Lords of Metal
Arrow Lords of Metal
Orchid Throne – Buried In Black
eigen beheer
Release datum: 9 januari 2026
“Wanneer je fan van melodieuze doom/death metal bent, moet je dit zeker beluisteren en bij voorkeur aanschaffen, want dergelijke initiatieven verdienen aandacht en lof.”
8.4/10
Vera Matthijssens  I 20 januari 2026

Na twee demo’s waagt Orchid Throne zich aan een volwaardig debuutalbum. Het draait hier allemaal om vocalist/multi-instrumentalist Nicholas Bonsanto uit Baltimore (USA). Hij heeft een jarenlange (17 jaar) ervaring als ondersteunende muzikant – meestal bas of zelfs drums – in bands als Lör, Empress en Barren, maar diep in zijn hart had hij de hoop om ook eens iets te creëren in zijn geliefde genre (melodieuze doom/death metal). Hij doopte dit nieuwe project Orchid Throne en heeft alles zelf gedaan, van songschrijven tot instrumenten bespelen tot productie, mix en mastering. Met excellent resultaat, Bonsanto is dan ook met recht heel trots op zijn ‘Buried In Black’.

Het is geen conceptalbum, maar als rode draad gaan de songs wel over onderwerpen als wanhoop, angst, depressie en de zoektocht naar de zin van het leven. Een jargon dat dus past bij de erg weemoedige muziek. Wel tien jaar lang had Nicholas zijn ideeën opgenomen en gedurende een jaar heeft hij daaruit songs gedistilleerd. Het is des te bewonderenswaardiger dat hij bij het eigenlijke opnameproces van nul moest starten en dat het hem toch gelukt is met dit fraaie resultaat.

Twee mammoetcomposities – we spreken over songs van 13 minuten – openen en sluiten af. Daarbinnen ligt een wereld vol mijmeringen, gekoesterd verdriet en toch die zweem van hoop. De eerste mammoetsong ‘Dreamworld’ maakt meteen duidelijk dat Orchid Throne echt een totaalpakket van melodieuze doom/death metal aanbiedt. Zachtjes aanvangen met klassieke piano, zompige riffs met in de verte cleane sfeerzang en dan een uitbarsting met grunts die dikwijls overgaan in zwartgeblakerde krijszang. Er zijn echter veel momenten waarop de muziek een rustiger vaarwater inzeilt. Veel keer gaat het van akoestische gitaren met viool naar bulderende fragmenten, zodat dit bijna de vernuftige complexiteit van progressieve rock heeft. Bovenal is het weemoedig, dat staat als een paal boven water. Ook ‘Ephemerality’ bulkt van doom riffs en dromerige zang, afgewisseld met ruwe erupties. Het is een avontuur met veel variatie, maar echt toegankelijk is het niet. Dat verandert met ‘What Defines Us’, want hier duiken de gothic invloeden op. Het klinkt opvallend vlot en rockt vrijuit. Een aantal songs worden opgesmukt met het fluitspel van Mary Beck, een mooi extra. Zwevende keyboards zijn steeds op de achtergrond en de sfeer gaat van melancholie naar een woeste catharsis en terug. Wanneer je fan van het genre bent moet je dit zeker beluisteren en bij voorkeur aanschaffen, want dergelijke initiatieven verdienen aandacht en lof.