Lords of Metal
Arrow Lords of Metal
Big Big Train – Woodcut  
InsideOut Music
Release datum: 6 februari 2026
“We raden dan ook aan om de tijd te nemen om dit rustig op je te laten inwerken. Het is geraffineerd en beschaafd, maar toch ravissant.”
8.4/10
Vera Matthijssens Ι 17 februari 2026

Begin 2024 konden we in bredere zin kennismaken met de ‘supergroep’ Big Big Train, want toen kwam het vorige studioalbum ‘The Likes Of Us’ uit, het eerste via InsideOut Music. Later dat jaar was er ook nog een live album ‘A Flare On The Lens’ om te illustreren dat deze band niet enkel rustige progressieve rock om thuis kalmpjes van te genieten was, maar een enthousiaste bende vol multi-instrumentalisten. Zeven verschillende persoonlijkheden zelfs, dan ook nog uit alle windstreken afkomstig. De band werd al in 1990 opgericht in Bournemouth door de Brit Gregory Spawton (bas, mellotron, 12-snarige gitaren) en bestaat tegenwoordig uit leden uit Engeland, Schotland, Italië, Zweden en Noorwegen. Toch doet men de opnamen samen in de studio, op ambachtelijke wijze zoals vroeger, vandaar de warmhartige klank van het geheel. In de bezetting vinden we bekende namen zoals Nick D’Virgilio (Spock’s Beard) op drums en Rikard Sjöblom (Beardfish) op gitaren en keyboards, terwijl de Italiaanse zanger Alberto Bravin (ook gitaar en keyboards) bekend is van PFM en in Big Big Train ook de opnamen en productie doet.

Dit zestiende (!) studioalbum ‘Woodcut’ is een spontane en naturelle opvolger van ‘The Likes Of Us’. Het is rustige, ontspannende progressieve rock die vooral door Genesis beïnvloed is, maar van de echt lange songs is men een beetje afgestapt. Dit is het eerste albumvullende, volledige concept dat de heren (en dame) gemaakt hebben, en dat is best laat in hun carrière als progressieve rock band. Het concept blijft ook wat vaag, al staat een artiest die het moeilijk krijgt met zichzelf centraal. Dat wordt gebracht in zestien songs (66 minuten muziek). Alle leden dragen ook vocaal een steentje bij, al blijft de leadzang bij Alberto Bravin. Na een weemoedige intro, volgt het zeven minuten durende ‘The Artist’. Het is een blauwdruk van wat de band te bieden heeft: rustige, beschouwende zang (soms meerstemmig), snelle stukken om de virtuositeit alle eer aan te doen en in sommige songs vrij heavy stukken. Als brug tussen de songs zijn er enkele intermezzo’s, viool en trompet leggen knappe melodieën neer en alles wordt heel smaakvol en kundig gebracht. Er is een mooi evenwicht tussen licht en donker, zodat de melancholieke kalme songs, afgewisseld worden met dartele momenten, soms met enige folk invloeden. ‘Counting Stars’ is eveneens een track die we naar voor willen schuiven als één van de hoogtepunten. We raden dan ook aan om de tijd te nemen om dit rustig op je te laten inwerken. Het is geraffineerd en beschaafd, maar toch ravissant.