Doodseskader – The Change Is Me
45 Records
Release datum: 3 april 2026
“Het is duidelijk dat Doodseskader dit nieuwe album niet heeft gemaakt als een crowdpleaser”
Jan-Simon Hoogschagen I 10 april 2026
Luisteren naar het nieuwe, derde album van het Vlaamse duo Doodseskader is een vreemde gewaarwording. Althans, als je de band weleens live hebt gezien of hun oudere werk kent. Zelf zag ik het duo, bassist Tim de Gieter en drummer Bert Minnaert (a.k.a. Sigfried Burroughs), een paar jaar geleden in Utrecht en die show maakte diepe indruk. Niet omdat het zo goed was (dat vond ik op dat moment absoluut niet), maar vanwege de compromisloze rauwheid, het vernietigende en totaal publieksonvriendelijke nihilisme die het podium afspatten. Je vond het geweldig of je vond het vreselijk, een tussenweg was er niet. Dat klinkt een beetje als die andere band waarin De Gieter tot voor kort speelde, Amenra, maar de verschillen zijn enorm. Dat was al zo, maar is nog veel meer het geval bij ‘The Change Is Me’, waarin de drum & bass aanpak minder richting een industrial wall of sound geluid en meer dan ooit allerhande andere richtingen op gaat. Alternatieve hiphop, electronic body music, dark wave, techno, gemengd met sporadische metal-uithalen: het klinkt bizar en dat is het ook. Dusdanig dat ik twijfelde of dit album überhaupt hier op Arrow Lords of Metal gerecenseerd zou moeten worden, als je de achtergrond van de bandleden even buiten beschouwing laat.
Thematisch is ‘The Change Is Me’ ook een stuk minder eenduidig dan het eerdere werk. Waar de muziek voorheen vooral een afspiegeling was van een somber wereldbeeld – zwart, zwarter, zwartst – daar lijkt nu twijfel te zijn. Twijfel of je, kijkend naar de wereld die naar de klote gaat, je schouders ophaalt en denkt ‘laat maar’, of boos en verontwaardigd moet roepen ‘doe er wat aan, gvd!’. In het slingerende carrièrepad van Doodseskader is men nu aangekomen op een kruispunt waar ooit, lang geleden, bands als Revolting Cocks, Consolidated en Meat Beat Manifesto hun plasje deden over het daar geplaatste straatmeubilair.
Een wilde maar verrassend swingende mix van samples, elektronische geluiden en (uiteraard) de bas en drums waar het ooit mee begon, dat is ‘The Change Is Me’ in een notendop. Gepolijster dan in het verleden, maar nog steeds te heftig en te vreemd voor een groot publiek, laat staan mainstream radio. Het is het resultaat van een groeiproces dat dusdanig was dat het derde deel van het veelluik, begonnen in 2022 met ‘Year One’ en gevolgd in 2024 door ‘Year Two’ op het moment dat het bijna af was de prullenbak in verdween. ‘Year Three’ bleek voor de mannen van Doodseskader niet meer te passen bij wie ze op dat moment waren. Terug naar de tekentafel, met als resultaat een breuk met de voorgenomen jaarcyclus en zoals gezegd een ander geluid.
De synthesizers zijn gruizig, de samples overvloedig en (vaak) bizar en de algehele vibe past meer bij de boze underground hiphop van acts als clipping. dan bij de (post)metal die de roots is van De Gieter en Minnaert. In de eerste nummers ‘Glass Mask On’ en ‘Celebrity Culture Simp Farm’ wisselen cleane, poppy zang, hiphop rhymes en boze meer aan de metal ontleende screams elkaar af op een heel organische manier, alsof het helemaal niet vreemd is al die verschillende stijlen in één song terug te horen. ‘Celebrity Culture Simp Farm’ gaat over de “fixatie op validatie”, zoals Doodseskader het zelf noemt; de toxische dwang om jezelf op een bepaalde manier aan de wereld te moeten tonen en de verslaving om naar mensen te kijken die onze aandacht niet nodig hebben of zelfs niet zouden moeten krijgen. Waar die eerste nummers nog op een bepaalde manier tegen metal aanschurken, daar verschuift de focus naarmate het album vordert. Gebruik van autotune, drumcomputers en andere elementen die je eerder in de alternatieve pop en hiphop verwacht, maken ‘The Change Is Me’ een avontuur dat voor velen een brug te ver zal zijn. ‘Weaponizing My Failures’ klinkt als een mix van Depeche Mode en Nine Inch Nails, stekelig op zijn tijd maar met glibberig gladde melodieën en zanglijnen. Zelf word ik niet heel enthousiast van de extreme autotune in ‘Unthinking My Every Thought’, maar dat is nu precies wat dit album kenmerkt. Het gaat alle kanten op en test je acceptatievermogen, voor de gemiddelde metalfan moeilijk te verteren stukken worden afgewisseld met momenten waarin de bas, fuzzend en grommend van de distortion, een dik rockfundament neerlegt waarover screams en grunts worden afgewisseld met cleane zang. ‘I Took A Pill In Vilvoorde’ klinkt dan weer eerder als een poging om op de affiche van Dekmantel te komen.
Het is duidelijk dat Doodseskader dit nieuwe album niet heeft gemaakt als een crowdpleaser. Lang niet iedereen zal het in velerlei opzichten extreme geluid kunnen waarderen en dat is waarschijnlijk precies waar dit duo naar streeft. Doodseskader doet wat het wil en wie dat niet waardeert, fuck them!



