed, een band waarmee we onlangs nog samen speelden in Brugge. Die werken eveneens met maskers en zitten muzikaal in dat nu-metalstraatje. Nu-metal is momenteel opnieuw bijzonder populair. Ik denk trouwens dat Fleddy Melculy destijds ook deels werd opgepikt omdat we invloeden uit dat genre in onze muziek verwerkten. Maar uiteindelijk draait het niet alleen om de show. Je moet ook sterke songs hebben. Die twee bands hebben volgens mij zeker potentieel. Met een goed plan, de juiste mensen rondom zich en voldoende doorzettingsvermogen kunnen zij nog mooie stappen zetten. Maar wie de volgende Channel Zero wordt? Dat durf ik echt niet te zeggen.

Ga je zelf nog veel naar concerten?
Ik probeer dat zoveel mogelijk te doen. Zeker tijdens de periode waarin wij zelf weinig of niet optraden, heb ik bewust meer concerten bezocht. Het grappige is dat ik dan vaak in de zaal stond en na een paar nummers alweer zin kreeg om zelf op een podium te staan. Dat gevoel blijft. De afgelopen tijd heb ik onder meer tickets gekocht voor bands als ‘Korn’, ‘Ice Nine Kills’ en ‘Chelsea Wolfe’. Dat vond ik allemaal geweldige shows. Ik ben eerlijk gezegd niet de grootste fan van concerten in het Sportpaleis of andere enorme zalen. Ik heb liever iets dat wat intiemer aanvoelt. Maar soms heb je gewoon geen keuze en moet je naar zo’n grote venue trekken als je bepaalde bands wilt zien. Dat hoort er dan ook bij.

Social media